De donkere nachten zijn vervuld met het weten der eeuwen, waar de wijzen hun voetsporen drukten in het zand van het verleden.

Zij zonden hun klaagzangen, hun smartekreten naar de hemelen en hun tranen van wijsheid en pijn bevochtigden de geduldige aarde, die zwanger werd van het bloed der geofferden.

De dagen losten de nachten af in het ritme der onophoudelijke wederkeer, waar zon en maan zochten naar de top van de wereldboom, om hem te sieren met hun licht.

Doch deze boog zich diep naar de aarde in een laatste groet, alvorens te sterven onder de onwetendheid en de begerigheid van de schepselen, die imitatie verkozen boven de glans van echtheid. 

De jaren keren terug op hun schreden, als zochten zij naar verloren edelstenen, begraven onder het stof der vergetelheid. 

Hetgeen geweest is klopt op de deur van het heden en vindt vrede in de harten van hen, die weenden om voorbijgegane grootsheid. 

De ademhaling van de tijd strijkt over de gebeurtenissen, die zich rijgen aan het snoer van de herhaling en onsterfelijke wijsheid werd  bedolven onder een kleed van waan, getooid met de glitter van de pronkzucht. 

De natuur verenigt zich in een doodslied, hoewel de mensen hun blikken gericht houden op de stervende takken van de levensboom en hun gezichten zich weerspiegelen in zijn pronkerige tooi, zingen hun monden geboorteliederen, wier melodieën zich mengen met de smartekreten van de gepijnigden, terwijl de aarde en de hemel geduldig wachten, totdat de sluimer zich legt over het feestgedruis en de dood barmhartig de stervenden de adem beneemt. 

Als de klokken beieren trachten zij de kanon- en geweerschoten te overstemmen en de maretak bedekt welwillend de ziekten van de mensheid en de kaarsen houden met hun weemoedige licht geduldig de duisternis tegen, opdat de werkelijkheid verre zal blijven! 

In de stal van het hart beweegt zich het iele licht, zoekende naar de kerstening, waarna de ziel zich een woonplaats kan zoeken.

De geest beluistert de zinnen van de schepselen, die doorlopend getuigenis afleggen over de staat van hun ziel.

Zijn zij rijp voor de wederkomst van het Licht?

Zijn zij NU bereid het te eren als bron van hun Leven?

Zijn zij bereid de vrede te koesteren in de schoot van hun gedachten.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene