Gij, die u gewend hebt tot de Gnostieke Waarheid en daarmede een einde hebt gemaakt aan uw strijd en uw gerichtheid op de horizontale levensmethoden, zult niet langer toegeven aan uw innerlijke verdeeldheid, die u her- en derwaarts kan voeren, zonder dat gij uzelf kunt beschermen tegen de tegenstrijdigheid, die u opbreekt. 

Zodra gij het Licht der Gnosis hebt leren kennen, behoort gij de Rust van het Zekere Weten binnen te gaan en alle andere aan u geprojecteerde beelden moeten u niet beroeren. 

Gij staat in de Zekerheid der Gnosis, zodra de binding tussen u en het Universele Licht is hersteld. 

Uw uren mogen niet meer gevuld zijn met gedachten van vrees, met twijfel en angsten, want hij die de Gnosis heeft leren kennen kan de grootste Kracht in zichzelf binnenlaten. 

Deze Kracht komt uw '"kleine kracht" tegemoet en vervult u met die alles overwinnende ziele-eenheid, die u de dagelijkse omstandigheden doet vergeten en u omringt met de trilling der Geestzon, zodat het Licht u geheel doordringe. 

Bewaar daarom uw zekerheid - denk er aan dat hetgeen gij gevonden hebt in de Gnostieke Verlossing, nergens op aarde te vinden is en dat allen, die zich uitputten in intellectuele of mystieke uiteenzettingen niets anders doen, dan zichzelf en hun medestanders op interessante wijze bezig houden. 

Indien gij waarlijk een Gnosticus worden wilt of zijt, hebt gij u tot de verticaal omhoog gaande uitweg gekeerd en uw interesse voor der de dingen dezer wereld, hoe boeiend ook, vermag niet u los te maken van het Gnostieke uitreddingsbeeld. 

Er zijn velen, die wanhopig gezocht hebben en het hoogste dat zij vinden konden, was een interessante leerstelling, die tot dogma werd. 

Daar waar de Gnosticus in de kandidaat, opstaat, daar wordt hij opgebroken, omdat het Licht, van het Inzicht in hem doorbreekt. 

Gij zult daarom niet verontrust worden over de werkingen des Lichts in u, die u van tijd tot tijd reinigen en uw oude mens aantasten, zodat gij u aangegrepen gevoelt door het geweld der innerlijke confrontatie. 

Hij, die in de Gnosis opgeheven wordt, wordt beproefd. 

Wanneer de slaap der dogmatische verstening over u valt, zijt gij wederom teruggevoerd tot in de horizontale wegen, die alle binnen een cirkelgang rondslingeren en geen ziel bevrijden van het aardse geweld. 

De vermoeiden en de lauwen keren vrijwillig terug tot de cadans van het wereldse zoeken, maar de Gnosticus rukt zich los uit de aanvallen en de schijn dezer Chaos en gaat zich opwaarts bewegen, als één die zich bevrijden gaat van de modderige stroom der doodsrivier. 

Hij klimt op tegen de sprankelende, lichtende stralen van de Levensfontijn en ziet niet om naar hen, die hem tegen willen houden. 

De kandidaat, die het ziele-leven verkiest boven het leven van zijn persoonlijkheid, is de sterke; hij, die een vast geloof bezit, een innerlijke kracht, een rustige zekerheid, een diep geworteld weten. 

Hij kan niet beleerd worden, maar de Kennis van het Oerweten wordt in hem blootgelegd door een enkel woord, een enkele ervaring, een enkel gebaar. 

Hij gaat de weg van innerlijke exploratie en alles wat hij verneemt is als een oude, lang vergeten klank, die wederom in hem opstijgt en zijn ziel doet trillen. 

Deze klank vermenigvuldigt zich daar, waar zielen tezamen zijn, en hij bouwt een Veld in en rond de zielen, waarin zij zich koesteren als bloemen in de zon. 

Degenen, die zich tot de Gnosis wenden zullen met weinigen zijn, want wie wil zichzelf offeren terwille van de ziel? 

Wie wil al zijn wensen, zijn vermogen, zijn eer terzijde stellen, terwille van een zwakke ziel, die hunkert om terug te keren in haar oorspronkelijk Tehuis? 

Deze onbaatzuchtige levensinstelling, terwille van een ongrijp-bare, innerlijke trilling, is slechts mogelijk voor hen, die ont-waken uit een vergetelheid, en binding krijgen met een aloude Wereld, waarvan de Herinnering hen dermate overschaduwt, dat er geen gedachte meer gewijd wordt aan alles wat uit de uiterlijke, bekende wereld komt. 

Het zoeken van deze kandidaat is daarom slechts op een voortgaan gericht, op een opstijgen met behulp van krachtimpulsen, die in zijn innerlijk vrijkomen en hem aansporen tot verder gaan. 

Hij wil niet stilstaan bij de omstandigheden, die hem trachten gevangen te nemen in hun benauwenissen, noch wil hij zich storten in de uiteenzettingen van hen, die hem zoeken te verbinden met wereldse doeleinden. 

Maar hij behoudt zijn vrijheid, als een zielegave, die hem echter dwingt contact te zoeken met hen, die eveneens de Oergnosis gevonden hebben en geen tehuis meer vinden in deze wereld. 

Hij, die waarlijk de Geest verkiest boven de stof, past zijn leven daarbij aan, hij doet één schrede voorwaarts, in vrijwilligheid en ongebondenheid, en de Geest zal hem tegemoet snellen om hem op te trekken in de bescherming des Lichts. 

Deze eerste schrede is bepalend voor uw leven, kandidaat.

Het is de schrede, die u bevrijdt van het horizontale pad, zowel mentaal als mystiek, en die u het onderscheidingsvermogen schenkt tussen de werkingen van de stof en de werkingen des Geestes. 

Gij moet bewijzen waarlijk zo spiritueel te zijn, dat gij alles opzij wilt zetten om uw ziel te redden. 

Die horizontale mentaliteit, waarbij gij alles als nutteloos ziet, en gij liever uitstelt dan heden te doen, moet u vernietigen, omdat het een erfenis is van mislukte, horizontale pogingen. 

Dat wantrouwen, dat in u woekert, moet u vergeten; gij zult de eerste schrede op de Gnostieke Thuisweg moeten zetten door het wegwerpen van alles wat u tot nu toe belastte. 

Daarom telt de eerste schrede zwaar, kandidaat. 

Het is de stap die uw Vrijheid bewijst, niet de vrijheid aan de hand van een leraar of meester, maar de Vrijheid onder leiding van uw eigen Innerlijke Meester, die uit niets anders bestaat, dan uit die levende, zwakke trilling der ziel. 

De eerste schrede verandert u, in een oogwenk, in een tel, want de bevrijding van de waan neemt alle maskerade van u af en gij zult dan zijn, zoals gij waarlijk zijt.  De oogst van uw ziele-ervaringen maken u tot wie gij zijt. 

Vergeet vooral niet, kandidaat, dat de omstandigheden waarin de zichzelf bevrijdende mens moet leven, zich verzwaren zullen, zodra er van enig ziele-bevrijdend resultaat sprake is. 

De aandacht van de natuur-aeonen richt zich nooit op hen die geen belang stellen in zielevrijheid, maar is uitsluitend gericht op de kandidaten, die de eerste schrede zetten, waardoor de ring van Saturnus breekt en het Licht door de Poort gaat schijnen. 

Zij, die opwaarts gaan, en de horizontale ban verbreken, worden het middelpunt van twee velden, van twee machten. Het Oerlicht houdt zich gereed om hen bij te staan, de natuur aeonen waken of er nog iets aan de kandidaat is, waardoor zij hun heerschappij over hen kunnen uitoefenen. 

Gij gaat uzelf tonen, kandidaat. 

Gij zult uit uzelf naar buiten komen, omdat gij moet. Want slechts de ziel kan de eerste schrede zetten en daarvoor moet zij zichzelf tonen in al haar naaktheid, in haar schijnbare armoede en gij, kandidaat, gij zult niets mogen vrezen. 

Gij zult moeten bewijzen, dat gij het grote vertrouwen bezit in uw innerlijke Meester, die Kracht van den Beginne, want daarin ligt het verschil tussen u en de horizontaal gerichte mens. 

Gij wéét dat gij een ziel bezit. De hunkering is daarvoor te sterk. Gij wéét dat er krachtimpulsen zijn, die uw ziel aandoen en die u moed en volharding schenken. 

Uw zoeken en dolen is uit de ziel geboren en niet uit het intellect of uit een gebroken hart.  

Uw verlangen is niet gericht op vermeerdering van uw eigen macht, uw eigen kennis, uw eigen vermogens, maar uw ver-langen is uitsluitend op de groei der ziel gericht. 

Uw ziel en gij zijn één! 

Zo intensief één, dat gij de gevangenis der ziel en uw persoonlijke belemmeringen bijna als een pijn gevoelt. 

Uit deze gevangenis ontsnappen is uw verlangen, en Opgaan in de stroom van die eeuwigdurende harmonie, waarin de pijnen der ziel wegebben, waarin u dat hongerende verlangen niet meer gevoelt, waarin u eindelijk een Tehuis vindt, waar de trawanten der natuur-aeonen u niet pijnigen. 

Deze innerlijke verdeeldheid brengt u de noodzaak van het "wakende zijn". Heel het leven is één waakstonde voor de kandidaat, die op de Grote Thuisweg is, want na iedere licht-aanraking volgt de aanval der natuur-trawanten, die de ziel van alle kanten belagen, en gebruik maken van de versteende gevallenen die hun dienaren geworden zijn. 

Daarom lijkt de Thuisweg voor de Gnostieke kandidaat één grote worsteling, slechts hij, die de eerste schrede gezet heeft, weet dat het Licht van de Trooster hem tegemoet komt na de eerste zielekreet, die in waarheid en hunkering door de Poort heenklinkt. 

Richt u in denken, gevoelen en willen op de zieletrilling, kandidaat; ruk u los uit die maalstroom des gewonen levens, tracht althans abstract de eerste schrede te zetten, en bemerk hoe het Licht u nadert en u omringt, zodat niemand u kwaad kan berokkenen, noch de omstandigheden u kunnen doen neervallen in de verstening. 

Trek u omhoog aan de Lichtimpuls die indaalt - in uw denken - in uw gevoelen - in uw willen, en laat het Licht u geheel doortrillen, opdat u de pijn vergete, opdat u uw noden vergete, opdat u gereinigd worde, opdat u geheeld worde. 

Neem wederom van deze Balsem der Heling, opdat u zolang mogelijk leven kunt uit de herinnering en de trilling dezer genezing. En leg opnieuw de gelofte af voor uw innerlijk Tribunaal. De Gelofte om de ziel te bevrijden en tot haar God terug te laten keren. 

Dan hernieuwt u uw Gnosticisme en kunt gij alle natuurgebonden aanvallen en belemmeringen weerstand bieden, door u te verbergen in het Universele Licht, dat door de Gnosis, door de Waarheid der Terugkeer in u nederdaalt. 

Verberg u NU - na uw innerlijke reiniging - in de trilling des Lichts en neem daaruit  uw voeding voor de komende periode op uw levensweg, opdat gij geheeld zult worden en eens Heler kunt zijn, opdat gij de Kennis Gods herkenne en daaruit uitdele aan hen, die hun ziel liefhebben. 

Kandidaat, wordt vrij van de stof, opdat de Geest uw ziel bedekke. 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene