Bezinningsmeditatie 60

In de alomtegenwoordigheid van Uw Kracht, 

O Licht der Eeuwigheid,

vallen alle onreinheden van mij af

en wordt ik wedergeboren in de schoot

van uw volmaakte Trillingsvolheid.

De gebeurtenissen in deze natuur des doods 

trekken langs mij heen als dwaze dromen,

die zich opdringen aan het schijn-ik

mijner onvolkomen wezenheid.

Om mij heen jagen miljarden naar het Levende Woord van 

Uw Werkelijkheid en zij weten niet waar te zoeken.


In mij is de Stilte van de afwachting,

het luisterende zich concentreren op de Klank,

die vanuit mijn ziele-herinnering

tot mij terug zal komen.


O Licht, Bron van de Kracht der Krachten,

zo Gij wilt, laat mijn hart zich openen voor de Kreet des Levens,

die als een onaardse trilling opwaarts stijgt

tot de Troon van Uw Genade.


Zo zullen wij verbonden worden:

Vader en Zoon - Geest en Ziel - Hemel en Aarde .

In Uwe handen, O Almachtige

leg ik de vrucht van mijne pogingen.

Amen


Zolang het eigen oog gevuld is met het zelf, zolang het eigen hart vervuld is van het eigenbelang, zolang het hoofd gericht is op het ik-centrale doel, zolang zal Christus verre zijn. 

Keert u daarom niet af van de doornen, zo gij de Rozen plukken wilt, o vriend, en schuw de verwondingen niet, maar laat de hand die naar de Roos reikt, geleidt worden door het Zielsverlangen en het Vuur des Geestes, opdat geen aarzeling u zal treffen. 

In de Hof der Rozen zullen slechts zij binnen gelaten worden, die bewezen hebben de Moed der geroepenen te bezitten.

Want hij die de Roep vernomen heeft, kan deze niet vergeten; hij gaat daarheen waar hij de Stem des Allerhoogsten verneemt en hij zal zich altijd richten naar de Plaats waarheen de Roep hem wijst. 

Hij zal de doornen niet achten, noch de angstkreten van de onwetenden, maar hij zal zich laten leiden door de Trilling die boven alle andere trillingen verheven is en hij zal steeds te rade gaan bij de ontwakende ziel, die zich in hem roert. 

Hij weet dat er dan een vreugde groeit, die niet te overschaduwen is door pijnen, en dat er een blijdschap is, die niet uit te doven is door de aanvallen der onwetende schare. 

Zo zal hij worden als de naar binnen-gerichte pelgrim in het Hof der Rozen.

Hij zal wellicht binnenkomen als een bedelaar, één door de wereld verstotene, één door de wereld gehavende, doch in de Tuin der Zielen aangekomen zullen zijn haveloze klederen van hem afvallen en hij zal oprijzen in het reine, witte gewaad van de waarachtige wijze, die slechts gekomen is voor de Roos der Rozen. 

En hij zal de woorden van Christus gedachtig zijn, die sprak:

Verwond de Heilige Geest die in u is niet en doof niet het Licht, dat in u is aangestoken.


Daarom zal hij alle andere verwondingen verdragen; daarom zal hij alle droefenis doorstaan, daarom zal hij alle lijden doorleven, opdat het Eeuwige dat in hem is, niet sterve. 

Waarlijk, indien gij Hem, die in u is, zo liefhebt, zult gij Hem zien, zult gij Zijn Rijk begrijpen en zult gij weten dat droefenis en lijden uitgedaan zullen worden, door de wonderschone ervaring in de Hof der Rozen. 

Weest daarom blijmoedig, o vriend, en laat de droefheid niet bij u binnengaan, zodat zij uw Geest, die in u is, bedroeve. 

Weest daarom volhardend, o vriend, opdat het Licht, dat in u is, niet dove, door gebrek aan voeding.

Weest daarom moedig, o vriend, zodat de Christus, die in u is, Gethsémané niet ontvluchte. 

Weest daarom waarachtig, o vriend, opdat de Weg van Christus door Hem, die in u is, aan u getoond worde.

Weest daarom rein, o vriend, opdat het drek der wereld uw Gewaad der Rozen niet besmeure.

Indien gij zo wandelt:

De Diepe Vrede van Bethlehem zij met u, tot op de heuvel Golgotha!

Amen

Epiloog

O Licht, alle vergissingen lossen zich op

in uw Barmhartigheid

en de wonden der ziel sluiten zich door uw Liefdebalsem.


Er zou geen reden zijn voor vrees,

noch gevoelens van angst en pijn,

zo wij de Trilling van Uw Adem binnen zouden laten.


Laat ons verstaan dat verbreking en dood 

verschijningen zijn uit het Land van Maya.


Laat ons, door de Zekerheid van Uw Kracht,

die als een parel in ons verborgen ligt,

de beroeringen van Maya overwinnen.


Laten wij hen terug mogen wijzen

tot in het Land der Schemering.


En laat ons, gehuld in het Kleed van Uw Stilte,

Uw Kracht mogen bewaren tot de ure gekomen is,

waarop wij het Woord der Schepping verklanken kunnen.


Leer ons het Lied der Berusting kennen, O god,

opdat hart, hoofd en handen,

niet falen in de stonde dat Gij komt.

Amen


Moge de Verwerkelijking komen als een apotheose, wanneer gij wakende zijt, o vriend, o vriendin!




1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene