Epiloog

Mijn ziel, mijn ziel,

instrument van mijn levenslied,

verklanker van mijn oermelodie,

leg u niet ter ruste in de modderige stromenĀ 

van het kleine geluk,

leg u niet ter ruste in de opzwepende vervoering

van de lachende vreugdeloosheid.


Houdt u gereed, mijn ziel,

mijn natuur weeft reeds haar dienstkleed

om dit om te slaan in uw dienst.

Mijn gedachten rangschikken zich reeds

in het lichtende pentakel dat uw wijding voltooit.


Mijn ziel, mijn ziel,

erfdeel der Goden, gunst van mijn Schepper,

heb nog een weinig geduld,

ik weet dat de waarheid zich opmaakt

om haar zegewagen te bestijgen.


Daarom: ween niet, mijn ziel,

maar blijf wakende op de brug tussen geest en natuur,

waar ik mij kan neerwerpen aan uw voeten

in het moment van de overgave.


Mijn ziel, mijn ziel,

instrument van mijn levenslied,

verklanker van mijn oermelodie!

Ik dan dank de God van den Beginne voor uw aanwezigheid.


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene