Uit de schoot van Uw Alomtegenwoordigheid voortgekomen, O Trilling der Volmaaktheid, zijn wij neergedaald in de velden der verbrokenheid en het Lied der Eenheid kan zich door onze lippen niet meer vrijmaken. 

Generatie na generatie zoekt zonder ophouden naar de Melodie der oerherinnering, doch zij vermogen de trilling van het Absolute niet meer te grijpen. 

De eeuwen snellen heen en de tijden Uwer kosmische wetten worden vol zonder dat de mensheid bij machte was het Aloude Lied der harmonie weer te vinden. 

Weemoed vult daardoor de harten van hen, die hunkeren.

Wanhoop vult de harten van hen, die zoeken en niet vinden kunnen. 

Bitterheid vult de harten van hen, die meenden gevonden te hebben, terwijl de leugen hunne harten brak. 

Jaren en eeuwen zijn geen maatstaf in de eeuwigheid Uwer Volheid, O Gnosis van den Beginne, doch de mensen zijn moede geworden door de tegenstand der materie, door de aanvallen der eerzuchtigen, die slechts vermeerdering van het eigenbelang zoeken. 

Hoe lang zal de aarde nog getuige zijn van de inspanningen der onvermoeiden? 

Hoe lang zullen zij, die hoopvol Uw Melodie trachten te vinden nog moed bezitten? 

Overal razen de hartstochten van hen, die zich vergrijpen aan Uwe Wetten en een veld van reine Stilte en Bezinning is niet te vinden in deze orkaan van geweld. 

Daarom voegen wij ons tezamen in één verlangen, in één hun-kering, in één levensopgave. 

Wij vullen door ons denken, ons gevoelen en ons willen deze Plaats met rein verlangen, met een oprechte Roep tot U, O Licht der Eenheid, opdat Gij zult nederdalen in dit veld van ons be-scheiden pogen en ons omringt met het Lied Uwer Heerlijkheid. 

Uit Uw aanwezigheid putten wij de moed tot verder voortgaan op de Weg naar de Verborgen Bron Uwer Geheimenissen. 

Wij vullen ons met de trilling van Uw Alkracht en ademen uit het Leven van Uw Sfeer. 

In deze Reinheid van Uw Alomtegenwoordig Lichten, O Meester van al wat is, hervinden wij de Sleutel die ons in staat zal stellen de Poort te openen, die Gij ons geschonken hebt. 

Niemand kan deze Sleutel overreiken, dan Hij, die ons de Deur tot de Eeuwigheid gegeven heeft. 

Daarom wachten wij, in oprechte overgave, in innig verlangen, totdat Gij ons waardig bevonden hebt Uw Sleutel tot het Ge-heimenis te herkennen. 

Velen zijn tot U gekomen in wanhoop, vele in arrogantie, velen in de overmoed van hun sterke denkkracht, maar wij komen tot U in het vaste besef van deze ene overtuiging der Oude Bood-schappers: "De som van alle weten is dat ik niets weet!" 

Bij Uw Gnosis, die als een stroom van Waarheid, Kracht en Liefde over de wereld uitstraalt, is ons weten niets dan een strohalmpje, waaraan wij ons vastgrijpen in deze maalstroom des levens, waarin duisternis zo dikwijls de Zon Uwer Glorie bedekt. 

Er is, O Vader van alle Leven, geen verleden, geen heden en geen toekomst binnen de werkingen Uwer Arbeid en de trillingen Uwer Sferen. 

Het verleden wordt gevormd door de ervaringen der ziel, die leringen van node heeft om Uw Waarheid te onderkennen. 

Het heden wordt gevormd door onze zielestaat, waarin de vrucht der leringen begint te rijpen. 

De toekomst is een abstractie, gevormd door de hunkering der ziel, die zich uit haar gevangenis tracht los te maken. 

Verleden, heden en toekomst zijn één beeld, weerspiegeld in de zielematerie en wij scheiden dit beeld in gisteren, vandaag en morgen. 

In waarheid, O Eenheid, is er slechts het Lied der Wijsheid, dat luid, dan wel zacht in onze zielezintuigen weerklinkt. 

Tijd is de afgescheidenheid die onze zintuigen vormen, en leed is haar metgezel, terwijl vreugde als een nar hun gangen door de eeuwen begeleidt. 

In dit schimmenspel der schijn-levensstaat zijn wij de spelers, die zich gewend hebben aan de uitvoering van het spel. 

Er is daarom, o kandidaat, die uw voeten gezet hebt op het Pad van Verborgen Wijsheid, slechts hoop voor u, zo gij u losmaakt van dit schijnbestaan en de werkelijkheid van deze façade der levens doorziet. 

Uw hart worde niet getroffen door de misleidingen, die zich in schone klederen aan u voordoen, noch door de ontroeringen, die het gevolg zijn van het leed der uiterlijke misvormingen. 

Uw hoofd worde niet bedrogen door de kennis der eerzuchtigen, die uw ziel niet vermag te doortrillen, noch te ondermijnen. 

Uw wil jage de hartstochten niet na, die opwellen uit de misleidingen rond hart en hoofd. 

Wij zeggen u, kandidaat op de Olijfberg, dat uw waarachtige zintuigen slapen, zo zij doorlopend in de afgrond uwer uiterlijke zinnen valt. 

Hoe zult gij de Berg des Levens kunnen beklimmen, zo gij niet geleerd hebt de Stilte der Zinnen te verwerkelijken? 

Hoe zult gij het Woord van de Ene Meester kunnen vernemen, wanneer uw gehoor vervuld is van klanken, die zich slechts in de sferen der tijden manifesteren? 

Hoor, kandidaat! 

Er is slechts één Woord tot schepping, één Woord tot verwerkelijking, één Woord tot verlossing. 

Om dit ene Woord strijden miljoenen, discussiëren duizenden, doden ontelbaren. 

Dit Woord is de Oertrilling, die in uw ziel besloten ligt en dat gij kennen zult, zodra gij één geworden zijt met uw ziel. 

Daarom zult gij leren luisteren, kandidaat. Luisteren naar de trilling van dit Ene Woord ten Leven, dat door de Meester van het Universum vanaf de Olijfberg tot u gesproken wordt. 

Gij hebt u, in het reine ademveld binnen de lichtkrans der Olijven aan de voet van de Logos gezet en sluit uw zintuigen der wereld, opdat uw ziel-zintuigen geopend zullen worden door de aanraking van de Vader-Moeder der Levenden. 

De Stilte sluit zich als een reinigend kleed om uw leden, en heel uw wezen neemt de adem van deze Stilte der Vernieuwing in zich op. 

U bouwt zo het reine ademveld der Verandering om u en in u en Hij, die beschikt over uw Poort tot Vernieuwing, zal deze ont-sluiten, wanneer Hij het moment gekomen acht. 

Uw Ik-wezen trekt zich terug in de schaduw en zal daaruit niet meer naar buiten treden, want gij zult leren, o kandidaat, dat Hij die binnen de Stilte tot u komt, u leiden kan over de weg des levens. 

Gij zult leren niet te oordelen over uw naasten, die de slaaf zijn van hun ikzuchtige heerser. 

Gij zult leren zachtmoedig te zijn voor hen, die in onwetendheid anderen smarten toebrengen. 

Gij zult leren uw medemens te zien als een hongerende, die zich vult met de giftige voeding der onvolmaaktheid en daardoor zelf vergiftigd wordt. 

Gij zult leren Kracht te putten uit het Krachtveld IN u, dat daar gespreid wordt door de Aanwezigheid van de Ene Levende, die in de Stilte op uw Deur klopt. 

Gij zult leren de wanhoop te verdrijven door de steeds terugkerende helende Trilling van het Lied der Heerlijkheid, dat zich binnen de Stilte der Reinheid aan u bekend maakt. 

Hoop is de hunkering der ziel, o kandidaat. 

Moed is de kracht der ziel. 

Geestelijke Herkenning is de gave uwer ziel. 

Zo uw ziel zich vrij bewegen kan In u: gezegend zijt gij, O kandidaat 

Zo uw ziel zich vrij verheffen kan tot de Bron van haar bestaan, gezegend zijt gij, O kandidaat. 

Zo uw ziel de terugweg vindt via uw wezen, gezegend zijt gij, O kandidaat.

Dan zult gij verstaan dat ziekte niet werkelijk IS! 

Dan zult gij weten dat smarten in deze ziele-eenheid ondergaan. 

Dan zult gij ervaren dat alle Kracht tot overwinnen In u is, als een genade, als een Antwoord van de Vader-Moeder der Levenden, op de Roep uwer ziel. 

In het Rijk, waartoe uw ziel behoort, is het Licht, O kandidaat. 

Laat daarom het Licht zelve uw Deur openen, opdat gij één en al Licht worde. 

Laat dit Licht u helen. 

Laat dit Licht u terugvoeren tot de eenheid der Goddelijke Harmonie. 

Laat dit Licht over u beschikken, omdat gij uit dat Licht zijt en tot dat Licht wilt terugkeren. 

Uw hoofd zij in het Licht, O kandidaat. 

Uw hart zij vervuld van Licht, O kandidaat. 

Uw wil kniele voor dit Licht, O kandidaat. 

O Licht, dat om ons en in ons is, neem onze zielen en héél hen. 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene