Epiloog

Het tijdelijke verbergt zich in de omarming van het eeuwige

en stoort zich niet aan het geweld der elementen.


Mijn ziel vertrouwt mijn hart,

dat wakende is aan de poort,

en de ziel wenkt, zodra de Kennis des Harten klopt,

om het Licht over te dragen aan zijn schepsel.


Al het uiterlijke bedekt het innerlijke,

al het geopenbaarde vertelt van het ongeopenbaarde,

en niets is er dat zwijgt over de Gnosis,

die getuigt van de Schepper.


Wees daarom rustig, mijn hart,

wees daarom vredig, mijn ziel.

Hetgeen onsterfelijk is, wordt onophoudelijk geboren,

en wat geboren wordt brengt pijnen mee.


De pijn, die loutert en beleert,

de pijn, die de ziele-extase voorafgaat,

de pijn, die wijsheid voortbrengt,

de pijn, die heling brengt!


Wees daarom vol vertrouwen, mijn hart,

wees daarom vol blijdschap, mijn ziel.

Hij, die u geschapen heeft, laat u niet sterven,

maar brengt u de wederopstanding.


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene