Epiloog

De noodklok luidt, mijn vriend, 

bewogen door de hand der tijden,

en de natuur en de mens ontwaken uit hun werken.


De klanken reizen door de velden 

en zoeken zich een woonplaats in de huizen der mensen,

opdat zij aan het lied van de noodklok wennen zullen.


Want hetgeen geschieden moet,  zal komen

en het geween en het protest van de arroganten 

en de dwazen, zullen verwaaid worden 

door de bries van de voorbereiding.


Treedt binnen, treedt binnen, waarschuwende vreemdeling,

weest welkom, weest welkom, boodschapper der Goden.

Mijn hart bereidt de dis, opdat wij één zullen worden,

Gij, afgezant van mijn Hof, 

en gij, verdwaasde ziel die thuiskeert.


Weest welkom, gij vreemdeling uit het land der Waarheid,

want ik weet, het grote moment is DAAR!


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene