Genezingsmeditatie 19


Universele God! 

Schepper van mijn levenskracht - 

Kern van mijn denken - 

Hoop van mijn hart.  


Mijn leven geef ik U - 

Mijn krachten wijd ik U - 

Mijn vrede is in U! 


Heilig - Heilig - Heilig - zijt Gij, almachtige Vader ! 

Amen


Afgrond zonder einde - hoogte zonder einde - Gij, niet te meten Kracht - laat mij mijzelf verliezen in Uw aanwezigheid - laat mij mijzelf vergeten doordat mijn ziel in U overgaat, daar zij uit dezelfde materia bestaat. 

Woorden zijn te arm om U te benaderen - gedachten zijn te vaak als haastige vogels, die hun eigen horizon zoeken. 

Mijn kennis is als een droppel die slechts minimaal Uw oceaan van wijsheid overdraagt - daarom verzink ik in de stilte die mij Uw aanwezigheid bekend maakt.  

Staande aan de ingang van Uw Lichtland, o Verhevene, buigen wij ons neder in ootmoed en eerbied, want hetgeen onze aardse ogen nimmer aanschouwd hebben zal zich nu voor ons ziele-oog openbaren. 

Er is niemand onder ons, die de kracht van Uw Licht peilen kan, doch wij naderen de Bron van Uw Levenskracht en openen onze harten in vertrouwen op Uw Genade. 

Zodra wij de grenzen van Uw Sfeer overschrijden, o God, houden alle uiterlijke gebeurtenissen op te bestaan en glijden alle harde levensontmoetingen weg in de alomvattende ervaring van de Aanraking Uwer Heerlijkheid. 

Neem ons op in het Niet-Zijn naar deze aardse natuur, opdat al hetgeen ons belemmert, al hetgeen ons hindert en ons belet denken en gevoelen in Uw grootse Werkelijkheid te tillen, van ons valle als verdorde bladeren. 

Te dikwijls worden wij bepaald bij de onbelangrijke gebeurtenissen van alledag, die hun verwarrende lijnen optekenen in ons bewustzijn en ons verstrikken in hun doodlopende wegen. 

Er is niets dat verstikkender werkt dan het zich overgeven aan gedachten van wanhoop, treurigheid, en twijfel. 

Als bloedzuigers hechten zij zich in ons wezen vast en zuigen al onze kracht weg, zodat wij achterblijven als lege omhulsels, waarbinnen de zielestem geen enkele weerklank meer vindt. 

Hoedt u daartegen, o discipel, want het zich overgeven aan deze gedachten doet meer kwaad dan een verkeerde handeling; trek u steeds weer terug in het Veld waarin Schoonheid, Reinheid en Licht u omhullen kunnen en tracht uzelf niet in de weg te staan, zodat helpende krachten u kunnen toevloeien wanneer uw ziel daaraan behoefte gevoelt. 

Het heeft totaal geen nut, o discipel, wanneer u zich van tijd tot tijd vult met Lichtkracht en het daarna weer vermorst door u over te geven aan alle negatieve werkingen der wereld.

Wanneer u wilt bouwen, moet u waarlijk verder gaan en niet doorlopend afbreken wat u in uw goede ogenblikken gebouwd hebt. 

Gij hebt een basis ontvangen; op die basis moet gij nu het Hemelse Gebouw optrekken en niet steeds terugzien op uw mislukkingen die u volgen, zodra gij hen roept. 

Bouwen in spirituele zin betekent: u steeds terugtrekken in het reine etherveld, opdat u onbereikbaar zult zijn voor de negatieve en destructieve inblazingen van de oude mens, die u steeds vergiftigt met zijn eigen dualiteit. 

Om op te kunnen gaan in de Oer-Eenheid, waarin de disharmonie sterft, moet u beginnen met de gespletenheid in uw eigen innerlijk uit te bannen. 

Daarom moet u leren luisteren in de werkelijke betekenis van het woord; zo u de spirituele gedragslijn niet volgen kunt, betekent dit, dat u niet luisteren kunt met het innerlijke gehoor; maar dat u doof en blind blijft zodra u door de impuls van het Licht de Ene Weg opgestuwd wordt. 

Waarom ligt u zo gevangen in die overheersing van het oude zelf, o discipel, waarom laat u zich regeren door een wezen, dat u zegt te verafschuwen? 

Slechts zij ontvangen de Kracht, die het waardig zijn en bewijzen met die Kracht te willen arbeiden, daar hun ziele-hunkering hen voortdrijft tot de Overwinning. 

Wanneer wij ons tezamen voegen in een Veld van Heiligheid, wil dat zeggen, dat wij behoefte gevoelen aan Licht, Kracht, Geest. 

Zo gij dan de Kracht ten Leven NIET absorbeert, pelgrim, wat voor nut heeft het een ziele-bevrijdende Weg te bewandelen? 

Wanneer u de toegevoerde Lichtkracht omzet, wordt het een Levenskracht die u helpt de oude neigingen en overheersingen te overwinnen.  

Gij zijt begenadigd, o pelgrim, want de tijden zijn hard geworden en velen gaan onder in de lichtloosheid van dit aardse bestaan, doch gij hebt vreugde gevonden in de Geest des Levens, en gij kunt daarin opgenomen worden ten Leven en NOOIT daar meer uit gaan. 

Zo uw wil zwak is, uw hart moede en uw hoofd toegesloten, hoewel uw ziel hunkert, wel, zet u dan neder en laat de vibratie der reiniging over u heen stromen als een loutering. 

Wees niet verborgen in uw verharde denken, uw negatieve emoties, uw zwakke wil, maar ontledig u: denk niets, doe niets, wees als een beker, die gevuld wil worden. 

Zo gij gevuld zijt met giftige materie, hoe kunt gij verwachten dat het Licht op u toesnelt. 

Hoe kunt gij menen dat de Kracht ten Leven komt, terwijl gij terneder zit als een afwijzende. 

Gij zult zijn als een kind, dat in onbewuste ootmoed wacht op het grote 

Wonder dat hem voorspeld werd. Het verloren-gaan van deze eenvoud maakt u tot een verbitterde, een strijder, een prooi van allerlei heersers, die zich vermaken met uw lijdzaamheid. 

De terugkeer tot het kindschap is de eerste voorwaarde voor de gecompliceerde mens, die zich eeuwenlang gevoed heeft met de zieke vruchten dezer natuur. Hoewel gij weet dat gij ziek zijt, door het leven uit de bron dezer natuur, houdt gij niet op uzelf daarmede te voeden. 

Waar is uw Goddelijke Zelf, die Metgezel, die u vergezelt op die Ene Weg ten Leven? 

Waar is uw geloof in het Licht? 

Waar die gave, die u tot een uitverkorene maakt boven hen, die onwetend zijn? 

Ik zeg u, pelgrim, indien gij stil blijft staan bij de schelp, en u niet hebt vergewist van haar waardevolle innerlijk, kunt gij niet spreken over het 

Ene Leven, kunt gij niet hunkeren naar het Licht der Hemelse Opgang. 

Gij zult eerst hetgeen innerlijk IS moeten kennen, voordat gij daarover spreken kunt, voordat gij daarnaar hunkeren kunt, 

Uw hunkering is pas waardevol wanneer zij bewust gericht wordt op de innerlijke Schat, die door haar gekend wordt. 

Indien gij dan heen en weer blijft dwalen tussen Licht en Duister, tussen opgang en neergang, kent gij dan uw Doel wel, pelgrim? 

Toen gij uw voeten zette op het Pad van Verborgen Wijsheid wist gij toen, als in een innerlijke apotheose, waarheen gij uw schreden richten wilde? 

Zijt gij nog steeds de zoeker, die de uiterlijke vorm der schelp beziet, zonder te hunkeren en te zoeken naar hetgeen binnen is? 

Zodra gij de vorm der schelp kent, o pelgrim, en de toegang tot haar innerlijk vindt, werp dan de schelp weg en behoudt de parel, als een bewijs van schoonheid en reinheid. 

Sta niet stil bij de uiterlijke vorm, noch bij de grillige contouren van de schelp, maar zoek naarstig naar de toegang tot het innerlijk en herken uzelf als de overwinnaar, zodra gij de trillende levenskracht van de parel in uw handen gevoelt. 

Houdt niet op met zoeken - laat u niet beïnvloeden door hen, die reeds lang moedeloos naast de weg zitten, maar volg de aanwijzingen van de innerlijke Wijze, die uit ervaring wéét hoe gij de Schat vinden kunt. 

Raak niet verward in de vele leringen, van hen, die ménen te weten, terwijl hun handen ledig zijn en zij de reinheid der innerlijke Parel niet kennen. 

Niemand kan u de Weg wijzen, dan de innerlijke Wijze, zo gij Hem maar wilt laten spreken, zo gij uzelf maar ontledigt, opdat zijn Woord en Kracht u vervullen kunnen. 

Dat is uw Arbeid, o discipel, de schelp openen volgens de aanwijzingen van uw innerlijke God, en er is voor u op deze wereld geen enkele andere taak, die uw ziele-aandacht, uw hart en uw inzet verdient. 

Ieder moment dat gij de schelp terzijde legt, in wanhoop, in teleurstelling, in ontmoediging, betekent een teruggang, want zodra uw aandacht niet meer op het zoeken naar het Innerlijk gericht is, bespringen u de belanghebbenden dezer wereld en trachten u gevangen te nemen in hun eigen belangen. 

Blijf daarom gericht, in één constante hunkering, in één doorlopende bezieling, op de Kostbare Parel der Wijsheid, en breng uw uren door met te peinzen over de toegang tot de innerlijke Schat. 

Wanneer u spreekt, laten het woorden zijn die trillen van bezieling voor deze Schat der Schatten, wanneer gij handelt, laat uw handeling in overeenstemming zijn met deze speurtocht naar Wijsheid en wanneer gij met vrienden verenigd zijt, luister naar hun ervaringen en help hen met uw ervaringen. 

Laat de Parel der Verborgen Wijsheid in het middelpunt van uw denken zijn, diep verborgen als een etherische gewaarwording in het midden des harten en als een belevendiging in uw ziel. 

Wees gij de schelp, o discipel, en straal de schoonheid van het Weten omtrent het bezit van de verborgen Parel door de omhulling naar buiten. 

Daardoor wint gij aan straling en schoonheid, de glans van de parel gaat reeds de ontdekking vooraf! 

Laat de wereld en allen, die hongeren en zoeken zien, dat gij de schelp zijt, die de Parel bevat. 

Deze stralende zekerheid brengt u sneller op weg naar de Poort-tot-Ontdekking en voert u, zonder strijd en forceren tot de Parel der Wijsheid. De Innerlijke Zekerheid van uw bezit zal u omringen als een aureool, en al zoudt gij de Parel nog niet in haar geheel aanschouwen, de straling van haar aanwezigheid trekken u naar de plaats waar zij verborgen is, en de wisselwerking tussen u en deze Parel veranderen u van een twijfelmoedig en bevreesd wezen, in de vreugdevolle vastberaden pelgrim, die geen innerlijke disharmonie meer kent, die zich niet meer laat slachtofferen door hen, die hem willen tegenhouden, maar die veranderd is in een waardevolle, zeldzame schelp, die veler aandacht trekt. 

Dat is een verandering, die tegelijkertijd een genezing is, want uw ziekte, o pelgrim, is niet van lichamelijke aard, maar veelal van geestelijke oorsprong. 

Zodra gijzelf verandert, zijt gij genezen en kunt gij genezen en ziekte zal u niet meer teisteren. 

Zet u daarom neder als een deemoedige en neem de schelp in uw handen en breng haar in de glanzen van het Onaantastbare Licht en beschouw haar met uw innerlijke oog. 

Zet u neder, o pelgrim, en verlies uzelf in de aanwezigheid van de innerlijke Wijze, en ga voorzichtig verder tot aan de Poort, die leidt tot de Parel der Wijsheid. 

Neen het Licht tot leidraad, en neem de Stem des Wijzen als Meester! 

Zet u neder, discipel, en laat u niet afleiden van uw Arbeid, maar zoek de toegangspoort, en baad u in de zegenende stromen van Wijsheid en Licht. 

Lààt u genezen - en weerstreef uw Genezer niet!

Amen

Machtig Licht, nu de stromen van Genade zich in en om mij bewegen als een golf van Goddelijke Openbaringskracht, voel ik mij wederom geheven tot Uw Volheid. 

Zijn alle aardse  trillingen van mij heengegaan en elke gedachte aan twijfel, wanhoop en bitterheid is gevlucht naar de oorden van hun duistere bestaan. 

Deze toestand van eenheid met het grote Licht vervult mij met vreugde en ik verwonder mij over de kleinheid van mijn oude Zelf, dat mij zo veelvuldig zijn tirannie heeft opgedrongen. 

In mij straalt het zekere weten, dat met Uw Hemelse Trilling, alle stofgebondenheid doorbroken kan worden en geen belemmering mij kan weerhouden van de overwinning, waarin ik geloof! 

In U, zo weet ik, o God, vinden al mijn dwaze problemen een oplossing, vinden al mijn hulpkreten een antwoord, vinden al mijn gebeden hun einde. 

Zodra ik mijzelf voel ondergaan in uw aanwezigheid, herken ik mijzelf als de nietige mens, die worstelt, terwijl er geen worsteling behoeft te zijn, die lijdt, terwijl lijden direct van hem weggenomen zouden kunnen worden. 

In het Licht van Uw Wijsheid, Heer, herken ik al deze dingen, al dit nutteloze streven, al die moeizame pogingen om de toegang tot de Parel te forceren. 

Ik herken mijn zwakheid, en mijn eigenzinnige wil, mijn domheid en mijn gespletenheid en ik gevoel mij dwaas in Uw ogen, o God, omdat Uw Licht mij ontelbare malen de fouten van mijn gedragingen heeft aangetoond. 

Het is voor de individuele mens vreemd om zich "dwaas" te voelen, o God, hetzij dan dat Gij Uw grootsheid als een zwaard des Lichts op hem gericht houdt, opdat hij getroffen worde in het hart van zijn eigen valse verhevenheid. 

Gij weet, Kenner van Uw schepselen, dat de Weg-Terug een gang is vol hindernissen en tegenstrijdigheden. 

Gij weet, hoe in het verborgene Uw schepsel zich verzet, terwijl Zijn mond schone woorden spreekt, en zijn handelingen vol uiterlijk vertoon van heiligheid zijn. 

Gij alleen weet hoe zijn hart een kuil vol bitterheid is en waar giftige slangen rondkruipen, die hem voortdurend hun gif inspuiten, waardoor hij veranderlijk wordt als een kameleon, vandaag U lovende, morgen de wereld erende, vandaag U aanroepende, morgen de wereld aanbiddende, vandaag U te hulp roepende, morgen de wereld om hulp smekende. 

Doch gij Barmhartige, Onkenbare, Alomtegenwoordige, staat als een onbeweeglijke Kracht in het midden van het Al en Uw stromen des Lichts blijven zich vermenigvuldigen. 

Gij zijt de Eenheid, die niet verandert, die nimmer faalt, die slechts Waarheid kent en geen leugen, die slechts Goedheid kent en geen kwaad, die slechts Liefde kent en geen haat, die slechts Leven kent en geen dood. 

Daarom snel ik steeds weer terug op mijn wegen en keer tot U terug, in wie ik van den Beginne geloofd heb, in wie ik blijf geloven, ook al verlaten allen mij en roepen de aanvallers "Ha Ha" wanneer zij mij in doodsnood tot U zien terugkeren. 

O Almachtige, zo ik U blijf zien, door al mijn noden heen, door al mijn belemmeringen héén, door al mijn smarten héén en vooral door al mijn menselijke overwinningen héén, dan blijft mijn Weg beschermd door de Lichtstromen Uwer Genade. 

Dan zullen allen met mij kunnen uitroepen: Het IS geschied, de Eenheid genas alle lijden. 

Neem allen op in die onbegrensde Eenheid en maak U bekend , o God!

Amen

Gebed

Neem mij op in het Leven van Uw Werkelijkheid, O Heer  

laat mij staan op het fundament van Uw Eenheid en laat mij waardig mogen zijn die Eenheid uit te stralen tot hen, die lijden door de verdeeldheid.


Heer, leer mij te zwijgen.  

zo mijn woorden Uw Klanken niet zullen kunnen vertolken.

Leer mij te bidden, zodra het monster der negatieve krachten mij overvalt en mij vernagelen wil aan het kruis dezer natuur.


Leer mij onder te gaan in zelfvergetelheid, zodra mijn IK opstaat in het bewustzijn van zijn macht. 


Léér mij niet slechts - maar zo Gij wilt, bescherm mij - tegen mijzelf - tegen al die vertegenwoordigers dezer doodsnatuur, die zich vermommen in een kleed van schijnheiligheid.


En als ik faal, vergeef mij dan, en dwing mij terug te gaan - opdat mijn ziel niet tevergeefs gebeden heeft, O God! 

Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene