Epiloog

De lichtende hemelen zagen het licht op zich toekomen

en weenden om hun verloren sterren.

De bloemen volgden de opgang van de zon

en zagen de dauwdroppels opdrogen op hun bladeren.

Een mens richtte zich op uit de vluchtende duisternis

en verwonderde zich over de herinnering aan zijn wanhoop.


Waarlijk, als gij, ziel van de Levende 

ontwaakt op de  bergen van het stervende land, 

worden alle dingen nieuw

en het oude offert zich op het altaar van de wedergeboorte.


Leer déze les, ego van de uiterlijke vormen:

'Al het bloeiende schenkt zich weg in de vrucht'.

Niets is tevergeefs, 

niets wordt vernietigd.


Groei dan, mijn ziel, laat uw lichtende kelken ontvlammen

aan de bron van mijn hart 

en aan de grond van mijn denken.

Groei dan, en neem mij mede naar het Land, 

waar het herschapene zijn levenskracht hervonden heeft!


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene