Genezingsmeditatie 16

O Vuur van den Beginne. 

O Lichtende Geest der Reinheid.

O Alkracht der Onbegrensde Ruimte. 


Leef gij in ons, opdat wij tot Leven kunnen komen en Leven kunnen schenken.


Universele Christus' Geest  

Middelaar tussen Leven en Dood, 

Poort tot de Gewijde Sferen.


Toon ons de Hof der Zielen, opdat wij weten zullen; 

Toon ons de schoonheid der helende Levensstromen.


O Bron der eeuwige Ademhaling, wij begroeten u!

Amen 


Wanneer wij ons gereed maken om een Genezingsdienst op te dragen doen wij dit ten dienste van onze medemensen en ten dienste van onszelf. 

Zoals wij reeds gezegd hebben: een Genezingsdienst is niet uitsluitend bestemd voor hen, die lichamelijk of geestelijk ziek zijn, maar hij heeft tot doel allen, die zich geestelijk bezinnen willen en vooral "herscheppen" willen, uit te tillen boven hun dagelijkse beslommeringen, en hen te verenigen met de hoge vibratie uit het Veld des Lichts. 

Zodra wij opgetrokken worden in het trillingsgebied der Levenden zal een stroom van vernieuwende krachten door ons wezen trekken en ons heiligen of helen. 

Allen, zieken en gezonden, worden zo gedurende enige ogenblikken waarlijk veranderd, hoe langer de kandidaat deze zijnstoestand vasthoudt, des te intensiever zijn omzetting zal zijn. 

Zij die erin slagen de trilling uit het hogere Levensgebied blijvend vast te houden, zullen bemerken hoe zij een innerlijke verandering ondergaan. 

Daarom is de Genezingsdienst er altijd op gericht u los te maken van uw gewone denkstramien en u buiten uzelf te plaatsen, opdat uw denken en gevoelen een vlucht kunnen nemen, die niet beperkt zal worden door de wetten dezer wereld. 

Wij moeten tezamen een grensdoorbraak bewerkstelligen;  door de invloed van de dienst moet de opeenhoping der onreinheid verwijderd worden en de Poort ten Leven in onszelf geopend kunnen worden. 

Keren wij ons nu tot onze Arbeid.

O Licht, uit wie en tot wie alle leven komt. 

Bron van alle religies, bron van alle denken, bron van alle gevoelen. 

O Christus-vuur, waarin alle leugen verbrandt, waarin alle onreinheid uitgedaan wordt, waarin alle lauwheid ten onder gaat. 

Tot U wenden zich allen, die hulp verlangen en die uitkomst zoeken voor de levensvragen.  Laat mij medegevoerd worden op de etherische golven van het Meer Uwer Reinheid.  Laat mij vergeten mogen alle dingen, die mij verre houden van het Wezen Uwer grootsheid. 

O Gij Eeuwige, die alle schepping doortintelt, die niet ophoudt Leven te zenden aan datgene dat dood geworden is. 

Die in Uwe Liefdekracht alles wilt opnemen, dat de warmte der Liefde ontberen moet. 

Leer mij de wording dezer Liefde kennen, opdat ik mijzelf Levend zal kunnen houden in de werkelijkheid van Uw Levenssubstantie. 

Het leven heeft mij geleerd, o God, dat er geen volmaking bestaat buiten U, dat er geen Leven bestaat buiten Uw Ademhaling, dat er geen licht bestaat buiten de stralingskracht van Uw Geestzon. 

Door de wielingen des levens werden mij de ogen geopend, en mijn gehoor hield op te luisteren naar de klanken van deze wereld, die steeds ondergaan in stervensweeën. 

Toen inzicht tot mij kwam ben ik een ander Leven begonnen, o God, waarin uw Stem centraal staat, waarin Uw Doel alle aandacht opeist. 

Hoewel mijn wil gericht werd op Uw Liefdewerking, en de Wet Uwer Volmaakte Natuur mij bewees dat Uw Hand alle koorden tezamenhoudt, gaan er toch uren en dagen voorbij, waarin mijn ziel te zwak is om de Roep des Lichts uit te zenden. 

Mijn pogingen stranden zo dikwijls op de vlakten van het oude leven, waar ontelbare misleidingen mijn aandacht proberen te boeien. 

Daarom kom ik iedere keer wederom tot U als een boetvaardige, als één die zijn schuld bekent, want het Gebed der Godszonen begint met de schuldbekentenis der deemoedigen. 

Gij hebt, o Licht, mijn zwakke kracht gehuld in de bescherming van Uw Liefde en telkens verjoeg gij het beeld der duisternis uit mijn hoofdheiligdom, opdat Uw Wijsheid zou kunnen weder-keren. 

Doch de uren waarin de duisternis mij benard zijn lang en zwaar, o Licht, zij verstikken mij, wanneer mijn ziel zich verbergt in de tere trillingen van haar levenskracht. 

Wij moeten steeds opnieuw de Weg-Terug tot U vinden, daar deze door onszelf herhaaldelijk toegesloten wordt in de loop der dagen. 

Gedachten van angst, zorg en vrees, gevoelens van twijfel en ongeloof bespringen ons van alle zijden en trachten ons gevangen te nemen in hun web. 

Maar Gij, o Licht, zijt eeuwig, onaantastbaar. 

Gij staat als een  Lichtend Teken aan de Hemel van mijn Denken en mijn hart gaat zich overgeven aan de koestering van Uw aanraking.

Er zijn weinigen, die Uw Wet verstaan en weten dat zij hun leven moeten geven, om het Uwe te leren kennen. 

De wereld en haar levenskomedie zijn vol met genietingen, die de kandidaat afhouden van de Weg der eenvoud, die tot Uw Hoogten leidt. 

Gebukt gaande onder de last van haar eigen leringen stikt de wereld en haar mensheid in de loze kennis en gaat onder door het verlies van Uw Wijsheid, o Machtige. 

Ik ben niet sterk genoeg om allen bij te staan op deze Weg tot de Hoogten, o God, en zij, die met mij gaan, kunnen niet vermijden dat velen gevangen genomen worden in de misvattingen omtrent Uwe Grootsheid. 

Laat mij zien, Vader der mensenzonen, dat zij allen, die blind en doof geworden zijn, beschermd zullen worden door de Wet Uwer Liefde. 

Zo dikwijls zwaaien de dommen de scepter der heerschappij, terwijl de wijzen gedwongen worden aan hun voeten te knielen en het stof der aarde te eten. 

Gij, Rechtvaardige, Heerser over Hemel en Aarde, kom mijn kleine inzicht tegemoet, verbreek de ketenen van mijn verstand, en laat mij zien hoe Uw Licht over een nieuwe Hemel-Aarde strijken zal, om allen, die nu nog smarten lijden, op te trekken in de volmaaktheid van Uw Levenssstaat. 

Zullen dan alle woorden der verachting en der smaad uitgedaan worden, o God? 

Zullen allen, die de wijzen bespotten en hen ter aarde werpen, tot Kennis komen en Uw Naam loven in alle eeuwigheid? 

Laat allen, die Uw Licht gegrepen hebben, dit ten allen tijde behouden tot eer van Uw Heerlijkheid. 

Laat hen nimmer vallen in de schijn der Waarheid, want in deze tijd van verwarring staan er vele valse getuigen op, die roepen "Here Here", en hun mond is vol verheerlijking en hun lippen spreken Uwe Naam vol eerbied uit, doch hunne harten zijn vol bitterheid en wrok en hun bloed is doortrokken van kwaadwilligheid en hun hoofd beraamt plannen tegen de doorbraak van het Licht der Lichten. 

Vloedgolf na vloedgolf spoelt over de hoofden van Uw dienaren, Heer, en de kandidaten op het Pad der Wijsheid, klemmen zich kreunend vast aan de enkele lichtstraal, die het zwart der tijden kan doorboren. 

Doch vele stormen kunnen woeden, zeeën kunnen beuken, de vijanden kunnen zich samenspannen, toch is er in mij die Stem der Herinnering, die mij voortjaagt langs het smalle Pad, en diep in mij ruist dat Goddelijke Meer der Heerlijkheid, waarin mijn ziel zich baden kan en zich kan toebereiden op de komende dingen, waarin Uw Stem en Uw Majesteit, Hemel en Aarde tot de Wet der Heerlijkheid terug zullen roepen. 

Wanneer ik zo voor u sta, met allen, die mij terzijde staan, met allen, die zich willen nederbuigen voor de grootsheid van Uw majesteitelijke Licht, gevoel ik hoe de aarde zich openen gaat en hoe miljoenen kelen een kreet van ontzetting uitstoten, die echter verloren gaat in het hallelujah-geroep der geveinsden. 

Laat deze poging om u te bereiken, deze povere doorbraak tot Uw Heiligheid, enkelen van dienst zijn, enige noden lenigen, innerlijke armoede opheffen. 

In deze kolking der barensweeën van een Nieuwe Tijd, zijn wij een fluistering, en wij zouden onder gaan in de woeste wielingen dezer geforceerde geboorte, zo Gij niet, O Licht, uw aanwezigheid bewees temidden van onze Arbeid. 

O Gij, Leven van mijn Leven, Gij Vlam in wie alle denken ondergaat, in wie alle hartepijn sterft door de warmte der onaardse koestering. 

Wie ben ik, zo Gij niet waart? 

Wie ben ik, zo Gij niet lichtend achter mijne pogingen stond? 

Geboren uit tijdelijkheid, ga ik op tot Uw Levenskracht en zingen mijn krachten in mij het Lied van Uw Oernatuur, waarin Hemel en Aarde zich tot elkander overbuigen om het Woord der On-eindigheid elkander toe te fluisteren. 

O Gij, die alle Begin kent, en die het Einde weet voordat dit zich aan de mensheid geopenbaard heeft, zoudt Gij een vleug van Uw Alkracht aan mij willen bekend maken. 

Ik ben de kandidaat, de pelgrim, de discipel, die luistert naar de Woorden van Uw Zoon op de Berg der Versterving. 

Ik keer in tot mijzelf om Uw Hemelvaart in mijn ziel te aanschouwen. 

Ik keer in tot het Begin in mijzelf, opdat Uw Wijsheid mij de voortgang openbare. 

O Machtige Onuitsprekelijke God, laat mij U vinden in de kamer van mijn hart. 

Doe alle tegenstand in mij verstommen en neem mij op in de Eenheid van Uw Harmonie. 

O Licht, Gij kent mijn kleinheid, neem mij op in de onbegrensdheid van Uw trilling.

Amen

O Licht, hebt Gij de weg tot mijn ziel gevonden? 

Zijn de muren der tegenstand verbroken en kunt Gij mij volkomen verlichten? 

Het Pad van Verborgen Wijsheid is geen weg, die zich aftekent naast de brede weg der wereld, doch hij voert in eenzaamheid door een onbekend landschap. 

Zij, die dit Pad betreden willen, zullen zich voortdurend moeten sterken door de Kracht des Lichts, om niet te verdwalen in de landen der duisternis. 

Waarom gaat gij, o kandidaat, dit Pad der Verborgen Wijsheid, en getroost gij u moeiten om het Licht der Lichten te volgen op zijn banen door de dalen der sterfelijkheid? 

Uw Herinnering pijnigt u, uw hunkering naar Licht en Vervolmaking dwingt u uw Leven te heiligen door de aanrakingen uit het Hogere Levensveld. 

Hebt gij, o kandidaat, uw toegangspoorten gesloten voor de aanvallen der ijverzuchtige natuurgebondenen, die uw Licht des Levens nemen willen? 

Hebt gij opgehouden uw mond te verontreinigen door woorden van hebzucht, kwaadsprekerij en nijd?

Hebt gij, nu gij opgenomen wordt in de Tuin des Lichts, uw denken vervuld met de Vergeving, die opwelt uit de Liefdekracht des Lichts? 

Hebt gij uzelf veranderd in een ledige vaas, waarin de gaven Gods slechts nedergelegd behoeven te worden? 

Kunt gij alle verborgen hoeken van uw wezen aftasten, op zoek naar de tegenstander, die zich verschuilt in de donkerste plaatsen van uw innerlijk? 

Laat u dan nu ontledigen door de Kracht des Lichts en vul u tegelijkertijd met deze Kracht der Vernieuwing, die al het oude van u neemt. 

Er is geen twijfel meer in u, er is geen pijn,er is geen wanhoop, geen moedeloosheid, geen angst en geen zorg. 

Gij zijt een deeltje geworden van dat grootse Universum, waarin de Lichtende Geestzon als middelpunt staat. 

Gij zijt één geworden met het Oerbegin, waaruit alle Leven geboren wordt; waarheen alle Leven zich spoedt, waarin alle Leven zich oplost. 

De gebeurtenissen uit deze tijdelijkheid trekken als loze beelden aan u voorbij en gij hebt geen deel meer daaraan, want gij zijt samengesmolten met de trillingen der ziel, waardoor de klanken van het Goddelijke 

Levensritme tot u overgedragen worden. 

Gij schouwt in de verten, en gij ademt de nieuwe etherkracht in, waardoor uw bloed zich vult met de bouwstoffen voor een Nieuwe Mens. 

Zo gij zelf tot Harmonie gekomen zijt, o kandidaat, schenk dan Harmonie. 

Zo gij zelf het Licht ervaren hebt, schenk dan Licht. Zo gij zelf de heiliging verstaat, schenk dan heiliging. 

Gij zijt nu een kandidaat des Lichts, een Getuige der Verlossing, straal uit uw Weten, straal uit Uw Vreugde, straal uit uw Liefde. 

Laat hen die wenen, niet tevergeefs tranen storten.

Laat hen die roepen, niet tevergeefs hun stem verheffen. 

O Licht des Universums, Licht des Levens, Licht der Lichte, vergezel hen!

Amen

Gebed

O Licht, aan het begin staande van een nieuwe Werkelijkheid is er niets waarop wij bouwen kunnen dan Uw Genade. 

Door de ervaring van het leven geslagen, door pijnen en smarten gekerfd en door de zweep van Uw Vaderschap voortgedreven zijn wij gekomen tot de eerste Dag, waarop het Vuur Uwer Heiligheid ontstoken zal worden. 


In de grenzeloosheid van Uw Sfeer is hetgeen wij verrichten niets. 

Al hetgeen wij volbrengen is gedoemd onder te gaan in de wieling der eeuwen 

Maar Gij zijt daar, O Licht, eeuwig, vol van mededogen en Gij kent de verborgenheden onzer zielen. 


Zo dit begin door Uw Aanwezigheid en Majesteit geheiligd mag worden: groots is Uw Naam, O Licht! 

Liefde is de vrucht van Uw Arbeid. 

Moge deze Liefde ook onze Arbeid sieren.


Laat mij verstaan dat niets waarlijk wordt zonder uit Uw Schoot geboren te zijn.

Uit U vloeit Reinheid, Waarheid, Liefde.

Laat mij deze drie Zuilen oprichten door de Werken in Uw Tuin der Rozen, O Licht!

Amen


Kandidaten in de Hof: verricht de werken des Lichts, opdat ons deel der Hof de schoonheid der ziel bezitte.




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene