Ach, stem van mijn geweten, aanraking van mijn intuïtie, hoezeer bemoeit gij u stenen aan te dragen voor de Ark des Verbonds, die mijn ziel met de Heer van de Hemelboog zal verbinden.

Troostend fluistert gij uw ervaringen in mijn innerlijk gehoor, Intuïtie, en de waarschuwingen van uw oerweten, mijn geweten, echoën in mijn bewustzijn en worden als een reeks van klanken en vormen, die als achtergrondbeeltenissen mijn leven dragen. 

De leringen der wijzen breiden zich voor mijn geestesoog uit en tekenen goudglanzende stralen van wijsheid, die mijn ziel met akkoorden van licht omvatten en bewaren voor de schrille dissonanten van liefdeloosheid en onbarmhartigheid, die het dagelijkse leven ontsieren.

Mijn ziel beweegt zich in mij als een tere bloem, die onophoudelijk poogt haar broze stengel rechtop te houden onder de slagen van de orkanen van onbegrip en de teisteringen van de spot der materie.

Van alle zijden beloeren mij de vazallen van de oerzonden, wier lianen van angst en zorg, van wantrouwen en ongeloof, mij trachten te vangen in hun oerwoud van versteende begrippen. 

Ik ben een eenling, Heer van mijn Licht, in de menigte van de onwetenden; ik ben een vreemdeling, Heer van mijn Geboortegrond, tussen de verzadigden. 

Mijn hunkering naar licht en wijsheid kringelt als een ijle rookwolk omhoog, vanaf het altaar van mijn ziel en zoekt zich een doorgang tussen de opeengedrongen denkbeelden van hen, die een jungle maakten van het paradijs van Uw eerste Levenssfeer. 

In de stilte waarin U en ik alleen zijn en de ziel een reidans danst met intuïtie en geweten, komt de herinnering aan mijn verre Geboortegrond in Uw lichtende Velden op mij toe uit het schone spel, dat de etherische trillingen spelen met de elementen van de devote natuur. 

De vragen die zo lang in mij omhoog borrelden, als een onstuitbare stroom van begeerte naar weten, leggen zich verwonderd terneder, toegedekt door de schoonheid van harmonie en vanzelfsprekendheid, die hun rusteloze aard omvangt met het antwoord aller tijden.

Intuïtie stilt hun honger; het geweten ontneemt hen hun dorst naar kennis.

De grote vraag die mijn ziel beheerst zijt Gij, Schepper van mijn ziel, en het antwoord dat mijn ziel daarop geeft zijt Gij, Beeldhouwer van de Oerbeeltenissen.

Langs  de levensweg wandelende als een vreemdeling in een land vol tegenstrijdigheden, houd ik mijnblik en mijn gehoor gericht op de ijle grondtonen, die Uw levenssfeer vertegenwoordigen in een rijk waar Uw Adem zich beeldt in het schone.

Moge mijn blik en mijn gehoor niet vertroebeld worden door de werken en het meedogenloze spel van de zeven demonen, Heer, die mij zien als een belager van hun bezit.

Diep in mij ligt de diamant van de zekerheid, die breekbaar schijnt, maar zich bewezen heeft in kracht.

Onophoudelijk weerkaatst hij de herinneringen uit mijn Geboorteland, waarin de geest zijn energie uitstort om HET Leven te bewaken en te bewaren. 

Hoort gij nog, hoe zich de oerherinnering het meesterwoord van uw Schepper voortdraagt om u en in u, mijn hart?

Ziet gij nog, hoe de zeven kleuren van de Hemelboog elkander omvangen in harmonie, doordat zij alle hun disharmonie ophieven, mijn ziel?

Het Lied der hemelsferen zingt slechts van Kracht, van Moed en van Vertrouwen, en bouwt met Intuïtie en Geweten een Ark des Verbonds uit de etherische materialen en trillingen, waarin gij, Zoon van het Licht, weggedragen zult worden van strijd en pijn, van lichtloosheid en de dood van het ongeloof.


Zie in u, Zoon van Mijn Licht, en Ik ben daar!

Zie in u, Kind van de eeuwige Wateren en de eeuwige Vuren, en Ik ben daar!

Zie in u, Atoom van Mijn Zonnehart, en Ik ben daar!

Ik, die u ben,

Ik, die niemand ben,

Ik, die alles ben,

Ik, die beweging en stilte ben,

Ik, die geen Naam heb en toch kent gij Mij, Zoon van Mijn Licht!


Roep Mij dan onder de Naam die onkenbaar is,

Roep Mij dan door de oerschreeuw van uw ziel,

Roep Mij dan en herschenk Mij de Naam der Namen, die Ik had toen uw ziel nog ruste in Mijn Geest.

Luister, ziel van Mijn Ziel, ontlaadt u in de oerschreeuw der verlatenheid en in de vreugde van het wederzien, opdat de Poorten van Uw Land zich opnieuw voor u openen!

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene