Bezinningsmeditatie 79

Vul de hemel met uw gloed, 

Zon van Geest en Leven!

Zendt Uw Licht naar de hunkerende aarde, 

Zon van Vreugde en Vrede!

Droog de tranen op de wangen der bedroefden,

Zon dan Warmte en Troost!


O, Licht der Lichten,

O, Bron van onsterfelijk Leven,

O, Heer van de oneindige Kosmos,

Houdt de schepping omvat door Uw liefdevolle Handen,

Laat de lichten van aarde en hemel niet uitdoven.


Streel de sterren met Uw lichtende Blik,

opdat zij hoop doen opgloeien 

in de ogen van hen die wanhopen.

Heel de wonden, Troostende Adem des Geestes,

Heel de harten door Uw barmhartigheid 

Fluister de zielen het onsterfelijke Woord des Levens in!


Aller blikken zijn gericht op Uw komen en gaan,

Zij zingen lofliederen, zij zingen hymnen.

Verborgen achter het kleed van Uw uitspansel

Beluistert Gij de wens der mensen,

terwijl het heelal een erepoort toebereidt 

met Uw scheppingen,

Zodat alles zich zal ordenen naar Uw wet

in het ogenblik van Uw terugkeer.


Een Vader zijt Gij ons,

Een Moeder zijt Gij ons,

Een Koning zijt Gij ons,

Een Dienaar zijt Gij ons,

Een God zijt Gij ons.

Heilig - Heilig - Heilig is Uw Naam,

Heilig - Heilig - Heilig zijn Uw Uitdrukkingen,

Heilig - Heilig - Heilig is Uw onontbeerlijke Adem.


Moge Uw Schepping heilig worden, gelijk Gij heilig zijt!


Amen


De donkere nachten zijn vervuld met het weten der eeuwen, waar de wijzen hun voetsporen drukten in het zand van het verleden.

Zij zonden hun klaagzangen, hun smartekreten naar de hemelen en hun tranen van wijsheid en pijn bevochtigden de geduldige aarde, die zwanger werd van het bloed der geofferden.

De dagen losten de nachten af in het ritme der onophoudelijke wederkeer, waar zon en maan zochten naar de top van de wereldboom, om hem te sieren met hun licht.

Doch deze boog zich diep naar de aarde in een laatste groet, alvorens te sterven onder de onwetendheid en de begerigheid van de schepselen, die imitatie verkozen boven de glans van echtheid. 

De jaren keren terug op hun schreden, als zochten zij naar verloren edelstenen, begraven onder het stof der vergetelheid. 

Hetgeen geweest is klopt op de deur van het heden en vindt vrede in de harten van hen, die weenden om voorbijgegane grootsheid. 

De ademhaling van de tijd strijkt over de gebeurtenissen, die zich rijgen aan het snoer van de herhaling en onsterfelijke wijsheid werd  bedolven onder een kleed van waan, getooid met de glitter van de pronkzucht. 

De natuur verenigt zich in een doodslied, hoewel de mensen hun blikken gericht houden op de stervende takken van de levensboom en hun gezichten zich weerspiegelen in zijn pronkerige tooi, zingen hun monden geboorteliederen, wier melodieën zich mengen met de smartekreten van de gepijnigden, terwijl de aarde en de hemel geduldig wachten, totdat de sluimer zich legt over het feestgedruis en de dood barmhartig de stervenden de adem beneemt. 

Als de klokken beieren trachten zij de kanon- en geweerschoten te overstemmen en de maretak bedekt welwillend de ziekten van de mensheid en de kaarsen houden met hun weemoedige licht geduldig de duisternis tegen, opdat de werkelijkheid verre zal blijven! 

In de stal van het hart beweegt zich het iele licht, zoekende naar de kerstening, waarna de ziel zich een woonplaats kan zoeken.

De geest beluistert de zinnen van de schepselen, die doorlopend getuigenis afleggen over de staat van hun ziel.

Zijn zij rijp voor de wederkomst van het Licht?

Zijn zij NU bereid het te eren als bron van hun Leven?

Zijn zij bereid de vrede te koesteren in de schoot van hun gedachten.

Ach, ontelbare woorden vervluchtigen, schone herinneringen achterlatende, waarmede men zich sieren kan. 

Maar de honger naar waarheid en waarachtigheid knaagt aan de harten en de zielen, die zich proberen te voeden met het genot van de aardse genietingen.

Ach, Vrede, Diepe Vrede, waarin harten en zielen elkander vinden en de wreedheden en de meedogenloosheid terugdeinzen voor de glimlachende liefde en wijsheid.

Kom nader, kom nader, de brug tussen hemel en aarde is wankel, gebouwd door vermoeide handen, en soms wanhopige harten, maar: kom nader, kom nader. De eenlingen zullen uw voeten steunen, de wijzen zullen u beschermend omringen, de toleranten zullen de wapens onbruikbaar maken. 

Kom nader, Diepe Vrede van Bethlehem, want het hart der mensheid bloedt en de levensboom verliest zijn kostbare sappen en de liefde heeft zich verborgen in de zielen der eenzamen.

Kom nader, kom nader, Diepe Vrede, wij zullen de melodie van uw overwinning terugvinden, zodra de echo van uw voetstap weerklinkt tegen de kale rotsen van de verlatenheid.

En de zon klimt omhoog langs haar baan en de maan spiegelt zich in zijn licht en de sterren rangschikken zich aan het firmament en de planeten vervolgen hun loop. 

De nacht der tijden zal verjaagd worden, want de Vrede, de Diepe Vrede treedt binnen in de harten der wetenden.

Zij dwingt hen hun blik te wenden naar de verten, waar, als een apotheose van Licht, het Aurora van Geloof, Hoop en Liefde de einder in laaiende gloed zet. 

Zie, ondanks geweld en onbarmhartigheid, ondanks domheidsmacht en de waanzin der begerigheid, biedt de aarde haar schoot aan de hemelen en zal de mens zijn honger stillen kunnen aan de waarheid der wijzen. 


Diepe Vrede - Vrede van Bethlehem - 

Vrede van Wijsheid en Levensgeluk -

Kom binnen - Kom binnen -

mijn hart is bereid en mijn ziel zingt Uw welkomstlied!


Amen

Epiloog

Zwervende langs paden 

die slechts door enkelen betreden werden,

zoekt de Vrede naar een woonstee, 

waarin men haar niet vermoordt.

De liederen begeleiden haar,

als zij afdaalt in de grotten

en binnengaat in de gebedshuizen

en nederzit op de hemelsteen.


De natuur schouwt toe en weent;

de mensen staren met blinde ogen

en de levensboom fluistert

zijn laatste woord - in opperste bede.

Wees stil, mijn hart!

Wees stil, mijn ziel!

Beluister de schreden der Vrede, 

die wellicht uw richting kiezen.


Neen, zie niet om u, neen, zie niet buiten u,

Zie IN u, mijn hart - zie IN u, mijn ziel,

Daar zal de Vrede rusten.

Aan de voet van de Levensboom,

zo deze zijn kruin siert met zon en maan,

en de sterren flonkeren in zijn takken,

en de dauw der hemelen  hem zal laven.


Wees stil, mijn hart - wees stil, mijn ziel,

de Vrede worstelt in de geboortegrot.

Moge het Licht der Lichten haar bijstaan!


Amen



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene