Genezingsmeditatie 21

De eerste zes pagina’s van deze genezingsmeditatie ontbreken.

Maar Gij zijt daar, Universele Kracht, Universele Meester, Vader der Levenden!

Zodra gij ons omhult met de goddelijkheid van Uw Vibratie, wordt onze zwakheid tot Kracht en onze onvolkomenheid wordt weggenomen. 

Gij hebt door Uw Adem het Leven Uwer Heiligheid in ons overgedragen en wij zullen daaruit leven, totdat Gij ons roepen zult tot de Opstanding in Uw Werkelijkheid.



Onze bede, o Licht, is slechts deze:

Bewaar ons ten allen tijde, opdat Uw heiligende, vernieuwende Ademtocht, niet verzwakke. 

Laat deze Adem het Licht onzer zielen aanwakkeren, de bedekking der eeuwen verjagen, en, indien het mogelijk is, versterk in ons de Daad der Verwerkelijking, opdat wij ontwaken zullen op het Uur dat Gij komt. 

Heer, Eenheid, waarin alle tegenstellingen ineensmelten, laat de harmonie Uwer Levenssfeer allen heiligen. 

Amen


O Alles doortrillend Licht, waar zo velen naar zoeken, waarover zovelen spreken, waarop velen zich concentreren, waarover velen zich valse beelden vormen: indien Gij niet in mij waart, hoe zou ik U kennen? 

Indien Gij niet als een onuitwisbare Kracht in mij aanwezig waart, hoe zou ik U kunnen vinden? 

Mijn ziel kent de klank van Uwer Oertrilling, doch mijn wezen is te lang verborgen geweest in duisternis om de klank Uwer Logos te kunnen vertolken. 

Mijn ziel hoopt op Uw Adem. o Leven des Levens, zij gelooft in Uw Tegenwoordigheid en zij kent Uw Kracht. 

Daarom houdt zij niet op U aan te roepen in de bange uren, waarin het onvolkomen wezen, dat haar gevangen houdt, zich op zijpaden begeeft en speelt met de verlokkingen, die het Beest uit de afgrond zo rijkelijk over de aarde werpt. 

Er is, o Enige Kracht, o Oerbron van alle Goddelijke Bestaan, buiten U geen die het Boek des Levens lezen kan, geen, dan zij, die het Leven Uwer Goddelijkheid belijden en het Lied der Verwerkelijking gezongen hebben. 

Wie zou mij van Uw Alkracht kunnen verwijderen? 

Wie zou mij, zo mijn ziel leeft, van Uw Heerlijkheid kunnen terughouden? 

Er is, o Levende, niemand die zich tussen U en mij stellen kan, dan de middelaar, die Gij mij ter beschikking gesteld hebt en die zich  verborgen houdt op de Plaats in het midden van het Land van Asia. 

Gij hebt mij begiftigd met de materialen tot de Volmaakte Schepping. 

Zou ik dan iets of iemand vrezen? 

Zou ik dan voortgaan met het arbeiden met onvolkomenheden van deze natuur? 

Gij hebt, als een Genade en een Volmaakte Liefdedaad, Uw Kracht in ons allen verborgen. 

Zij, die dit weten, prijzen U in hun dank, loven U in hun vreugde. 

Zij zullen U belijden door het volmaakte materiaal, waarin Uw Kracht verborgen ligt, op te graven uit de bedekking der duisternis, opdat Gij, Vader, Heer, Adem van mijn Leven, leven zult door hen, en zij door U! 

Deze Openbaring, deze Apocalyps zal het doel zijn waarvoor wij leven, en allen, die hierin geloven, zullen leven en geheiligd worden. 

Daar Uw Naam met lichtende letters op hen geschreven zal staan! 

Heer, Vader der Levenden, heilig hen, die hun Leven in U verborgen houden! 

Amen

Gebed

O Licht, alle vergissingen lossen zich op in Uw Barmhartigheid en de wonden der ziel sluiten zich door Uw Liefdebalsem. 

Er zou geen reden zijn voor vrees, noch gevoelens van angst en pijn, zo wij de Trilling van Uw Adem binnen zouden laten. 

Laat ons verstaan dat verbreking en dood verschijningen zijn uit het Land van Maya. 

Laat ons, door de zekerheid van Uw Kracht, die als een Parel in ons verborgen ligt, de beroeringen van Maya overwinnen. 

Laten wij hen terug mogen wijzen tot in het Land der Schemering. 

En laat ons, gehuld in het Kleed Uwer Stilte, Uw Kracht mogen bewaren tot de ure gekomen is, waarop wij het Woord der Schepping verklanken kunnen. 

Leer ons het Lied der Berusting kennen, O God, opdat hart, hoofd en handen, niet falen in de stonde dat Gij komt. 

Amen


Moge de Verwerkelijking komen als een apotheose, wanneer gij wakende zijt, O vriend, O vriendin! 



1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene