Genezingsmeditatie 20

O Licht, alle Leven wordt uit u geboren 

O Licht, alle Leven keert terug tot uw Bron neem ons op in de Beweging van uw Stromen en doortril ons Met de zang van Uw Harmonie.


Eén zijnde in u, O Licht 

zink ik neder in het Meer der Oneindige Klaarten. 


Mij dompelende in de stralen van de eenheid uwer Vader-Moederkracht 

verneem ik weder de Waarheid van het Eerste Geheimenis.


O Machtig Vuur - Licht - Warmte 

brandt in mij het Teken van Uw heilig Verbond.

Amen


Zoekende naar de verlossing van het mij smarten brengende Ik, ben ik gegaan langs de wegen van vele leringen. 

Mij verdiepende in de wet dezer wereld, mij geheel verliezende in de woorden van hen, die meenden te weten, vond mijn ziel Uw antwoord niet, o Heer. 

Ontelbaar zijn de wegen, die verondersteld worden te leiden tot de Verlichting door het Antwoord uit uw Mond. 

Moeizaam zijn de pogingen, die ondernomen werden om te komen tot de eenvoud van de harteklop van het Ene Ware Leven. 

En het zoeken gaat voort, dagen worden jaren, jaren worden eeuwen en de tijd houdt niet op de uren uit te wissen, die gevuld werden met het onderzoeken van de wijsheden dezer wereld. 

Niettemin bleef gij, O God, verborgen achter de sluiers van het mysterie van het Eerste Licht. 

Gij hebt het Al geschapen, doch niemand heeft het geheim vernomen van de machtige energie uwer Wezenheid. 

Niemand heeft het Eerste Woord  kunnen verstaan, dat Gij uitsprak om het dode tot leven te wekken, daarom zoekt men zonder ophouden voort. 

Miljoenen dragen kennis, doch weten niet. 

Miljoenen ervaren wijsheid, doch ontdekken de bron van haar bestaan niet. 

Miljoenen doen goede werken, doch hun ziel stijgt niet op tot de Hoogten van Uw Troon. 

Er is hunkering, er is verlangen, er is één drang tot wéten. 

Gij zijt God, Gij ziet de rookkolommen van de altaren omhoogstijgen en Gij kent de baan van hun weg. 

Gij wéét, wie aanbeden wordt. 

Gij weet wie door U gekend wordt en wie U kent. 

Er is geen geheim dan het Eerste Geheim, dat in u besloten ligt en dat niemand vermag te ontsluiten dan zij, die verlichting verkregen hebben in het diepste van hun ziel. 

Gij zijt één. 

Om U scharen zich de velen, die U naderen door hun trillings-volheid, doch Gij blijft één en alleen. 

Gij zijt het grote Alomtegenwoordige IK, waaruit de zielen hun bewustzijn ontvangen, buiten U bestaat geen ik, allen zijn schimmen, die een spel opvoeren terwille van hen, die in het bedrog zijn verstrikt. 

In mij bewegen zich de gedachten, als een onophoudelijke cadans van komen en gaan, er is geen stilstand. 

Slechts in Uw Goddelijke Denken vindt mijn denken Vrede. 

In Uw Denken, O God, legt mijn denken zich ter neder als in een Lichtgrot, waar het wacht op de Nieuwe Geboorte die over mij komen zal als in een Lichtflits. 

In dit Bethlehem van den Beginne verbergt mijn ziel zich in de Diepe Vrede, die als een stralend wonder voor mijn geestesoog staat. 

Mijn ik gevoelt zich beven onder de geweldige Lichtkracht, Heer, waarin de Verlichting over mij zal komen, als een Heiliging, als een Heling, als  een Verandering. 

Miljoenen vertelden mij van deze wonderbaarlijke Verandering, doch, luisterende bij de harteklop van uw Wezen, vindt mijn eigen mond geen woorden om dit eenmalige Gebeuren te verklanken. 

Hoe eenvoudig is Uw Geheim, o God! 

Hoe diep zijn de Waarheden, die achter Uw Schepping liggen! 

Hoe volmaakt zijn de wonderen van het Goddelijke Al, dat slechts uit Uw Energie leeft! 

Laten zij, die zoeken naar de Waarheid, niet te ver van de Bron uwer Diepten afwijken, o God, laten zij niet vallen in die afgrond der 

veelzijdigheid, die verdeelt, aleer zij tot de Eenheid gekomen zijn. 

Laat hen leren , dat denken en gevoelen slechts één doel behoren te kennen en dat zijt Gij, o Almachtige. 

Laat hen ondergaan in de vergoddelijkte eenheid van het Eerste Weten,van die Eerste Liefde, van de Eerste Werken. 

Zo àllen deze Eenheid zouden onderkennen, zou haat niet opstaan in de harten der mensen, zouden vijanden vrienden worden, zouden religies sterven en worden tot de Ene Overtuiging, die voortspruit uit het eeuwig Kloppende Hart der Oer-Waarheid. 

Vele pogingen zijn ondernomen om terug te keren tot U, o Licht der Lichten, vele wegen zijn daarvoor aangewezen, vele methoden aanbevolen, doch Gij bleef onaantastbaar staan en Gij nam slechts diegenen op, die langs de trilling van het Eerste Woord tot U kwamen. 

Velen gingen onder met hun pogingen, velen stierven de zieledood door hun pogingen, velen raakten verward in de verleidingen dezer wereld. 

Daarom o Licht, wij weten dat ons hernieuwde streven slechts zegen kan afwerpen, zo enkelen erin zouden slagen de trilling van de eerste Klank te vertolken. 

Gij zijt ver - en zeer nabij. 

Gij zijt in ons - om ons - Gij zijt Boven - Gij zijt Beneden. 

Er is slechts een enkele Klank van node om U te bereiken, een enkele handeling is noodzakelijk om U te herkennen. 

Niettemin is het komen tot deze klank en deze handeling moeilijk, o Licht, daar wij in de veelheid der ideeën gestort zijn, daar wij in de chaos beneden verdwaald zijn geraakt en het licht dezer doodsnatuur voor Uw Licht aangezien hebben. 

U te kennen is gelijk onszelf kennen. 

U doorgronden is onszelf doorgronden. 

Uw Geheimenis ontsluieren is het allereerste Geheimenis in onszelf blootleggen, opdat daaruit het Woord ten Leven op de vleugelen der Inwijding zich verheffe tot uw Troon. 

Wij kennen U niet, o God, daar wij onszelf niet kennen. 

Wij zijn laf, en vermoeid en praalzuchtig, en wij zijn doof geworden door de cacafonie van het eigen ijdele ik, dat zijn leringen doorlopend in ons gehoor schreeuwt. 

Indien wij ons tot U wenden, o Licht, is het op aansporing van de fluistering der ziel, die niet sterven wil, zo zij het Leven nog in zich voelt bewegen. 

Zouden wij erkennen dat wij arm zijn en naakt, en ellendig, en arrogant en dood, dan zouden wij de eerste stap op de Weg der Verlichting gezet hebben. 

Dan zouden wij kunnen geraken tot de innerlijke Blijdschap, waarin het ik onzer persoonlijkheid zich terugtrekt in de schaduw van het ziele-wezen, dat zich gereed maakt om de plaats-in-het-midden in te nemen. 

Zo het zoeken naar het Licht ophoudt, komt er stilstand; in deze stilstand richt het ik der stofgeborenen zich op, en bereidt zich een plaats op de zetel der ziel. 

Houdt daarom nooit op met zoeken, kandidaat, want niet de zoeker is arm en zonder weten, maar hij die zegt gevonden te hebben en niet bemerkt hoe peilloos de Wijsheid des Geestes is, welke door niemand vermag doorgrond te worden dan door hem, die nooit ophoudt te zoeken naar de Bron dezer Wijsheid. 

De weg der zoekers is hard, doch het pad waarlangs de pelgrims der Lichtende Waarheid zich heenspoeden is harder nog, want zij neemt geen einde, dan daar waar het ik gestorven is en de ziel met een juichkreet haar Kernkracht binnengaat. 

De harde ervaringen worden echter verlicht door het stralende aureool van het nader komen tot het Licht. 

De pelgrim wordt door duizenden stralen tot het Licht getrokken en de pijnen en smarten worden vergeten in de onmetelijke verlichting, die deze nabijheid schenkt. 

Zo gij voort wilt gaan, kandidaat, zo gij verder wilt gaan en uzelf niet verheerlijken wilt door de begrenzing van de stilstand, richt u dan naar binnen - op het Oeratoom in u. Richt u naar binnen - en treedt via dit Oeratoom naar buiten, zo een kleed van stralend Licht om uzelf heenwevende. Weest echter gewaarschuwd, kandidaat! 

De heerlijkheid van deze Inkeer wordt u pas in al haar majesteit geschonken, wanneer gij de Verlichting nadert. 

Indien er immers duisternis in u is, waar zoudt gij dan het Licht moeten zoeken? 

Hetgeen binnen is, is ook buiten en hetgeen buiten is, is ook binnen. 

Blijf daarom de zoeker - blijf de hunkerende - blijf de deemoedige - en exploreer uw weg tot in de geboortegrot, waarbinnen de Volheid des Lichts u omzetten zal, in een oogwenk, in een stip des tijds. 

Gijzelf zult daarbij in Stilte nederzitten, gij zult het Rijk van Nirwana binnenschouwen, en de  trillingen van dit Nirwana, van dit Niet-Zijn, zullen de omzetting bewerkstelligen. 

Deze Omzetting is niet moeilijk, noch zwaar te volbrengen. 

Deze Omzetting IS - zodra gij, o pelgrim, de hoge eenvoud bereikt hebt, die de bron van alle Waarheid is. 

In deze eenvoud ligt de Wijsheid.  In deze eenvoud ligt de Waarheid. 

In deze eenvoud bestaat God - het Licht - de Eenheid en de Diepe Vrede van Bethlehem.  Ga deze Vrede binnen - via de poort uwer ziel. 

Ga binnen in het innerlijke Rijk des Lichts en zet u neder onder uw eigen Bodhi-boom - en laat de Stilte van het grootse Nirwana over u komen. 

Wacht totdat de trillingen van het Nirwana uw ademveld bereikt. 

Wacht in geduld en vertrouwen - zo gij blijft hunkeren, en hopen, en zoeken, - in oprechtheid - zal uw Naam opgetekend worden in het Boek der Levenden, want dan zijt gij één der Verlichten. 

Ga binnen in het Rijk des Lichts, en zoek het Lichtatoom, opdat Licht uw deel worde! 

Ame

Kandidaat des Lichts, er zullen vele verzoekingen komen op uw weg, en gij zult deze verleidingen alleen moeten tegentreden, daarom zult gij in uzelf de zekerheid van de ware kandidaat moeten bezitten:

  • de zekerheid van het geloof 
  • de zekerheid omtrent de Ene Waarheid 
  • de zekerheid van uw innerlijke Licht 
  • de zekerheid van uw onuitwisbare Vreugde 
  • de zekerheid van uw onderkenning van het Oeratoom 
  • de zekerheid van uw innerlijk Weten  
  • de zekerheid van het Vertrouwen  
  • en de zekerheid van de Eerste Liefde. 

Deze Acht Gaven, al zijn zij slechts als kiem aanwezig, schenken u de overwinning en niemand kan u belemmeren op de Weg tot de Verlichting, zo gij deze gaven tot ontwikkeling brengt. 

In de Achtbladige Roos der Verlichting ligt de redding van uw ziel en die van uw medemensen besloten. 

Denkt er echter aan, ernstige pelgrim, dat deze Roos zich nooit ontvouwt op gezag, noch door dwang, noch door kunstmatige methoden, maar de volle schoonheid van deze Roos komt pas tot ontluiken, wanneer gij haar verzorgt volgens de regels van de Wet der Verborgen Wijsheid en deze zult gij kennen, zodra gij de eenvoud des harten binnengaat en uw innerlijke Nirwana betreedt. 

In de reine lucht van dat Nirwana groeit deze mystieke Roos, door het Licht der diepe, innerlijke Inkeer ontvangt zij het Leve en als de tijd aangebroken is, waarop haar laatste blad zich openvouwt, dan stroomt het Licht als een Nieuwe Adem door uw leden en verlicht al uw verborgen bronnen, al uw kernen. 

Zo zult gij één en al Licht zijn, ja, gij zult dan "de Verlichte" genaamd worden en gij zult zijn als de gekruisigde, daar uw ik dezer natuur zichzelf geofferd heeft en zijn plaats schonk aan het Ik uwer ziel. 

Dan zijt gij Boeddha, de Verlichte, en Christus, de Wedergeborene in één. 

Dan zijt gij een atoom geworden van de eeuwigheid, waarin Boodschappers onophoudelijk geboren worden en sterven terwille van de verlossing der mensheid. 

Dan streeft gij niet meer naar verlossing, want gij kent dan de vrijwillige gebondenheid uit liefde tot de mensheid. 

Dan spreekt gij niet over verlichting, want het Licht is IN u, en Om u en gij zijt het Licht geworden. 

Dan is er die grote eenvoud - die rijkdom tot armoede maakt en armoede tot rijkdom.

De denkers tot kinderen maakt en kinderen wijsheid schenkt en die allen daar stelt in naaktheid en waarheid - en zij zullen zich niet schamen, want op deze wijze wordt de eerste stap tot de Verlichting volbracht. 

Zij, die verlicht zijn, heiligen hun medemensen, zij lenigen pijnen en drogen de tranen van hen, die smart ervaren. 

Zo gij dan, kandidaat, een Licht in u vindt, arbeidt met dit Licht.

Zo gij dan een vleug van het Nirwana in u vindt, heel door dit Nirwana. 

Zo gij dan Wijsheid in uzelf onderkent, bewijs haar door de Vrede van Bethlehem uit te dragen. 

Laat door uw aanwezigheid Vreugde geboren worden. Laat door uw aanwezigheid Licht geboren worden. 

Laat door uw aanwezigheid Heiligheid geboren worden. 

Daar waar u gaat, wees een Vonk des Lichts en verbreidt de gaven der Verlichten. 

Neem al wat gij bezit, en schenk aan allen, die het waardig zijn. 

Het Licht der Lichten vermenigvuldige uw gave. 

Amen

Gebed

Pelgrims zijn wij, O God, op weg naar   Land der Stilte, Hunkering is de Voerman, die ons het Pad verlicht.


Mogen stormen razen - oceanen beuken, laat in het geweld van dit gebeuren niet sterven dan, mijn hunkering naar Licht.


Gij kunt mij naakt zien, arm, ontgoocheld, God, doch diep in mij leeft nog 't Verlangen naar Uw Woord.


Alles mag mij ontvallen, Heer zo slechts het Lied der Stilte blijft zingen in mijn hart.


Zolang Gij, Machtige Geestzon! staat aan 't firmament van mijn ademveld, blijf ik de zoeker, God naar ’t allereerst Begin waarin Gij de Klank ten Leven nederzond. 

Amen


Verzamel uw innerlijke gaven, o kandidaat herken uw rijkdom - en beken de armoede uwer levensstaat. 

Wordt het bewijs van het Levende Lied des Heren en draag uw Vreugde  uit!




1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene