Indien gij dan eten wilt van Zijn vlees en drinken wilt van Zijn bloed, maakt uzelf rein als pasgeborenen; zuivert uwe zielen van elke verontreiniging dezer wereld en keert u tot de voeding die des geestes is. 

Want zoals Ik gezegd heb: Niemand komt tot den Vader dan door Mij, zo zult ook gij ervaren dat gij mij niet bezitten kunt door u zat te eten aan de woorden die de Geest niet bezitten, noch zult gij uw dorst kunnen lessen met het water dat in overvloed door de rivieren stroomt, want noch in die woorden, noch in dat water is de kracht die Mijn Geest bevat. 

Ik heb gezegd: er zijn velen die hunkeren, maar weinigen zijn uitverkoren om het waarachtige Voedsel des Levens te vinden en daarvan uit te delen.  Want niet allen die zoeken, en niet allen die hunkeren hebben zich opgericht in Mijn Stroom des Levens en niet allen die roepen "Here, Here," dragen kennis van hetgeen zij zeggen. 

Slechts zij die bereid zijn het offer hunner zielen op het altaar van mijn 

Universele Vader te plengen, zij zullen in staat zijn de hongerenden en de dorstenden van het zo begerenswaardige voedsel te voorzien. 

Zij zullen mededelen uit Mijn Kracht, want hun kracht is mijn Kracht, en Ik ben in Hen zolang zij in Mij zijn. 

Weest daarom eensgezind, twist niet onder elkander, vernietigt elkander niet door aanstoot te nemen aan de uiterlijke gedragingen der stoffelijke zintuigen.  Weest getrouw en geduldig. 

Hoop te allen tijde op het Licht en vergeet de Woorden des Geestes niet, die zich in u uitgestort hebben. 

Want hij, die vergeet, wordt als door een mistsluier omgeven en hij zal zijn ogen tevergeefs inspannen om de klare vorm te ontdekken. 

Helpt elkanders lasten te dragen. 

Versterk de kracht die in u is door haar samen te brengen met de kracht van uw broeders, want daar waar gij u tezamenvoegt, daar zal de Kracht 

Mijns harten vervuld worden en het Licht over u allen nederdalen. 

Weest blijmoedig, alsof iedere dag vol is van vreugde, licht en genade, want, in waarheid zeg Ik u, er gaat geen ogenblik voorbij zonder dat God, mijn Vader, Zijn hand naar u uitgestoken en van de droefheid een vreugde gemaakt heeft en de bitterheden heeft omgezet in de zoetheid der ziel. 

Hij, die de Machtigste van allen is, zal niet aarzelen de armste onder u en de kleinste onder u binnen te laten, wanneer deze zullen kloppen; want het zwakste geluid van zijn hongerende schepsel zal tot Zijn Heerlijkheid doordringen en de Poort der Liefde zal voor een ieder wijd geopend worden.

Weest niet onbarmhartig, sluit uw hart niet af voor de weeklachten der wanhopigen, want de onwetenden missen de Kennis der Waarheid en zij zien het Licht niet dat onafgebroken straalt, doch hullen zich in de dichte duisternis, die hen als een waan omkleedt. 

Oordeelt de onwetenden niet, noch de spotters, aangezien Zij hun leven niet ontvangen uit de Bron van de Eeuwige Vreugden, maar hun bestaansdrift onttrekken aan de put der giften. 

Er is geen schepsel dat uw mede-lijden niet behoeft. 

Er is geen schepsel dat zonder de genade des Almachtigen kan bestaan, hoezeer hij zich ook zal verzetten tegen de bemoeiingen des Heren. 

Verenigt u daarom in de Geest, luistert niet naar de influisteringen van het eigen zelf, maar leg uw oor te luisteren bij de zachte stem van de ziel, die de woorden van den Beginne uit zal spreken. 

Zoek uw medebroeders en zusters op in hun verborgenheid en nadert hen in hun benauwdheid, reis tot de diepe kern, die in de eeuwenlange vermomming verborgen ligt. 

Tel de uren niet - tel de dagen niet, noch de nachten waarin gij schreide en tranen vergoot om uw falen.

De tijd smelt weg in de genadevolle vreugde van de opgang in de Kracht des Almachtigen, die zich als een zachte wade over allen legt, die één zijn geworden in den Geest. 

In die eenheid sterft het Ik - het Wij wordt niet meer gehoord, slechts het Gij staat als een Zuil van Licht in het midden van onze tegenwoordigheid, O Alkracht des Levens.

O Gij, waarin het Ik en het Wij opgegaan zijn als de damp in de stralende zonnepracht, hoe danken wij U dat Gij ons aannemen wilt.

O Geest des Logos, Almachtige Bron van Eeuwige Kracht, leef Gij in mij, opdat ik tot niets vervalle ! 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene