Er zijn weinigen, die Uw Wet verstaan en weten dat zij hun leven moeten geven, om het Uwe te leren kennen. 

De wereld en haar levenskomedie zijn vol met genietingen, die de kandidaat afhouden van de Weg der eenvoud, die tot Uw Hoogten leidt. 

Gebukt gaande onder de last van haar eigen leringen stikt de wereld en haar mensheid in de loze kennis en gaat onder door het verlies van Uw Wijsheid, o Machtige. 

Ik ben niet sterk genoeg om allen bij te staan op deze Weg tot de Hoogten, o God, en zij, die met mij gaan, kunnen niet vermijden dat velen gevangen genomen worden in de misvattingen omtrent Uwe Grootsheid. 

Laat mij zien, Vader der mensenzonen, dat zij allen, die blind en doof geworden zijn, beschermd zullen worden door de Wet Uwer Liefde. 

Zo dikwijls zwaaien de dommen de scepter der heerschappij, terwijl de wijzen gedwongen worden aan hun voeten te knielen en het stof der aarde te eten. 

Gij, Rechtvaardige, Heerser over Hemel en Aarde, kom mijn kleine inzicht tegemoet, verbreek de ketenen van mijn verstand, en laat mij zien hoe Uw Licht over een nieuwe Hemel-Aarde strijken zal, om allen, die nu nog smarten lijden, op te trekken in de volmaaktheid van Uw Levenssstaat. 

Zullen dan alle woorden der verachting en der smaad uitgedaan worden, o God? 

Zullen allen, die de wijzen bespotten en hen ter aarde werpen, tot Kennis komen en Uw Naam loven in alle eeuwigheid? 

Laat allen, die Uw Licht gegrepen hebben, dit ten allen tijde behouden tot eer van Uw Heerlijkheid. 

Laat hen nimmer vallen in de schijn der Waarheid, want in deze tijd van verwarring staan er vele valse getuigen op, die roepen "Here Here", en hun mond is vol verheerlijking en hun lippen spreken Uwe Naam vol eerbied uit, doch hunne harten zijn vol bitterheid en wrok en hun bloed is doortrokken van kwaadwilligheid en hun hoofd beraamt plannen tegen de doorbraak van het Licht der Lichten. 

Vloedgolf na vloedgolf spoelt over de hoofden van Uw dienaren, Heer, en de kandidaten op het Pad der Wijsheid, klemmen zich kreunend vast aan de enkele lichtstraal, die het zwart der tijden kan doorboren. 

Doch vele stormen kunnen woeden, zeeën kunnen beuken, de vijanden kunnen zich samenspannen, toch is er in mij die Stem der Herinnering, die mij voortjaagt langs het smalle Pad, en diep in mij ruist dat Goddelijke Meer der Heerlijkheid, waarin mijn ziel zich baden kan en zich kan toebereiden op de komende dingen, waarin Uw Stem en Uw Majesteit, Hemel en Aarde tot de Wet der Heerlijkheid terug zullen roepen. 

Wanneer ik zo voor u sta, met allen, die mij terzijde staan, met allen, die zich willen nederbuigen voor de grootsheid van Uw majesteitelijke Licht, gevoel ik hoe de aarde zich openen gaat en hoe miljoenen kelen een kreet van ontzetting uitstoten, die echter verloren gaat in het hallelujah-geroep der geveinsden. 

Laat deze poging om u te bereiken, deze povere doorbraak tot Uw Heiligheid, enkelen van dienst zijn, enige noden lenigen, innerlijke armoede opheffen. 

In deze kolking der barensweeën van een Nieuwe Tijd, zijn wij een fluistering, en wij zouden onder gaan in de woeste wielingen dezer geforceerde geboorte, zo Gij niet, O Licht, uw aanwezigheid bewees temidden van onze Arbeid. 

O Gij, Leven van mijn Leven, Gij Vlam in wie alle denken ondergaat, in wie alle hartepijn sterft door de warmte der onaardse koestering. 

Wie ben ik, zo Gij niet waart? 

Wie ben ik, zo Gij niet lichtend achter mijne pogingen stond? 

Geboren uit tijdelijkheid, ga ik op tot Uw Levenskracht en zingen mijn krachten in mij het Lied van Uw Oernatuur, waarin Hemel en Aarde zich tot elkander overbuigen om het Woord der On-eindigheid elkander toe te fluisteren. 

O Gij, die alle Begin kent, en die het Einde weet voordat dit zich aan de mensheid geopenbaard heeft, zoudt Gij een vleug van Uw Alkracht aan mij willen bekend maken. 

Ik ben de kandidaat, de pelgrim, de discipel, die luistert naar de Woorden van Uw Zoon op de Berg der Versterving. 

Ik keer in tot mijzelf om Uw Hemelvaart in mijn ziel te aanschouwen. 

Ik keer in tot het Begin in mijzelf, opdat Uw Wijsheid mij de voortgang openbare. 

O Machtige Onuitsprekelijke God, laat mij U vinden in de kamer van mijn hart. 

Doe alle tegenstand in mij verstommen en neem mij op in de Eenheid van Uw Harmonie. 

O Licht, Gij kent mijn kleinheid, neem mij op in de onbegrensdheid van Uw trilling.

Amen

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene