Epiloog

Vermoeid rust mijn hart in de palm van uw hand

en mijn ziel ademt de geur van Uw ziel,

Gedachten dwalen als zwervende vogels 

langs lichtloze hemelen,

waardoor het pad tot de hoogten 

zich verliest in 't landschap.


Ik beluister de klop van de eeuwigheid,

waarin de tijd zichzelf vergeten zal

en als mijn ziel vol is van de geur van uw ziel,

glanst opnieuw de hoop in mijn hart

en mijn gedachten worden als de leeuwerik,

klimmende naar de hemelen, lofzingend.


Op de weg der pelgrims, 

onder het licht der sterren,

doorgloeit van Uw zomerzon,

schenk mij Uw regens, Heer,

levensdroppels uit Uw Bron, 

die mijn moed verfrissen.


Op de bergtop waar de winden snijden,

in het dal waar de hongerenden klagen,

Wees aanwezig, Heer, in elke bloem, in elke steen.

Daar waar mijn weg eng wordt,

waar het uitzicht verdwijnt,

Laat mij Uw vrijheid om bloemen te plukken

in de velden van de kennis,

Waar Uw schoonheid nooit ondergaat,

als Uw beeltenis mij leidt.


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene