Epiloog

O Gij, waarin ik mij verbergen wil, 

als de duistere dagen komen.

O Gij, die mij kent als geen ander,

O Gij, Eeuwige, die het Begin en het Einde tesamenbrengt,

als ik indaal in mijn spelonk der geboorte,

laat mij U vinden op de troon van mijn leven.


Het is mij om 't even hoe zij U noemen,

ik ken U onder de Naam die zich vormt 

in mijn hart, in mijn ziel.

Gij zijt mijn begin en mijn einde,

ik kom uit U en haast mij tot U terug 

langs wegen die mijn ziel blootlegt,

waarop ik wandel als een verdwaasde,

daar Uw wet, Levende, mij ontviel 

voordat de wereld tot aanschijn kwam.


O Gij, waarin ik mij verbergen wil, 

als de smart zijn vleugels over mij uitbreidt,

O Gij, die mij steeds doorziet,

O Gij, waarin mijn tranen zich omzetten, 

in de diamanten van wijsheid,

Leef Gij in mij, opdat ik niet verstenen zal,

Leef Gij in mij, opdat ik niet verhongeren zal,

Leef Gij in mij, opdat ik het Leven blijvend herkennen zal!


Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene