De kleine wonderen die met fluisterende stem trachten, de schreeuw van de dode, reusachtige bouwwerken te overstemmen, vertellen voortdurend over het geheim dat bedekt wordt door de zwaarte van tijdelijke vormen, die sterven zonder een herinnering na te laten. 

De Schepper blaast zijn adem in zijn schepselen, in een onophoudelijk ritme, doch de haastige, blinde arroganten, zien het niet. 

Zij rijgen woorden aan de zinloze draden van  hun bestaan, waarin leven en dood begrippen zijn zonder inhoud. 

Mijn dankbaarheid en mijn eerbied zijn te klein, om Uw grootsheid uit te drukken, zoals het penseel in de hand van zijn bestuurder te klein is, om het wonder van zijn inspiratie vast te leggen op het begrensde doek.

De wonderen die zich aan mijn blik openbaren en de muziek die mijn innerlijke gehoor waarneemt, roept in mij het verlangen op te zijn als een onbegrensde schepping, die zich verheffen kan tot de hemelen, drijvende van licht naar duister.

Als een wolk, waarin de ether zijn kennis nederlegt, opdat de wereld, door de winden, ervan zou horen.

Er is niets waarin ik U méér kan aanbidden, Schepper van Hemel en Aarde, dan de zwijgende wonderen, die Uw harmonie door hun aanwezigheid bewijzen en die tot mij spreken tijdens de eenheid, die slechts te vertolken valt door een gezamenlijke bron.

Wie ben ik dat ik Uw grootsheid zou verminderen, door U te bekritiseren in Uw scheppingen?

Wie ben ik dat ik Uw natuur zou vernederen, door mijzelf te verachten?

Één leven is niet genoeg om Uw Majesteitelijkheid te bezingen, noch is één gebed voldoende om mijn verbond met U te bezegelen.

De doornen van de onvrede verwoesten mijn hart, hoewel de roos van mijn ziel zich ontvouwen gaat, onder de koesterende stralen van Uw Liefde, Schepper! 

De nacht van mijn ervaringen is dikwijls zo lang, dat ik vergeet dat de dageraad van het inzicht reeds zijn ochtendgloren aankondigt in de schatkamer van mijn gedachten, waar Uw Geest rondwaart  als reiniger, zodat de stofwebben van het verleden de schoonheid niet zal verstikken.

Ik ben een mens, als vele anderen, en mijn gedachten zijn als vonken, die ik ten hemel zendt, opdat Gij, mijn Schepper, hen ontvangen zoudt binnen het Grote Licht van uw Heerlijkheid.

Zo kan ik op de aarde zijn, niettemin vertoevende in uw Aanwezigheid, binnen het Rijk waarin ik eens woonde, in een tijd die mijn begrip ontvlucht.

De Vrede troost dan mijn geteisterde hart dat God zoekt in mensen en gewond werd door hun goddeloosheid.

Hun woorden zijn als lastige insekten, zoemend, hinderlijk, het Licht omringend en zichzelf dodend door onkunde.

Uw Vrede is als een zang van hoogte en diepte, gespeeld op het instrument van mijn ziel. 

Zijn klanken reizen door mijn bloed, door mijn zinnen en door mijn organen, waardoor alles in mij levend blijft, Almachtige! 

Uw kracht houdt mij omvat, innerlijk en uiterlijk, en elke minuut ervaar ik Uw aanwezigheid.

Moge het zo blijven, Heer mijner Krachten!

Begeleidt mij door de diepe wateren, waarin Uw Licht niet schijnt door te dringen. 

Begeleidt mij op de eenzame hoogten, waar ik de stralen van Uw zon nauwelijks verdragen kan. 

Help mij te glimlachen om de onwetenden, die hun domheid verbergen achter kwetsende woorden, waarin Uw heiligheid lijkt uiteen te spatten als een nutteloos voorwerp. 

Help mij Uw Vrede te bewaren, als de godlozen mijn hart in hun begerige handen nemen en zo mijn ziel trachten te verjagen door hun ongeloof.

Help mij Uw Wijsheid op te diepen uit de tuin van mijn ziel, zodra de horden der minachtende betweters hun wapens opnemen.


Ach, Vader van Licht en Duister, leer mij de nacht aanvaarden, om haar verborgen leringen en leer mij de dag te doorleven, alsof ik heden rekenschap zou moeten geven van mijn gedachten en daden. 

De grootsheid van Uw kleine wonderen, die mij onophoudelijk begeleiden, stelt mij in staat gedachtenbloemen te leggen op het altaar van Uw dienst. 

Gij vroeg mij elke dag zulk een bloem, neem mijn zieletuin, Heer mijner ziel, want slechts Gij zijt bij machte haar schoonheid waar te nemen en haar weelde te verzorgen. 


Mogen wij blijvend wandelen in de Tuin der Goden, Heer, waar mijn ziel Uw Bloemen herontdekt.


Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene