Epiloog

Aan de vier hoeken der aarde, 

wachten de elementen om zich te verenigen in de ether,

waarin het hart van een ontredderde wereld 

hulpzoekend klopt.


De stormen gevoelen zich losgeslagen, 

de luchten opgejaagd,

de vuren keren zich tegen zichzelve

en de aarde tracht zich te verdedigen tegen de begerigen.


De wateren hervinden hun kristallen ziel niet meer,

de scheppingen vervormen hun natuurlijke

lied der wederopstanding

en de mens vlucht voor zichzelf.


Waar zijt gij, Adam-Hevah, schepping van Mijn handen?

Waar zijt gij, Koning over water en vuur,

Heerser over aarde en luchten,

Spiegel van de wonderbaarlijke ethers?


De roep doet de hemelen trillen en doordrenkt de aarde.

Bereikt hij uw hart, uw ziel, mensenkind?

Want de tijden snellen naar hun einde

en de openbaring dringt.


Haast u, haast u, kind van de goddelijke elementen,

kind van de levende der Levenden,

het uur van de Ontmoeting nadert ras.


Amen


1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene