Bezinningsmeditatie 70

O Niet te meten Kracht,

O Drager van de onbegrensde Gedachte,

O Aansteker van de Levensvuren,

O Stroom, die de wateren in zijn zorgzame bedding koestert,

O Vernietiger van het oude, Vormgever van het nieuwe,

Ons begin zij verborgen in U,

Ons einde zij het geheimenis door U gekend,

Moge ons leven Uw Adem dragen!


Amen


Raap de kiezelstenen op, mijn vriend, en slijp ze tot edelstenen, zodat uw hart zich aan hun glans verwarmen kan, als de donkere wolken zich samenpakken aan de horizon van uw leven. 

De dagen jagen elkander na en in het voorbijgaan fluisteren zij u hun opdracht in het oor, opdat u daaruit de tekening van de toekomst zult kunnen griffen in de kamers van uw hart.

Heden en toekomst spelen hun spel in uw dromen, in uw gedachten, in uw waarnemingen, waarbij het verleden de spelleider is die hun keuze bepaalt.

De natuur heeft zich reeds lang berustend ter ruste gelegd in de armen van haar verdelgers, slechts de elementen trachten nog de woorden van hun oorspronkelijke melodie te vinden onder de gifmantel van de menselijke egocentriciteit.

De geest strijkt waarschuwend over de aardse wateren om te zien of zijn leven nog levend blijft in de diepten van de onwetendheid en in de wanstaltige vormen van het onbegrip.

Treur niet, mijn ziel, gij zult te allen tijde de levensboom planten in de vruchtbare aarde van uw inspiratie, ook al ziet gij de dorre bladeren van de Boom der Kennis rond u opwaaien door de krachtige storm van de ontkenning. 

Ook al valt het moeizaam bijeengebrachte hout der wijzen uiteen in de vlammen van de vernietiging. De schreeuw van zijn dood is tegelijkertijd de bloei van de vernieuwing.

De genade van de Schepper wil dat dood en leven hand in hand gingen tijdens hun rondgang door de schepping, daarom zult gij nooit wanhopen, mijn ziel, ook al schouwt uw blik ondergang.

Gij weet immers dat de opgang wacht op het teken van de grote Herschepper, om zijn vreugdegang te beginnen?

De nacht weent om haar verloren geheimenis, zodra de dageraad zich zingend beweegt langs de kim en zijn licht zich tastend een weg zoekt in de huizen van hen die wellicht hun harten leegschreiden om de vergeten geluksherinneringen. Er is geen duurzame vreugde, mijn vriend, en daarom ook geen duurzame smart. 

De bittere herinneringen glijden weg, verjaagd door de dauwdroppels van de ontwakende bloem van de Hoop en leven zal zijn adembenemende omarming opnieuw over u uitbreiden, mijn ziel, waardoor het geloof zich in u beweegt en de Liefde tot de Schepper uit u losbarst als een lofgedicht, waarin hart en ziel zich verenigen in de glimlach van de wijsheid.

Gij staat op de brug tussen geest en lichaam, mijn ziel, en tracht hun beider wensen aaneen te smeden door de schakels van de edele liefde.

Zolang gij daar zijt, mijn ziel, als de verbintenis tussen geest en natuur, zullen mijn voeten hun weg wel vinden tot de hoogten, waarop de last van de eenzaamheid wordt tot een uitverkorenheid en een pijniging.

Blijf wakende op de brug tussen geest en natuur, mijn ziel, omdat  ik uw opwekking tot ontwaken en uw herinnering aan mijn Geboorteland niet gaarne zou missen. 

Is aan de horizon niet het teken verschenen van de eenheid van god en mens, verholen achter de religio en de wetenschap? 

Nog een korte wijle en gij zult staan aan de voet van de Berg der Waarheid, mijn ziel, waar de natuur zijn laatste krachten wegschenkt, om het Leven te doen herboren worden in de schoot van de Materia Mater, waar de stilte is als een begroeting tussen het geheimenis van de zwarte nacht en de openbaring van het helle licht van de volle dageraad.

Dan heeft het lawaai van de kleine mensenwereld opgehouden te bestaan en kan de zo lang zorgzaam gekoesterde stilte der innerlijke werelden, zich uitbreiden over natuur en geest, middels de zintuigen van u, mijn ziel!

Ach, draal niet langer, draal niet langer, lang verwachte open-baring, lang verwachte werkelijkheid.

Is mijn hart niet toebereid, is mijn ziel niet gereed, zijn mijn gedachten niet teruggekeerd tot hun reine oergrond?

Zodra de dromen zich verliezen in de realiteit, heffen de kleuren van de grote hereniging de herboren vormen op uit hun sluimering en de wereld zal dan anders zijn, mijn ziel.

De beelden die u vormde in de schaduw van de dagelijkse verplichtingen, zullen dan hun feest der herschepping vieren.

De vuren der vernietiging zullen doven en de luchten van de vluchtige aanrakingen zullen zich bevestigen en de wateren die de duistere wezens verborgen, zullen zich overgeven aan de lichten van het Aurora, waar de schepsels van de aarde hun vreugde uitzingen over de hervonden eenheid van de brokstukken der veelheid. 

Zie, de etherische geurige winden dragen dan de boodschap van de Vader-Moeder der Levenden over, waarnaar deze zo reikhalzend uitkeken. 

Rust niet, mijn ziel, rust niet, want van uw beweging hangt dit visioen af; rust niet, want alles moet schoner worden dan in mijn verbeelding.

Ziel van mijn ziel, kracht van mijn krachten, hart van mijn hart, rust niet, want de Boom des Levens moet bloeien en vrucht dragen, voordat de Vernietiger zijn aanval inzet! 

Rust niet, rust niet, versnel de wording, die Leven heet!


Amen

Epiloog

Mijn ziel, mijn ziel,

instrument van mijn levenslied,

verklanker van mijn oermelodie,

leg u niet ter ruste in de modderige stromen 

van het kleine geluk,

leg u niet ter ruste in de opzwepende vervoering

van de lachende vreugdeloosheid.


Houdt u gereed, mijn ziel,

mijn natuur weeft reeds haar dienstkleed

om dit om te slaan in uw dienst.

Mijn gedachten rangschikken zich reeds

in het lichtende pentakel dat uw wijding voltooit.


Mijn ziel, mijn ziel,

erfdeel der Goden, gunst van mijn Schepper,

heb nog een weinig geduld,

ik weet dat de waarheid zich opmaakt

om haar zegewagen te bestijgen.


Daarom: ween niet, mijn ziel,

maar blijf wakende op de brug tussen geest en natuur,

waar ik mij kan neerwerpen aan uw voeten

in het moment van de overgave.


Mijn ziel, mijn ziel,

instrument van mijn levenslied,

verklanker van mijn oermelodie!

Ik dan dank de God van den Beginne voor uw aanwezigheid.


Amen



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene