Genezingsmeditatie 32

Het Lied der Nieuwe Aarde splijt ons wezen als een zwaard.

In die brand, O God - kan de grond gaan beven als mijn ziel de Bron ervaart!


Vergaar uw moed, o pelgrim, en houdt uw blik gericht op de verre wijdse einder waaraan reeds het Aurora licht! 

Slechts de pijn in 't eigen wezen, o kandidaat, voert u tot de zelfoverwinning. 

Amen


Waarom o mens, keert gij u steeds weer tot de leuzen, terwijl gij het bestaan der Waarheid kent? 

Waarom is er in u die duisternis, terwijl gij onophoudelijk zegt te zoeken naar het Licht? 

Waarom laat gij u dagelijks weer wegglijden in de oorden van de waan en de onwaarachtigheid, terwijl gij hunkert naar de ene Werkelijkheid des Waren Levens? 

Zeg mij, o mens, wie is de fatale kracht die u zo beheerst, wie is zo sterk dat gij onophoudelijk teruggedreven wordt in die mistige verten, waarin alle Licht opgezogen wordt door de onzekerheid en de twijfel? 

Is er dan een kracht-in-u die sterker is dan de Kracht des Lichts? 

Is er waarlijk een macht-in-u, die gij boven het Licht der Lichten stelt, hoewel gij weet dat de waan u zijn schijnbeelden voortovert? 

Ach kandidaat, hoevelen zijn er voor u de Weg der Ziele-verlossing gegaan, doch niettemin vielen zij in de verwarring der duistere innerlijke machten. 

Volgt gij een leer of een levensles, kandidaat? 

Baseert gij uw leven op een leer, die voor u niets anders behelst, dan rein theoretische raadgevingen, of baseert gij op een innerlijke zekerheid, waaruit uw geloof voortvloeit en waarbij uw geweten zich in ruste neder kan leggen, omdat het de trillingen der ziel heeft herkend? 

In u brandt een dieper Weten, kandidaat, maar zolang dat Weten niet naar buiten gedragen wordt door uw ge-weten wordt gij niet bezield door de eerste Kennis, die geen begin en geen einde kent. 

Er zijn duizenden begrippen geboren, die deze wereld kenbaar moeten maken, wie en wat God is, wie Zijn dienaren zijn, hoe de Weg loopt, die Hem tot Openbaring brengt, doch niemand kan u zeggen, kandidaat, waar God gelegen is, zo gij Deze niet in uzelf gevonden hebt. 

Het is niet waarlijk belangrijk welke omschrijving gij geeft van de Waarheid, zo gij maar spreekt uit de Ene Bron des Levens, waar-binnen de trillingen des Lichts besloten liggen. 

Uw medemens wordt niet beroerd door de woorden, die u van de lippen stromen, maar door de trillingen waaruit uw woorden zijn opgebouwd. 

Deze trillingen ontstaan slechts uit twee oorzaken: Het Eeuwige en Algoede of het natuurgeborene en tijdelijke. 

Zo uw woorden uit de laatste oorzaak ontspringen zult gij uw medemensen moeten overreden en door aantoonbare feiten moeten overrompelen. 

Zo uw woorden uit de eerste oorzaak voortkomen zal men u beluisteren en reden-tot-overleg ontvangen. 

Het is niet slecht en onoverkomelijk zo gij van de goede weg afdwaalt, o kandidaat, maar het is onvergeeflijk zo gij, de Waarheid kennende, deze Waarheid verraad omwille van de ik-centrale bevrediging. 

Het wordt ons niet aangerekend dat wij wezens zijn uit twee werelden, maar het wordt ons aangerekend dat wij, het geestelijke nastrevende, het persoonlijke doen en de roem van mensen willen beërven. 

De Wijze ontvangt geen roem, noch zijn er velen die hem prijzen, maar in zijn hart is de Zekerheid der Wijsheid, die hem meer schenkt dan alle wereldse eerbewijzen. 

Hoevele malen hebben wij verlangd wijs te zijn, zonder dat wij ernstig zochten naar de Bron van alle Wijsheid? 

Hoevele malen hebben wij zuchten geslaagd om het falen van de zoekerstocht, hoewel wij innerlijk beseften niet tot op de bodem van alle twijfel gezocht te hebben naar de oorsprong der Waarheid? 

Zonder het ge-weten te kennen komen wij niet tot het Weten. 

Hoe kunt gij, o kandidaat, menen buiten uzelf het Weten te vinden, terwijl gij in uzelf niet naar het ge-Weten hebt gezocht? 

Er is geen kracht buiten u, die niet binnen in u is. 

Want niet de omstandigheden maken u, maar de omstandigheden worden door uzelf geschapen en kunnen wederom door uzelf tot verandering worden gebracht. 

Gij denkt zoveel te weten, daar gij onderricht werd.

Doch er is geen weten buiten het oorspronkelijke Weten en zo gij daarvan nog niets kunt lezen in de geheimen der natuur, zult gij moeten beseffen dat gij niets weet! 

Hij die weet, kan zwijgen. 

Want het doorgeven van de Goddelijke Kennis is slechts voor-behouden aan hen, die de trillingen des Lichts weten te dirigeren, en hun innerlijke kracht door de Stilte kunnen concentreren. 

De door de mensheid tot aanschijn geroepen vormen zijn ontelbare ommuringen, die de trillingen des Lichts tegenhouden. 

Binnen deze ommuringen bevindt gij u, kandidaat, en zegt de grootsheid des Lichts te kennen. 

Gij kent niet, zolang uw ommuringen niet zijn geslecht en zolang uw blik niet bij machte is de vrije hemelen te onderkennen. 

Hoevelen staan er tussen u en het Licht? 

Hoevele stenen beelden benemen u het uitzicht op de pracht des Lichts? 

Hoe kunt gij dan getuigen van het Licht, indien gij dat Licht niet in zijn volkomen Waarheid vermag te onderscheiden? 

God is Kracht! God is Liefde! God is Wijsheid!, zo roept gij uit in de momenten van inzicht en verlichting, hoeveel grootser nog dan gij meent te beseffen zal deze God zijn, zo gij in staat waart zijn Hart te benaderen? 

Daarom, zo gij helpen wilt, kandidaat, daar gij meent te weten, kunt gij slechts in deemoed en erkentelijkheid uw ervaringen der Waarheid samenvoegen met die van uw medepelgrims en deze tot één getuigenis des Lichts maken, omdat dit de enige oplossing is om uw medemensen van dienst te zijn. 

Waarlijk, gij meent zelf dikwijls zo zwaar beproefd te worden, maar gij sluit uw ogen voor de beproevingen van anderen, die zwijgen en de kastijding des Heren in stilte aanvaarden. 

Zij die God aanroepen in hun noden zin niet degenen, die hem zoeken in hun vreugden. 

Het Rijk der Waarheid wordt niet gesticht op de opgerichte schouders van hen, die hoogmoedig voorwaarts schrijden, maar het wordt gefundeerd op de gebogen schouders van hen, die bereid zijn de zwaarste lasten te dragen zonder morren. 

Zij zijn de arbeiders die de materialen van bouw aanslepen, doch dit materiaal zal ontoereikend blijken wanneer de na hen komenden in arrogantie en hoogmoed een uiterlijk tehuis bouwen, waarin zijzelf vereerd willen worden. 

Hij die niet weet te knielen, zal ook het hart van zijn medemensen niet kunnen beluisteren. 

En zo gij, kandidaat der Verborgen Wijsheid, niet knielen kunt, omdat uw wezen versteend is door de zelfgenoegzaamheid, zullen de omstandigheden u tot nederigheid dwingen, zo gij de Weg der Wijsheid gaat betreden. 

Niemand ontkomt aan de verrijkende ervaringen, zo hij de Waarheid volgen wil, maar het gaat er slechts om of de pelgrim genegen is zijn ge-weten te beluisteren om de ervaringen te kunnen onderkennen. 

Uw ge-weten of de bescheiden-stem-der-ziel het oor verlenen, is gelijk aan het neerknielen in de modder van de eigen misvattingen. 

De Waarheid volgen is beginnen met de on-waarheid te willen aanvaarden, die zo ruimschoots ligt opgetast in het eigen zelf. 

Wel, kandidaten op de weg-ten-leven, zo het u ernst is met uw zoeken is er slechts één raadgeving, die u verder kan helpen op Uw Pad: 

Negeer de aanvallen der veelvormige aeonen, die versplinteren in ontelbare trawanten der duisternis. 

Houdt u voor ogen dat de eenheid, die verborgen ligt in het ziele-atoom sterker is dan een overgrote meerderheid die verdeeld is. 

Om u heen is geen eenheid. Alles en allen komen voort uit de verdeeldheid en zij zullen uiteenvallen zo gij de Lichtstraal der ziele-eenheid op hun verraderlijke aanvallen richt. 

Hoedt u echter voor gespletenheid, weet, dat slechts een innerlijke onaantastbare zekerheid iedere aanval uit de noodorde, dis-harmonie kan terugwijze. 

Laat geen enkele aanval uw zielekern beroeren. 

Laat u de innerlijke Bron des Levens niet ontnemen, want zo gij uzelf niet afschermt tegen alle methoden der aeonische machten, zult gij te laat bemerken dat de Schat u werd ontstolen en gij slechts strijdt voor een uiterlijke façade en de waan. 

Overtuig u er daarom steeds van, o kandidaat, dat de Schat der schatten in uw binnenkamer besloten ligt en zo gij meent ledig te zijn, zoek naarstig, opdat gij wederom gevuld worde met de rijkdommen des Geestes, opdat gij niet de prooi worde van hen, die niets anders beogen dan u uw ziele-levenskracht te ontstelen. 

Daarom zullen wij nu tezamen de berg der innerlijke Wijsheid beklimmen, opdat wij de Bron der Wijsheid een ogenblik zullen mogen aanschouwen en ziende, wederom vervuld worden van levenskracht, van moed, van zekerheid, zodat de Weg die-voor-ons-ligt ons niet zal beangsten, maar integendeel, ons zal opwekken tot verder gaan! 

Vul u met deze zekerheid: 

Uw verdrietelijkheden glijden weg, uw problemen laat gij achter u, de leringen uit het verleden smelten samen in één roep: Keer weder, Zoon des Lichts!

Er is geen bewogenheid meer in uw denken .........

Er is geen pijn meer in uw hart..........

Uw wil is een gebalde energiebron, die wacht op het Woord ten Leven..........

In u gevoelt gij het leven kloppen, als een onophoudelijke trilling, die echter in dit moment slechts de echo vormt van uw hunkering naar Wijsheid en Verlossing.  

Gij zit terneder als de vermoeide pelgrim, hoewel gij levend zijt door ziele-verlangen. 

Gij zijt geworden tot de oude mens, de ervaringsrijpe, inzichts-volle mens, die vermoeid is geworden door het vruchteloze roepen, en nu geeft gij u over. 

Gij geeft u over aan de Kracht die om u is en die in u is; deze beiden zullen elkander ontmoeten en gij zult toeschouwen als de pelgrim, die weet dat hij gekomen is tot het einde van zijn kennis. 

Zie, de twee krachtbronnen ontmoeten elkaar en zij heffen u op tot de berg der versterving, waar alle vorm vervaagt, waar alle kennis vervluchtigt, waar niets meer vernomen wordt dan de trilling des Waren  Levens. 

Die trilling omvat u, pelgrim, hij neemt uw vermoeienis weg, en uw noden en al uw misvattingen, de bedekking wordt van uw hoofd genomen, de ring om uw hart-heiligdom spat uiteen. 

Er is niets dan de ootmoed en de diepte van het onbegrensde innerlijke Weten, waarin gij uzelf onderdompelt als in een Bad van Bethesda. 

Gij wordt omspoeld door reinheid.........

Gij wordt omringd door harmonie..........

Gij wordt uit uzelf gestoten en samengevoegd met die alom-tegenwoordige krachttrilling die alle lagere impulsen oplost........ 

Hoor hoe de Stem der Oer-Wijsheid herhaalt: 

Keer weder Zoon des Lichts! 

Zie, hoe de duisternis uiteengeslagen wordt en de horizon explodeert in een apotheose van Licht. 

Volg met uw innerlijke zelf slechts één van deze Aurora-stralen en gij zult de Bron ontdekken. 

Wordt één met die Bron, o kandidaat! 

Wordt één met hetgeen verborgen is geweest en nu voor u openbaar werd! 

Wordt één en trek u terug uit het land der veelheid! 

Want God is eenheid en zijn Zoon des Lichts kan Hem slechts herkennen door de eigen ziele-eenheid! 

Wordt één, opdat gij de verdwaalden-in-de-veelheid deze innerlijke God-der-Eenheid bekend make! 

Amen

Zijt gij gekomen tot eenheid, kandidaat? 

Hebt gij de veelheid kunnen terugwijzen tot het niets en u kunnen keren tot de eenheid van het ondeelbare ziele-atoom, waaruit het Individuum geboren moet worden? 

Zo gij de veelheid dient, hoe denkt gij dan de zelfstandigheid van het Individuum te kunnen leren kennen? 

Gij, die de eenheid kent, bundel uw kracht, vul uzelf en deze ruimte met de trillingen van het oeratoom waarin alle leven besloten ligt. 

Er zijn zovelen, die zoeken, hoewel zij menen gevonden te hebben. 

Hun gedragingen getuigen van hun misvatting en hun smarten vertellen van hun innerlijke leed. 

Indien gij dan de macht van de eenheid van het ziele-atoom kent, en ervaren hebt dat deze macht u het Leven schenkt, hoewel gij niets anders deedt dan uzelf dagelijks vernietigen, bewaar dan uw ziele-ervaring als een machtige trilling en breng deze over op hen, die zichzelf van dag tot dag verwonden, die zichzelf verzieken en zichzelf verstenen en zichzelf verharden in de waan. 

Spreidt harmonie om u heen.

Zendt gedachten uit van vergeving, van begrip, van medelijden. 

Bouw om uzelf een veld van harmonie en reinheid, een trillingsveld van liefde en begrip. 

Genees hen, die disharmonie uitzenden, door hen te beroeren met de eenheid van de zieletrilling. 

Genees hen, die zichzelf geestelijk vermoorden, door de trilling der liefde uit te zenden. 

Genees hen, die zichzelf verstikken door het pantser der arrogantie, door deemoed uit te stralen. 

Gij hebt de kracht opgenomen, nu gaat gij de Kracht uitstralen. 

Concentreer uw Kracht ..........

Gij zijt nu één trillingsvolheid, waarin alle hoge gaven van de kandidaat samengebundeld liggen. 

Uw gedachten zijn rein en harmonieus. 

Er is rust in uw hart.

Er is stilte in uw wilsdrift. 

Gij zijt nu vanuit het zijn  dezer wereld, opgeklommen tot het Niet-Zijn, waarbinnen de Stilte u Het Leven brengt. 

Trek vanuit dit Niet-Zijn een etherische krachtlijnen-stelsel ver rondom u. 

O Licht der Lichten, waarin alle Boodschappers hun Levenskracht vonden, begeleidt onze pogingen. 

Kandidaat, culmineer uw Niet-Zijn in de hulp aan hen, die lijden, lichamelijk, geestelijk.

In de Stilte, waarin onze ikcentrale-vormen sterven, zijt Gij, O Licht, en arbeidt! 

Amen

Gebed

In het wonder van de Eenheid, treed ik toe op het hart van Uw trillingsvolheid, O God! 


Alle stromen vallen uiteen en de zucht van het trillende zieleleven vindt eindelijk weerklank in de ruïnen van mijn eigen hart. 


Niemand is er, die U kennen kan, O Oer-Eenheid, die niet geleerd heeft de aanvallen uit de veelheid der aeonische machten door de Stilte van Uw atoomkracht te wederstaan. 


In deze overweldigende aanraking van Uw Eenheidskracht, O Onkenbare,rest mij slechts de stamelende bede: Vergeef mij, Heer!


Want Uw mede-lijdende Liefde is eindeloos en kent mijn verborgen hunkering. 

Amen


Moge gij sterk worden door de intuïtieve Kennis omtrent de Eenheid Uwer Oorsprong, O kandidaat, zodat gij niet blijvend fale!



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene