Epiloog

Als de wereld zich terugtrekt

en de stilte zich ontvouwt

worden de verten lichtend.


De ogen schouwen andere beelden 

en het hart heelt zich,

het onmogelijke blijkt werkelijkheid

en hetgeen gezocht werd, blijkt nabij te zijn.


De zekerheid ontsluit haar kelk als een lotus

en toont de glimlach van het grote Geluk,

dat mij doortrekt 

als een golf van genade en heiliging.


Niets zal meer worden als voorheen,

niets zal meer verdrinken in smart en pijn,

omdat Gij, Vader van mijn ziel, binnengetreden zijt

aan de voet van mijn Levensboom

en haar kroon tooit met gouden wijsheid,

zodat haar vruchten vol kracht zullen zijn.


In de volheid van de stilte

tussen U en mij, Schepper,

verbergt zich de eenheid

die ons, te allen tijde, samenbindt.


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene