Herschep de ziel in mij, O Licht, en maak haar tot de Oorspronkelijke Mens, die leeft uit Uw Adem. 

Sta niet toe dat de giftige adem van de dienaren der duisternis haar ademhaling belemmeren en haar neerwerpen in de stof der onvruchtbare aarde. 

Haar stem is zwak, O Licht, sinds zij gevallen is in de chaos van deze velden der schijn, sinds zij gedwongen werd te luisteren naar de cacafonie der disharmonische trillingen, die zichzelf trachten te bewijzen door hun lichtloosheid. 

Uit U, door U en met U is haar Levensgeboorte en zonder U wacht haar slechts de schijn-existentie, waarin de slangen des vuurs worden tot zevenkoppige draken, die hun vernietigende levensadem doorlopend in haar wezen blazen. 

Uit U is zij gevallen, door U moet zij opstaan, in U moet zij ondergaan en tot U moet zij opklimmen. 

Is er enig begin en enig einde aan deze ommegang? 

Is er een begin dat aangetoond kan worden door hen, die bewijzen zoeken in de grove vorm der uiterlijke dingen?

Gij zijt eeuwigheid, O Licht. En slechts zij, die eeuwig zijn en de eeuwigheid door haar trilling aangedaan hebben, kennen U en worden door U gekend. 

Waarom zouden wij vragen naar het begin, zo Gij daar zijt als een altijd aanwezige Kracht. 

Ieder moment is een begin en ieder moment is een einde, er is altijd wedergeboorte en altijd de dood, die niets anders betekent dan de ondergang in U, o Licht. 

Hoe zouden wij de grootsheid van Uw Majesteit beter bekend kunnen maken, dan door Uw Heerlijkheid uit te dragen via onze mogelijkheden? 

Hoe kunnen wij U beter dienen, o Licht, Bron van al mijn levenskracht, Adem mijner Ziel, dan U te smeken ons te gebruiken als middelaren in het Verbond, dat Gij met deze dalen der verbrokenheid gesloten hebt? 

Daarom o Licht, niet te meten Vuur, Oerbron van alle Zijn, Licht waarin alle menselijke liefde sterft om vernieuwd te herrijzen, wij voegen ons tezamen in één vragend bidden, in één kreet des harten:

Neem hetgeen waardig en lichtend aan ons is en vermenigvuldig het aan hen, die in onwetendheid lijden. 

Neem hetgeen aan Liefde in ons is en vermenigvuldig deze aan hen, die de liefdeloosheid als een god aanbidden. 

Neem al hetgeen aan Weten in ons is en vermenigvuldig het aan hen, die inzichtloos voortjagen op hun wegen naar de afgrond. 

Neem al hetgeen het Uwe is, o Licht, want hetgeen schoon in ons is, is het Uwe en hetgeen waardevol in ons is, is het Uwe. 

Neem alles wat Gij het Uwe noemen kunt en leg het op het altaar van Uw dienst opdat de Rook der versterving opstijge tot aan de Troon Uwer Heerlijkheid. 

O Licht, Wonder van Hemel en Aarde, Macht, Geest, Logos, Heiligheid, Waarheid. Liefde, doortril deze ruimte. opdat Leven zich manifestere in en aan allen, die dood zijn en stervende zich Uw Naam  herinneren. 

Doortril hen, O Licht!

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene