Bezinningsmeditatie 6

Wij begroeten u met de innige bede:

Het Licht der Lichten dale in ons,  

Het Vuur des Geestes beroere ons,

De Kracht der innerlijke Loutering doorstrale ons! 


Mogen wij - in dit komende uur - waarlijk Leven! 

Amen 


Laten wij vrienden zijn, verbonden door de Geest. 

Laten wij schakels zijn in die ene, onverbrekelijke universele keten. 

Laten wij broeders en zusters zijn, herschapen uit de oorspronkelijke materie van de natuur der Levenden. 

Zo, tezamen verbonden, één van denken, één van willen, richten wij ons op het Doel van het Pad der Verborgen Wijsheid. 

Neem op de wandelstaf - sla òm de pelgrimswade en ga uw weg, o pelgrim. 

Zoekende naar de juiste aanwijzingen zult gij meerdere malen het spoor bijster raken,  doch houd uw lamp brandende, o wandelaar in de dreven der eenzame vlakten.

Want in de heerlijkheid van de samenvloeiing van vele zielen, is de eenzaamheid een schim geworden, een onwerkelijkheid, een beeld dat zich aan de uiterlijke zintuigen opdringt.

Gij weet toch, zoeker naar Waarheid, dat uw gebed verhoord wordt aleer het in klanken werd uitgedrukt ? 

Gij weet toch, strijder voor Goedheid en Gerechtigheid, dat aleer gij u gereed maakt ten strijde, uw zwaard veranderd wordt in een straal des Lichts ? 

Daarom o gij, die Kennis bezit, die de Verlichting bezit, draag de Liefde voor u uit als de kostbaarheid die gij het Kind, het Zielewonder gaat aanbieden. 

En verlies u geheel in die koele, klare Bron van Wijsheid, zodat uw zinnen en uw aardse gewenningen verstommen. 

Drink met volle teugen uit die Bron en zie, hoe gij verandert. 

Al hetgeen zich om u afspeelt is slechts de reflex van de wil der uiterlijke zintuigen, niets daarvan mag u beroeren, noch u misleiden. 

Laat u niet overrompelen door de schone vormen van dit schimmenspel, want daarachter bevinden zich de figuren die het spel leiden en u trachten te bekoren, en te doen neerstorten in de afgrond van de dood der verstening.

Er is, kandidaat, niets te vrezen, zo gij u gereed houdt om op ieder moment te reageren op de Roep van Hem, die u het Pad bekend maakte. 

Gij bezit de enige sleutel die u de poorten tot de Verrukking van de onaardse en verheven Heerlijkheid zal kunnen ontsluiten. 

Vergeet de aanwezigheid van die sleutel nooit, want die vergetelheid vormt de eerste stap op het Pad naar de afgrond. 

En uw handen zullen geen houvast meer vinden, omdat gij uw lamp, uw steun, uw toevlucht verloren hebt. 

Denk daaraan, o pelgrim. 

De sleutel tot dat andere Leven, tot die wereld buiten uw uiterlijke zintuigen, bezit gij - bezit gij nu nog, - nu gij één zijt met al die andere zielen die met u hetzelfde Pad bewandelen. 

Wanneer de eenzaamheid zich als een octopus vastzuigt in uw innerlijk en al uw krachten aan uw ziel onttrekt, dan moet gij op uw hoede zijn, want eenzaamheid is de tragedie van het ik. 

Voor de kandidaat op het Pad vormt zij slechts een fase, een korte fase, die ligt tussen twee werelden.

Vanuit de uiterlijke wereld gaat hij over in die innerlijke wereld en het land daartussen is een smalle strook van eenzaamheid, die hij snel doorschrijden kan, want zijn innerlijk oog zal zich weldra openen en hij zal hen herkennen, die met hem zijn, de broeders en zusters van het Nieuwe Land, al die geroepenen, al die overwinnaars, al die wijzen, die zonder woorden en zonder gebaren begrijpen wie de pelgrim is die op hen toekomt, en hoe hij zich gevoelt. 

Laten wij, die op weg zijn, die verlangen en hongeren, daarom één zijn, elkander steunende, elkander verdragende, elkander omvangende met die Liefde, die alles vergeeft en elkander helpende met de onuitputtelijke Wijsheid die alle dingen doorgrondt. 

Laten wij één zijn, door de Kracht van de Driebond der aloude gezegende Broederschappen des Lichts.

Amen

Epiloog

In het Land waar mijn dromen zich oplossen 

in de wolk rond uw Heiligdom, Heer, 

leggen de beproevingen zich neder, 

bedekt door het kleed van het einde.


In het Land waarin mijn ziel zichzelve wedervindt, 

verenigen zich mijn krachten tot één, 

en zingen hun eenstemmig lofgedicht, 

als een begroeting van uw Aurora, Heer!


In het Land waarin de Bron des Levens welt, 

voegen de wateren en de vuren zich tezamen 

in de Prima Materia, die slechts de Lichtzoon kent, 

en vormen hun schepping uit niets.


In het Land waaruit ik ééns ben heengegaan 

wacht het Gewaad op mij als een bemoediging, 

opdat alle krachten in mij weten zullen: 

Gij zijt mijn Schepper, Vader der Levenden!

Amen 


De Diepe Vrede van Bethlehem, 

waarin de Stilte u verandert in Nieuwe Mensen, 

zij om u - zij in u - vervulle u, 

opdat ieder van ons worde tot een levende schakel 

in de keten der Bevrijdende Broederschappen.




1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene