Het leven heeft mij geleerd, o God, dat er geen volmaking bestaat buiten U, dat er geen Leven bestaat buiten Uw Ademhaling, dat er geen licht bestaat buiten de stralingskracht van Uw Geestzon. 

Door de wielingen des levens werden mij de ogen geopend, en mijn gehoor hield op te luisteren naar de klanken van deze wereld, die steeds ondergaan in stervensweeën. 

Toen inzicht tot mij kwam ben ik een ander Leven begonnen, o God, waarin uw Stem centraal staat, waarin Uw Doel alle aandacht opeist. 

Hoewel mijn wil gericht werd op Uw Liefdewerking, en de Wet Uwer Volmaakte Natuur mij bewees dat Uw Hand alle koorden tezamenhoudt, gaan er toch uren en dagen voorbij, waarin mijn ziel te zwak is om de Roep des Lichts uit te zenden. 

Mijn pogingen stranden zo dikwijls op de vlakten van het oude leven, waar ontelbare misleidingen mijn aandacht proberen te boeien. 

Daarom kom ik iedere keer wederom tot U als een boetvaardige, als één die zijn schuld bekent, want het Gebed der Godszonen begint met de schuldbekentenis der deemoedigen. 

Gij hebt, o Licht, mijn zwakke kracht gehuld in de bescherming van Uw Liefde en telkens verjoeg gij het beeld der duisternis uit mijn hoofdheiligdom, opdat Uw Wijsheid zou kunnen weder-keren. 

Doch de uren waarin de duisternis mij benard zijn lang en zwaar, o Licht, zij verstikken mij, wanneer mijn ziel zich verbergt in de tere trillingen van haar levenskracht. 

Wij moeten steeds opnieuw de Weg-Terug tot U vinden, daar deze door onszelf herhaaldelijk toegesloten wordt in de loop der dagen. 

Gedachten van angst, zorg en vrees, gevoelens van twijfel en ongeloof bespringen ons van alle zijden en trachten ons gevangen te nemen in hun web. 

Maar Gij, o Licht, zijt eeuwig, onaantastbaar. 

Gij staat als een  Lichtend Teken aan de Hemel van mijn Denken en mijn hart gaat zich overgeven aan de koestering van Uw aanraking.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene