Epiloog

In de Tuin van mijn vader zoekt mijn ziel naar de bloemen,

die niet vergaan zullen onder de aanraking van de tijd.

De herinneringen van haar oerweten 

weeft zij tot een melodie,

waaruit de Kennis opstaat om het heden te bewonen.


Heden, Heden, Heden zult gij met mij in mijn Hof zijn,

zingt mijn ziel,

en ik laat mij leiden door de droom die zij mij voorspeelt.


De nacht wordt tot een geheimenis, 

waarin het wonder openbloeit

en de helle dag trotseert, zodat hart en ziel zingen.


Gij staat onaantastbaar gegrift in mijn geweten, Schepper

en mijn Intuïtie voegt zich naar de bazuin van Uw stem:

Keert weder, Keert weder, Kind van Geest en Chaos.

Keert weder, Keert weder, Kind van de diepten der Oceanen.

Keert weder, Keert weder, Kind van duizend Zonnen!


En de Lotus sluit haar kelk over het hart van de Vlam.

Zij heeft HET verstaan!


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene