De grote eenheid verliest zich in het leven, dat alle schepselen verbindt, hen onderdompelt in die ene verantwoordelijkheid van het sterke voor het zwakke; het levende voor het dode; het wetende voor het onwetende; de geboortekreet van de ziel des levens op het moment dat de Schepper haar aan de chaos prijsgaf. Verenigende oceanen en bergen, de winden en de luchten; de aarde en haar kruid en de dieren des velds en maakte hen deel van hun ineigen taak, temidden van de elementen, die de tegengestelden aaneen trachten te smeden.

Door de adem en de lucht; door het water en het bloed; door het vuur en de geest; door de aarde en de stof.

In het smeltpunt waar de horizon wegvloeit tussen hemel en aarde, bewaakt de ziel haar geheimenis en koestert de kreet van het leven, door haar te drenken met dauw of met de tranen van de wijsheid.

Goddelijke geheimenissen worden voortgedragen door de gedachten, de harten en de zielen der schepsels en laten hun herinneringen achter op de plek, die zij met hun adem beroerde.

Werd gij daaruit geboren, schone vlinder?

Of gij, tere bloem op uw trotse stengel?

Of gij, liefelijk mensenkind, dat vrede brengt in uw woorden en blikken?

Waarom spoedt gij u blind voort, langs de tekenen Gods, mijn vriend, hoewel de aarde vervuld is van godenherinneringen?

Ontledig uw denken, ontledig uw hart, laat zorgen en droefenis heengaan, op de zucht van de bries, die liefelijker boodschappen medebrengt: de geur van vrede, de muziek van goddelijke zielen, de herinneringen aan een Geboorteland zonder pijnen en kommernissen.

Geloof in het onbeweeglijk eeuwige, het alomtegenwoordige Zijn van die Alkracht, waarin gij rustig sluimeren kunt, mensenkind, wanneer gij moe zijt van uw eigen scheppingen. 

Rust, rust, ziel der Goden, luister naar de beweging die zich in u voltrekken, zonder dat gij zich daarmede bemoeit.

Rust, rust, mens uit hemel en uit aarde, leg u neder in de donkere schoot van uw vruchtbare aarde en adem de geur in, die louter ontvankelijkheid is en zie op naar de hemelen, waaruit licht en warmte nederdalen om de schoot der aarde te bevruchten en speur in uzelf naar het grote verlangen om één te worden met de hemelen, daar waar het Licht het leven schept.

Waarom zou alles duister aan u zijn, mensenkind?

Waarom zou de lichtende schoonheid u verlaten hebben?

Waarom zou de geest zich van uw ziel afkeren?

Wordt niet moe uw hart en ziel naar het Licht te keren.

Wordt niet moe de herinneringen Gods te zoeken achter de kleine dingen, in het hart van de schepselen.

Wordt niet moe ziekte en ongeloof te verbannen uit uw gedachten.

Wat hebt gij met hen te doen?

Zijt gij niet lichtender dan het duistere? 

Weet gij niet méér dan de onwijzen?

Bidt dagelijks om kracht om uw ziel te kunnen verheffen boven de lichtloze woorden en handelingen van de mensen, kind van zon en maan!

Waarom zoudt gij één dag niet bidden?

Laat uw gehele leven één doorlopend gebed worden.

Laat heel uw hart één troostend bad worden.

Laat heel uw ziel een lichtende zon worden, waarin gij uzelf en uw naasten baden kan, terwijl U heling vindt in de kracht van de Goden, God herkennende in al het zijnde en uzelf herkennende in God.

Wees niet bedroefd, gij kleine mens, niets is te onbeduidend om een atoom goddelijke heerlijkheid te kunnen omvatten.

Waarom zoudt gij klagen? Hebt gij niet alles wat de klank van God in zich draagt?

Er zijn momenten om te geven en er zijn momenten om te ontvangen.

Ontvang uw goddelijke geest, mijn ziel en geef uw vrede daar waar zij van node is, mijn hart.

Mogen de dagen worden tot schitterende edelstenen, waarin ik mij dagelijks verheug, wier glans en schoonheid ik optekenen wil in mijn gedachten en mijn hart.

Moge Gij dáár zijn, waar mijn ziel U zoekt, Schepper en bewaar mij in het ogenblik waar Uw vrijheid mij verblindt door zijn machtige onbegrensdheid.

Diepte en hoogte, lengte en breedte, zij vallen weg in de sekonde, waarin mijn ziel U herkent, eeuwig Zijnde.

Alles vloeit samen in de grootsheid van het wonder, dat in mij en om mij is.

Moge dat wonder Uw Naam dragen, God!


Amen

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene