Het Universum wordt verlicht door de grote Eenheid, en niets is er, dat deze Eenheid scheiden kan. 

De mens is een samenstelling van tegengestelden - slechts de ziel is één. 

Daarom moet er in u de Leegte komen van het waarachtige Niet-Zijn, O kandidaat, zodat gij met uw innerlijke zintuigen de eenheid schouwen kunt, zonder dat gij deze eenheid verscheurt door de strijd van uw tegengestelden. 

Ziekte en dood zijn de gevolgen van de strijd tussen de twee wezens, die u tot woning gekozen hebben. 

Gij zult slechts aan één van hen uw leven kunnen schenken. 

Waakt daarom over uw Leven, dat het niet genomen worde door degene, die onrechtmatig over uw krachten beschikken wil. 

Gij leeft uw leven van alledag, doch er zullen ogenblikken moeten zijn, die gij aan het Licht der Lichten wijdt, wilt gij deel krijgen aan het Eeuwigheids-principe, dat alle dood uitbant. 

Indien gij de harmonie der eenheid wilt toelaten in uw hart, in uw wezen, zult gij enkele ogenblikken van uw dag moeten schenken aan de stromen der Eenheid, die wachten totdat de deur des harten zich ontsluit. 

Niemand kan verwachten dat de hoge trillingen der Oereenheid tot de mens komen, zo hij in afweer zijn gehele wezen gesloten houdt. 

Gij zijt een individu, een atoom, bezien vanuit uw zielekern. 

In dit atoom schuilen machtige krachten, die zich ontplooien wanneer gij binding verkrijgt met het Woord ten Leven, dat in de Oertrilling verborgen ligt. 

Zodra gij het verbroken lied der tegengestelden laat verstommen, O kandidaat, zult gij uw oor kunnen openen voor het Lied der Eenheid, dat ziekten geneest, dat wonden toesluit en dat gespletenheid samenvoegt tot eenheid. 

Hebt gij, tijdens uw gebondenheid aan uw dagelijkse arbeid, ooit een enkel ogenblik aan de Kracht uwer Ziel gewijd? 

Hebt gij, terwijl uw denken in beslag genomen werd door de werken der uiterlijkheid, ooit een enkele gedachte kunnen zenden tot de Bron des Lichts? 

Hebt gij, gedreven als gij wordt door de noodzaak van uw levensbestaan ooit enige energie kunnen geven aan de Werken van het Ware Leven? 

Steeds opnieuw moet de mens losgerukt worden uit de hem omringende trillingen van het gewone bestaan; als lianen omstrengelen zij zijn wezen en verstikken de innerlijke hunkering, die hem zou kunnen opwekken tot de Werken der Eeuwigheid. 

Gij moet daarom bedenken, kandidaat, dat uw dagen u geschonken worden opdat gij door de loop der uren de trilling der Ziel in uzelf zoudt kunnen doen ontwaken. 

Uw Leven behoort u niet toe. 

Het is voor u de mogelijkheid om de Terugweg te kunnen ontdekken. 

Uw Leven behoort aan de Bron des Levens, de Kern des Vuurs, waaruit uw ziel gevallen is om zich over te geven aan de trillingen der verstening. 

De Wet der Liefde gebiedt, dat de tijd niet zal ophouden te bestaan, voordat alle zielen teruggekeerd zijn in het Huis der Eeuwigheid, waar de Trilling des Almachtigen hun het Leven der Heerlijkheid schenkt. 

Uw aarzeling, kandidaat, belemmert de Werken der Uitredding, uw lauwheid ten opzichte van het zieleleven verschuift het tijdstip der uitredding, en uw offerande aan de moloch dezer wereld versterkt de hevigheid der vijandelijke aanvallen. 

Waarom is er in u die doorlopende strijd tussen het Ja en het Neen? 

Waarom laat gij toe, dat de demonen der materie u nagelen aan hun ommuringen? 

Waarom is die Hunkering der ziel, die u opwekt tot het zoeken naar de Uitweg, slechts krachtig wanneer de nood u bedrukt? 

Weet gij nog steeds niet, kandidaat op de Weg-der-Rozen, dat hij, die waarlijk zoekt, de toetssteen der Goden niet kan ontlopen? 

Weet gij waarlijk niet, dat hij die het Licht innerlijk bezit, overvallen wordt door de trawanten der duisternis, daar hij voor hen een bedreiging vormt? 

Indien gij u echter, van dag tot dag verbonden houdt met de trillingen des Lichts, door uw gedachten rein te bewaren,  door uw hart niet te laten medeslepen door de verleidingen der vernietigende emoties, door uw wil niet te offeren aan de begeerte naar materiële doeleinden, dan kan u niets geschieden.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene