De dromen trekken voorbij aan de einder van mijn denken en scharen zich in de rij der vergeten beelden, als mijn hart Uw Aangezicht waarneemt achter de kleine, eenvoudige wonderen, die zich aan mijn voeten neerleggen.

Mensen streven woordeloos naar macht en hun verlangens worden tot demonen, die zich wellustig over hen buigen om hun kracht te ontstelen.

De wortels van de boom verwachten niet dat men hen beloont voor de vruchten van de zwaarbeladen takken.

De deemoedige wacht niet op antwoord, als zijn werk vol ijver wordt verdergedragen door hen, die zich sieren met zijn arbeid.

In de stilte, waar de duisternis van het onbegrijpelijke zich legt over de inspanningen van de bescheidenen, glimlacht het licht in hun harten en balsemt de wijsheid de wonden, die ontstonden tijdens de werken.

De woorden die gedragen worden door de waarheid van de werken, zullen niet vluchten uit schaamte voor hun leegte.

Uit de schoot van mijn verbeelding daalt de duif van de Geest neer in de takken van mijn Levensboom, waarvan de wortels zich verbergen in een ver verleden, dat slechts sporadisch herkend kan worden door het oog van mijn ziel.

De slechte ervaringen hechten zich, als levenssap zuigende lianen, aan de stam van mijn Leven en mijn hart is doorlopend bezig hen te verwijderen. Het leven is te kort om te tobben over berouwde misstappen, elke seconde is als een parel, die even oplicht in de zon, om dan snel neer te vallen in de modder van de gewenning. 

Gedachten reizen het en der door het Land van mijn dromen en zijn als vogels die geen thuisland bezitten en zelfs met lamme vleugels zich trachten  te gedragen als de bewonderde adelaar des hemels. 

Een mens is klein, Schepper! Niettemin huist in hem de hoogmoed van de leeuw, die zich verbeeld koning te zijn onder de zijnen. 

Onzegbaar lange tijd is voorbijgegaan en deze kleine mens bouwde kastelen uit steen en hutten uit geestelijke materie.

De wereld werd overwoekerd door stenen burchten, die tot kerken werden, stenen die tot brood werden, stenen die tot toevluchtsoorden werden en de gammele hut van de geest bleef ledig, werd overwoekerd door de oogverblindende wolken-krabbers van de leraren, die onderwezen in dode wijsheid.

Alleen, gezeten aan de oever van het Meer der Heerlijkheid, waar de golven bescheiden fluisteren over hun herkomst, waar de zandkorrels zich laten meenemen op de winden, die hen de wijdsheid van nieuwe landen beloven, overweldigt mij de realiteit van het Leven, Heer, dat slechts door enkelen wordt waargenomen, dat slechts door de eenzamen wordt doorgrond.

De gave tot luisteren schenkt deze kleine mens de rijkdom van de grenzeloze diepten, Heer, waar Gij Uw wortels plantte om de wereldboom te laten opgroeien, tegen de teistering van de stromen der generaties en de bliksemende vernietiging van de strijd.

Ach, zeeën en luchten, bergen en stromen, deze mens is klein, maar in hem woont de gave om Uw oorsprong te schouwen en zich te verenigen met de Levende Adem, die u beschermt en tot grootsheid voert.

Opgenomen in de oneindigheid van het Leven, dat zichzelf herschept in vele vormen, dat de dood negeert als een schaduw, gevoel ik mij nader komen tot de Geest, die angst, zorg en laksheid wegneemt, omdat zij de Kennis des Harten (Gnosis) bezit.

De Kennis des Harten (Gnosis) breidt zich als een weemoedige herinnering uit in mijn ziel, die het Lied van het Leven kan verstaan en legt zich als een opwekking in mijn hart, dat het Lied van het Leven kan uitdragen.  Als de schepping zich verenigt in haar elementen en de luchten en de zeeën, de bergen en de stromen elkander ontmoeten in de Zang van het Leven , verlaten alle trawanten van de dood mijn hart en mijn ziel, dan begrijp ik hoezeer men 'klein' moet zijn om middelaar te worden tussen de tegengestelden. 

De kleine, nietige zandkorrels vormen tezamen het strand; de kleine madelief trotseert het gras en schept velden van blanke reinheid; de waterdroppel neemt deel aan de oceaan en zelfs de dunne twijg is trots op de kracht van haar boom.

Mijn ziel draagt Uw atoom, Heer, minuscule goddelijkheid in een wereld vol ongoddelijkheid en toch zal zij waardig Uw Geest dragen, omdat zij deel is van Uw grote Geest.

In de kleine kracht die mijn ziel bewaart als de kostbare herinnering aan Uw Alomtegenwoordigheid, huist het wonder van Uw Alkracht, Heer!

Mijn geloof daarin verandert wanhoop in hoop en troosteloosheid in vreugde en dood in leven. 

Mogen mijn werken zijn als de wortels van Uw Levensboom, strek gevestigd in het onkenbare, arbeidende aan de Openbaring, die de korst van weerstanden zal openbreken, om te tonen hetgeen slechts enkelen weten. 

In mijn geloof vindt de Kennis van het Hart een woning en wacht op het uur dat Gij haar roepen zal, om te bewijzen dat hart en ziel van een kleine mens groot genoeg zijn, om de wonderen van de Geest te bevatten. 

Elke sekonde brengt U nader, Aurora van de Geest, moge velen genoeg vreugde overblijven om U te begroeten als de Boodschapper der Goden. 

Want het atoom van mijn ziel fluistert onophoudelijk: 

Kom nader, kom nader, Boodschapper der Goden en breng mij het Kleed van mijn Vader!

Luister, luister, mijn ziel, de winden en de zeeën, de luchten en de ethers zullen voorboden zijn.

Beluister hetgeen slechts gij vernemen kunt!


Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene