Genezingsmeditatie 17

O Licht waarin alle verdeeldheid sterft leer ons de stroom des Universelen Levens te volgen.

Neem ons op in uw Liefdehart, opdat wij de klop van het Eeuwige Zijn kunnen beluisteren.

En voer ons tot de Bron der Wijsheid waar Gnosis zijn bestaan vindt.

Amen


De tijd komt naderbij waarin u de trilling van het Absolute zult gewaarworden, o kandidaat. 

Hebt gij u toebereid? 

Zijn uw zintuigen teruggekeerd tot de bron van hun levensuitdrukking en hebben hart en hoofd het oude leven uitgedaan om zich geheel te keren tot een ander levensveld. 

Zolang gij geen afscheid kunt nemen van de gewoonten dezer stofsfeer, kunt gij het Pad der Verborgen Wijsheid niet succesvol betreden. 

Al uw ontberingen, uw leringen, en uw methoden zullen u niet baten, zo gij geen vaste grond gevonden hebt in de Aarde van het Nieuwe Levensveld. 

In die Aarde hechten zich de wortels van uw Levensboom om de etherische sappen van het Volmaakte Zijn op te nemen en door de slangenstaf omhoog te stuwen. 

Gij zijt gebouwd rond de Levensboom; als een onafscheidelijke metgezel volgt gij die Levensboom op al zijn wegen. 

Waarin vindt deze Boom zijn Kracht? 

Waarin zijn voeding?

Baadt hij zijn bladerenkroon in de straling van het Geest-Zonnevuur, opdat lichtende vonken aan deze kroon ontspringen?

Gevoelt gij u levend door de aanwezigheid van uw Levensboom of zijt gij moede geworden door het wegvloeien van uw energie?

Dan hebt gij uw Levensboom niet geplant in de Goddelijke Aarde, o kandidaat, maar zoekt hij zijn voeding in de tijdelijke wereld, die steeds ten prooi is aan op- en neergangen. 

Zo zult gij nimmer de Harmonie vinden, noch de rust om u te wijden aan de taal der Eeuwigheid, die zich niet stoort aan op- en neergang, maar de universele Stroom des Levens zonder ophouden volgt. 

Zo gij deze Taal der Eeuwigheid niet kunt beluisteren, waar bevinden zich dan uw zintuigen?

Zijt gij doof geworden, kandidaat, terwijl gij innerlijk hongert naar verrijking? 

Zijt gij blind geworden, kandidaat, dat gij niet bemerkt hoe het Licht des Geestes deze duisternis doorboort om u te bereiken?

Hoor! 

Open uw gehoorzintuig - open uw waarnemingszintuig. 

Eenmaal heeft de Universele Macht gezegd: Er zij Licht!   

ER IS LICHT, kandidaat!

Treedt naar buiten uit die kring der duisternis en leer uw gaven te ontplooien. 

Niemand is zonder gaven! Allen bezitten wij de Innerlijke Volkomenheid als een knop in ons. 

Lering na lering werd aan die knop overgedragen, doch zij bleef gesloten en ontmoette het Licht der Lichten niet. 

Doch deze hemelse erfenis heeft geen behoefte aan leringen om zich te kunnen ontsluiten, want zij gaat open onder de stralende warmte van de Universele Liefdekracht des Lichts en daarna - zo gij haar niet belemmert - volgt zij de ene Wet Gods, die besloten ligt in haar hart, gelijk de methode tot groei en bloei besloten ligt in de knop der bloemen. 

Luister naar de Stem, die via het hartheiligdom tot u spreekt, en sla geen acht op de luide stemmen der onwetenden, die u door schone woorden trachten te verleiden om één der vele zijwegen in te slaan. 

Er is slechts één Weg; die moet gij terugvinden, o kandidaat en deze Weg der Wegen begint IN uzelf en voert regelrecht omhoog tot in het Hart des Lichts. 

De slangen van de Harmonie des Vuurs, die zich om uw levens slingeren, zullen u het Vuur des Geestes doen toekomen, mits gij uw zintuigen daarop instelt, kandidaat. 

Er is niets onmogelijk en niets onbereikbaar. 

Zo gij u afstemt op de harteklop van het Universum des Lichts, dat deze kosmos doorstraalt en dat Leven en Licht mededeelt, daar waar het een geopende deur vindt. 

Zie naar de bloem, kandidaat, zie hoe zij bloeit en vreugde verzinnebeeldt. 

Zij kent de Wet Gods die niet anders gebiedt dan de lof te verkondigen van de Majesteit en Heerlijkheid van het Goddelijke Al. 

Daar gij de harmonie niet kent, zijt gij ziek, lichamelijk of geestelijk. 

Ziekte wil zeggen: verbrokenheid, chaos, disharmonie, strijd. 

Indien gij u terugtrekt uit het gebied waar ziekte heersen kan, zult gij gezond worden naar lichaam en ziel en de smarten der gespletenheid zullen u niet aandoen. 

Zo gij toch verstaan kondet, hoe gij uzelf de ergste pijnen berokkent! 

Hoe gij uzelf de zwaarste belemmeringen in de weg legt en niets anders doet dan uw ziel te hinderen bij het uitbreiden van haar vleugels. 

Ga mede op weg naar de Bron van alle Kennis, naar de oorzaak alle Leven en werp al die beletselen, die door de eeuwen heen aan u vastgeklonken werden, van u.  

Laten wij die gigantische berg der vervormingen doorgraven, en zo de één moede wordt, laat zijn medepelgrim op het Pad hem vervangen bij de arbeid, opdat deze berg, die alle uitzicht belet, overwonnen zal worden. 

Richt de blik naar binnen en gij vindt de mogelijkheid om de barricade te doorbreken; richt daarna de blik naar buiten en ook zij, die misschien nog niet weten, zullen de vonk des Levens gevoelen overspringen. 

Er is in werkelijkheid geen tegenstand. 

Er is slechts het Volkomen Zijn, dat ons aan alle zijden omringt en waarin wij opgenomen worden, zodra ons denken zich met dat Zijn verenigt. 

Begrenzingen zijn denkbeeldig, het kwaad is denkbeeldig, het leed is denkbeeldig. Al deze gewaarwordingen bestaan in de wereld van het onvolmaakte, die echter oplost, zodra het Volmaakte zijn tegenwoordigheid bekend maakt. 

Gij zult die Volmaakte-in-u leren kennen, zo gij u de moeite getroost uw wens aan Hem bekend te maken en dan in Stilte te wachten tot Hij zijn klop laat horen. 

Zie, Hij staat aan Uw deur en Hij klopt, doch hebt gij zijn klop reeds vernomen. 

Ga in uw binnenkamer, gij zoudt zijn klop eens niet kunnen vernemen, daar gij met andere dingen bezig waart! 

Dat is de eerste aanraking, kandidaat! 

De Rust om tot luisteren te komen, de Stilte waarin gij de klop zult kunnen vernemen! 

In dat Meer der Oneindige Rust kan de fijne trilling van het zieleveld tot u komen en uw Eeuwigheidsbeginsel beroeren. 

Gij moet echter stil willen zijn, gij moet waarlijk niet meer geboeid worden door die veelheid van beroeringen, die de uiterlijke wereld aandoen, maar gij moet zonder enig voorbehoud afstand kunnen doen van dit Maya. 

Er is een zwijgen dat van buiten komt en er is een zwijgen dat uit het innerlijk komt. Het uiterlijke zwijgen is dikwijls de bedekking waarachter de innerlijke Stilte zich verbergt. Doch het innerlijke zwijgen baart het uiterlijke zwijgen, het is nooit andersom. 

Uit de overweldigende schoonheid van deze Innerlijke Rijkdom groeit de verwondering in de kandidaat, en daarna de eerbied en zo ontstaat het Niet-Spreken als een eerbiedig geschenk, den Almachtige opgedragen. 

Deze kandidaat bemerkt hoe woorden de Stilte kunnen doen verbreken, hoe klanken, in onnadenkendheid gevormd, de schoonheid van het Wonder verlaagt tot banale verbeelding. 

Dit Wonder van het Innerlijke Zijn is niet in klanken uit te drukken, want elke, door de grofstoffelijke zintuigen te herkennen klank, is een vervorming van het Beeld der Eeuwigheid. 

Daarom zult gij binnengaan in het Niet-Zijn, in de sfeer van het ongevormde, in die onbegrensdheid van de Alomtegenwoordigheid waarin alle uiterlijke vorm ondergaat en slechts trillingen de Aanwezigheid van het Licht bekend maken. 

God is groot! Zo zult gij uitroepen, doch groter nog Hij! 

Want uw denken is niet bij machte de Bron des Lichts te meten, noch zijn uitstraling, noch zijn Levenskracht. 

Gij staat als een nietig schepsel temidden van het onmetelijke Universum en de trillingen des Lichts golven om u heen, als een gebed, als een sferenzang, als een Levensritme. 

Het is aan U, waardige kandidaat, om deze trillingen te verstaan, om hun levenskracht te onderkennen en uw lagere trillingen er door te laten  opheffen, opdat uw gehele wezen zal medebewegen op het hogere ritme van de Nieuwe Aarde, die achter de poorten wacht. 

Zie, dàt is scheppen: de hogere trilling doordringt u geheel en vormt in u  een levensveld, terwijl de lagere trilling zijn ritme terugtrekt en u niet meer benaderen kan.

Uit het Licht ontstaat Leven, trilling. 

Uit trilling ontstaat vorm,  verlangzaamde trilling. 

Zo u de omzetting bewerkstelligen wilt, zult u de hogere trilling tot u moeten trekken, opdat deze u omzette, van binnenuit, in een oogwenk, in een stip des tijds, en in dat moment zult gij uw Heilige ontmoeten en gij zult met Hem nederzitten onder de Levensboom, waar omheen de slangen hun heilige Acht tekenen en waarboven de Geestzon zijn vleugelen uitbreidt. 

"God is Goed", zo zult gij dan spreken, "en onuitputtelijk zijn Genade", doch gij kent de Genade Gods nog niet in haar volkomenheid, kandidaat, want deze momenten van Volmaking zullen in u bevestigd worden, zo gij het Licht zijn schepping laat vervolmaken. 

Dan wordt het Wezen des Lichts in u gevormd, als een volmaakt schepsel, dat door u gekend wordt en dat u kent. 

Dan pas zult gij de twee-in-één zijn, twee scheppingen, uiterlijk en innerlijk, maar toch één door de harmonie der slangen. 

En de ene, de uiterlijke, zal vervagen, sterven, oplossen. en gij, de Andere, zult voortsnellen langs de banen der vurige slangen en gij zult de Negen naderen, waarin de uiterlijk mens volkomen opgelost is en slechts de herinnering blijft, als een waarschuwing, als een lichte verbintenis met het hierbeneden. 

Dan hebt gij het Pad tot het einde toe bewandeld en een Nieuwe Fase sluit zich voor u open. 

Verdiep u daarom in deze wijdse verten en put uw Kracht daaruit, verlies u in de heerlijke beelden, die de trilling van den Almachtige aan uw geestesoog bekend maken en geef gehoor aan de Opdracht die de Wet der Liefde de ziel oplegt. 

Ken uw opdracht, kandidaat, zo gij de Liefde kent, kent gij erbarmen en doet hetgeen gij doen moet.

Amen

Herschep de ziel in mij, O Licht, en maak haar tot de Oorspronkelijke Mens, die leeft uit Uw Adem. 

Sta niet toe dat de giftige adem van de dienaren der duisternis haar ademhaling belemmeren en haar neerwerpen in de stof der onvruchtbare aarde. 

Haar stem is zwak, O Licht, sinds zij gevallen is in de chaos van deze velden der schijn, sinds zij gedwongen werd te luisteren naar de cacafonie der disharmonische trillingen, die zichzelf trachten te bewijzen door hun lichtloosheid. 

Uit U, door U en met U is haar Levensgeboorte en zonder U wacht haar slechts de schijn-existentie, waarin de slangen des vuurs worden tot zevenkoppige draken, die hun vernietigende levensadem doorlopend in haar wezen blazen. 

Uit U is zij gevallen, door U moet zij opstaan, in U moet zij ondergaan en tot U moet zij opklimmen. 

Is er enig begin en enig einde aan deze ommegang? 

Is er een begin dat aangetoond kan worden door hen, die bewijzen zoeken in de grove vorm der uiterlijke dingen?

Gij zijt eeuwigheid, O Licht. En slechts zij, die eeuwig zijn en de eeuwigheid door haar trilling aangedaan hebben, kennen U en worden door U gekend. 

Waarom zouden wij vragen naar het begin, zo Gij daar zijt als een altijd aanwezige Kracht. 

Ieder moment is een begin en ieder moment is een einde, er is altijd wedergeboorte en altijd de dood, die niets anders betekent dan de ondergang in U, o Licht. 

Hoe zouden wij de grootsheid van Uw Majesteit beter bekend kunnen maken, dan door Uw Heerlijkheid uit te dragen via onze mogelijkheden? 

Hoe kunnen wij U beter dienen, o Licht, Bron van al mijn levenskracht, Adem mijner Ziel, dan U te smeken ons te gebruiken als middelaren in het Verbond, dat Gij met deze dalen der verbrokenheid gesloten hebt? 

Daarom o Licht, niet te meten Vuur, Oerbron van alle Zijn, Licht waarin alle menselijke liefde sterft om vernieuwd te herrijzen, wij voegen ons tezamen in één vragend bidden, in één kreet des harten:

Neem hetgeen waardig en lichtend aan ons is en vermenigvuldig het aan hen, die in onwetendheid lijden. 

Neem hetgeen aan Liefde in ons is en vermenigvuldig deze aan hen, die de liefdeloosheid als een god aanbidden. 

Neem al hetgeen aan Weten in ons is en vermenigvuldig het aan hen, die inzichtloos voortjagen op hun wegen naar de afgrond. 

Neem al hetgeen het Uwe is, o Licht, want hetgeen schoon in ons is, is het Uwe en hetgeen waardevol in ons is, is het Uwe. 

Neem alles wat Gij het Uwe noemen kunt en leg het op het altaar van Uw dienst opdat de Rook der versterving opstijge tot aan de Troon Uwer Heerlijkheid. 

O Licht, Wonder van Hemel en Aarde, Macht, Geest, Logos, Heiligheid, Waarheid. Liefde, doortril deze ruimte. opdat Leven zich manifestere in en aan allen, die dood zijn en stervende zich Uw Naam  herinneren. 

Doortril hen, O Licht!

Amen

Gebed

Heer, nu ik het water van de Jordaan als werkelijkheid ben ingegaan breekt het Leven in mij baan van Uw onbegrensd Bestaan.


Alles wat mij eens weerhield verglijdt in nevelig verschiet en het Wonder dat mij wacht stuwt mij opwaarts door de nacht.


Niets kan mij weerhouden, Heer, van de  opgang in uw sfeer!


Toen Saturnus’ wijsheidsmacht als een rijkdom werd gebracht door de sterkte van uw Kracht stond op in mij der Slangen Macht.


Zo wordt nu de Bouw-gezeltot Meester in het Albestel.

Ziel en Lichaam, harmonisch lied, schenken hem 't Geheim om niet.

Amen


Ga dan voort , kandidaat, op het Pad dat ten Leven leidt en vreest niet, want het Licht der Lichten is IN u!




1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene