Uit de Volheid van Uw Licht opgestaan reis ik naar de oorden van de waan, en zoek hen, die lichtloos geworden zijn, hoewel zij hunkeren. 

Uit de aanraking van Uw Heerlijkheid ontwakende, reis ik naar de dalen der smarten en zoek hen, die stervende zijn in de pijnigingen der natuurdemonen. 

Uit Uw Meer der Heling omhoogrijzende wend ik mij tot de sferen der misleidingen en zoek hen, die gebukt gaan onder de bitterheden van hun ervaringen. 

Uit Uw Stilte komende tot de dissonanten dezer schijn-werkelijkheid zoek ik hen, die hun gehoor toegesloten hebben en hun innerlijke oor openen. 

Uit Uw Vuur omhoog stijgende als een Phoenix, zoek ik Uw Hemelen, waar velen tevergeefs hun handen kapotbeuken op de Poorten tot Uw Paradijs. 

Niemand kan zonder moeiten Uw Heerlijkheid vinden, allen zullen zij hun weg moeten afvechten op de bewakers dezer doodsnatuur. 

Laten zij verstaan, O Heer der Stilte, dat Gij hen een innerlijke Strijder geschonken hebt, die Uw Kracht kan aanwenden tot de Overwinning. 

Laten zij mogen begrijpen, dat deze Innerlijke Afgezand meer vermag door zijn Kleine Kracht, dan de mens vermag te volbrengen door de overmacht van zijn ik-waan. 

Binnen de Stilte van Uw Sfeer, Vader des Levens, zullen wij Uw Afgezand leren kennen en zullen wij de mogelijkheid ontvangen om de mens dezer stofsfeer te doen neerknielen in ootmoed door de uiterlijke kleine, maar innerlijke Grote Kracht van Uw Gezondene. 

Laten wij allen verlicht worden door uw Denken. 

Laten wij de Kracht des Levens mogen grijpen doordat Uw harteklop zich aan ons hart bekend maakt. 

Want Uw Thuisreis door de oorden van deze chaos is niet moeilijk te volbrengen, hij is slechts tegengesteld aan ons gebonden denken, aan ons misleide willen, aan ons vertroebelde gevoelen. 

Daarom, leg de Harmonie der tegengestelden, die wij kenden in de Hof van Edem, als een bedekking over ons wezen, opdat onze Oerherinnering daarin opleve als een niet te stuiten Kracht, die ons geheel doortrilt, als een hunkering, als een vuurvlam, als een bede, als een bezielde levensdrang, die ons voert tot het Hoge Leven van de eenheid tussen ziel en geest. 

Zo er iets van deze ziele-levensdrang in ons is, mogen wij deze gebruiken tot hulp voor hen, die aarzelen. 

Zo er iets van uw Licht in ons is, mogen wij deze aanwenden tot steun voor hen, die gewurgd worden door de beelden der schaduwen. 

Moge ons leven gewijd zijn aan Uw Gnosis. 

Moge ons leven een getuigenis worden van Uw Waarheid. 

Mogen wij bewijzen dat wij de keuze Uwer Gnosis hebben gemaakt, door op te gaan in het Niet-Zijn.

Daar waar het IK niet meer is, komt Gij binnen, O Gnosis des Lichts. 

Gebruik mij in de momenten waarin mijn IK zich verdeemoedigt, opdat Uw Trilling de Overwinning behale. 

O kandidaat op de Gnostieke Weg, gebruik uw Weten, gebruik uw mogelijkheid, gebruik uw voorrecht.

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene