Langs de wegen waar zovele duizenden voetstappen hun herinnering achterlieten, vindt mijn voet geen plek om te staan, Heer!

De oude bomen die hun kronen buigen onder de wijsheid van het verleden, hebben de hoop op nieuw leven opgegeven en bedekken de smalle paden met hun schaduwen, waar de nietige grasbloemen fluisteren over een lente die tijd'loos is.

Eeuwenlang hebben generaties hun leringen en hun woorden gestrooid in de schoot van de natuur, die geduldig hen verder gaf aan de vergetelheid, opdat de lente niet ontsiert zou worden door de brokstukken van gedode idealen. 

De hoop glinstert in de ogen van degenen, die het geloof in de eeuwige waarheid niet verloren hebben en hun gedachtenlied is als een vreugdezang, die de hemelen van de onaantastbare wijsheid tegemoetsnelt.

Hun harten houden zich verre van de verbreking zonder opbouw en hun zielen buigen zich ootmoedig tot de tere lentebloemen van de waarheid, die zich moedig weer oprichten na de ongeduldige voetstap van de ongelovigen.

Het land dat mijn geestesoog waarneemt, tekent zijn contouren reeds aan de verre horizon en zijn welkomstgroet is als een klokkenspel, dat zich in mijn oerherinnering herhaalt, op het ritme van mijn verwachtingsvolle harteklop.

Neen, mijn voeten zullen geen plaats vinden op de platgetreden wegen van de gewenning, noch op de paden die het slagveld van de ontmoediging doorkruisen, want het schoeisel van de onverschilligen en de slaven past mij niet, Heer! 

Het gras van Uw geurige velden, waarin het oude zich doorlopend vernieuw en de door ervaring kromgetrokken bomen hun bladeren niettemin vol vreugde Uw levenslied toewenden, boeit mij door hun gelovige aanwezigheid, die dauwdroppels drinkt als het kostbare vocht uit Uw vurige wateren der hoogten.  

Die de stormen begroet als de reinigende adem en die Uw zon aanbidt als de levensschenker, die zich in het water weerspiegelt, om daarmede de vrucht van het mysterie voort te brengen, waarin zich de levenskiem van Uw aanwezigheid bevindt, Heer des Levens.

Waarom gaan de mensen als grauwe wezens, gekleed in de problemen van hun misvormde gedachten, aan U voorbij, kleine wonderen van hemel en aarde?

Zij trachten in moeiten en pijnen een levensstroom te vormen van hun nutteloze woorden, hun geestloze filosofieën en hun harteloze leringen, terwijl HET grote wonder van de eenvoud langs hen gaat, zonder dat zij het herkennen. 

De sterren verlichten de nachtelijke hemel en verwonderen zich over de pijnen die in duisternis geleden worden.

De dag komt met overmoed de woningen binnen en allen die in het verborgen weenden, drogen hun tranen aan het kleed van de schijn..

Neen, mijn voeten zullen geen plaats vinden op de brede weg der schijnheiligen, die arbeiden om hun protserige kledij tegen vergankelijkheid te behoeden.

Mijn voeten vinden hun eigen weg, beschermd door het schoeisel van Uw Liefde, Heer, en kunnen zo de dauw van Uw hoop en de warmte van Uw barmhartigheid en de wijsheid van Uw wetten voelen. 

Dat geeft mij kracht om de bergen te beklimmen, waarlangs de bergstromen hun weg naar beneden vinden en het geeft mij de moed om de dalen in te gaan, waar in de schaduwen de deemoed de prachtigste bloemen koestert. Het doet mij de dorheid, de scherpte en de levenloosheid van de menselijke wereld vergeten, waarbinnen wonderen worden verstikt door de onwijsheid van de hoogmoed, Heer. 

Daar waar harten elkander herkennen en daar waar zielen hun eenstemmig lied aanheffen, daar bloeit Uw wonder, slechts gekleed in de oprechtheid van de eenvoud, Heer! 

Uw wetten lijken ondoorgrondelijk, maar het geweten verstaat hen. 

Uw wegen schijnen in het niets te verdwijnen, maar de intuïtie volgt hen feilloos.

De wereld wordt uiteengereten door onbarmhartigheid en onwijsheid, maar achter het geraas van de vernietiging, klinkt nog steeds, als een herinnering, Uw levenslied, Heer, waaraan mijn hart zich warmt en waarin mijn ziel zich baadt. 

Dwars door de velden van Uw sferen, vinden mijn voeten de weg tot Uw Hoogten, waar de zon van Uw Vreugde energie overdraagt aan mijn geloof.

Langs de wijdse luchten van Uw eeuwigheid trekken de vogels van Uw Hof en verkondigen de boodschap van onsterfelijkheid voor allen die in de diepten moeten leven, ver weg van uw edele toppen der Waarheid.

Ja waarlijk, de onsterfelijke kracht van Uw immer wederkerende Wijsheid, bewijst dat HET Leven uit U gekomen is en tot U zal terugkeren in het ogenblik waarop aarde en hemel elkander omarmen in Diepe Vrede.

Dan zullen de oude bomen hun verleden afwerpen en hun lichtende kroon omhoog dragen en de kruiden en de bloemen van de schaduw zullen een lichtstraal opvangen en het moment zal gekomen zijn waarop mensen de glimlach van de wijsheid zullen hervinden en hun harten elkander zullen begroeten, omdat de lotus der ziel, die haar bloei wedervond, er zijn geur in neervlijde.


Gij zijt Schepper,Gij zijt de Vader-Moeder van hemel en aarde.

Moge Uw kracht de eenheid bespoedigen, want de tijd is vermoeid geworden en de mensen vergaten reeds dat Uw lotus bloeien kan, Heer! 


Amen

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene