O Kandidaat der Verwerkelijking, uw ziel zal doof moeten worden voor de influisteringen van het aardse zijn. 

Het leven op aarde brengt u leed, uw ziele smart, uw harte pijn.

Toch zult gij verder moeten op uw weg en niet moeten omzien naar de verschrikkingen die geweest zijn, noch terug moeten wijken voor de rampspoeden die de toekomst nog in haar schoot verborgen houdt. 

Uw ziele-oog moet zich hecht en onafgebroken richten of de lichtende einder, waar het Tehuis der Zielen de Hof der Hoven de ziel zal opnemen in de Heerlijkheid van zijn balsem. 

De tijd brengt goed en kwaad. 

Er is geen onbeweeglijkheid in de dreven der stoffelijke waarneming, noch 

is er duisternis zonder licht. 

Uw hart worde niet beangst. 

Uw blik worde niet benevelt door de tranen der bitterheid, of van het mededogen. 

Uw hand zij vast, uw stap vastberaden. 

Er wordt reeds zo lang op u gewacht! 

Het kruis op uw schouders is een lichtend kruis. Geen enkele zoon van den barmhartigen hemelse Vader zal een te zwaar kruis ontvangen.  

Een ieder gaat de weg, die hij gaan kan en gaan moet, terwille van de ziel die gevangen ligt in de ketenen van de heerschappij des bloeds. 

Gij hebt oren ontvangen om te luisteren. 

Gij hebt ogen ontvangen om te schouwen. 

Gij hebt het hart ontvangen om te denken in vrijheid. 

Luistert daarom, o Kandidaat, luistert en weet! 

Schouwt daarom, o Kandidaat, en herken! 

Er is een weg ten Leven, doch de waan bedekt het Begin en het Einde. 

Er is een Universele Waarheid, doch de maskerade van het spel der wereld doorvlecht deze Waarheid met leugen. 

Er is een onveranderlijk, onophoudelijk almachtig Licht, doch de onwetendheid verschuilt zich achter de ontkenning. 

Wanneer de Zoon Gods u vraagt: Hebt gij de Waarheid ontdekt?

Wat zou daarop uw antwoord zijn? 

Wanneer de Christusgeest van den Beginne u aanraakt, herkent gij dan het Licht? 

Bijeen in een Krachtveld der Gnosis, waar de alomtegenwoordige 

Christustrilling aanwezig is, kunnen wij in onszelf zien als in een helder meer, zo wij de hunkering daartoe bezitten. 

O Kandidaat, zie dan in u en versta de Waarheid. Herken de stille gestalte, die wedergeboren moet worden om op te gaan tot het Lichtrijk der Eeuwigheid. Hoor Zijn stem, die zegt: Schenk Mij de kracht tot voorwaarts gaan! 

Wees stil, Kandidaat, en laat Hem spreken, die In u en Om u is, en wacht tot u verstaat de opdracht des Heren! 

Aleer de ziel begrijpen kan en zich herinneren, moet zij met de Stille Spreker vereend zijn, gelijk de vorm waarnaar de klei gekneed wordt, eerst één is met den pottenbakkers denken.

Dan zal de ziel horen, en zij zal zich herinneren. En dan zal spreken tot het innerlijke oor: De Stem van de Stilte, die zegt:

Indien uw ziele glimlacht, al badende in het zonlicht van uw leven, indien uw ziel zingt, gewikkeld in haar lijf van stof, indien uw ziel woont, gevangen binnen haar kasteel van schijn, indien uw ziel het zilveren snoer, dat aan de « Gnosis » haar verbindt, al worstelend wil verbreken, weet dan, O discipel, dat uw ziel van de aarde is.

De Stilte, die alle geweld teniet doet,

de Stilte, die elk rumoer verstilt,

de Stilte, die is als een bad in geurige oliën,

die Stilte is het, O Kandidaat, die u het Pad ontsluit,

die u de geheimen openbaart en die u alle mysteriën in het Al bekend maakt.

Weest daarom geduldig, O Kandidaat, weest daarom standvastig, weest hoopvol, want de tijd gaat voort, doch elke minuut en elke seconde kunt u benutten voor de Kruisgang, die de Roos tot volle pracht doet ontluiken.

Niemand is er, die u kan tegenhouden; niemand is er, die u kan belemmeren; niemand is er, die u kan bedriegen.

Want u bezit het innerlijke gehoor - gebruik dat, o kandidaat!

Want u bezit het innerlijke oog - stel het in uw dienst, o kandidaat!

Want u bezit de zeven poorten, die leiden tot het Eeuwig Paradijs!

Werp de zeven Deuren wijd open en houdt u gereed!

De Heer van alle Leven komt tot hen, die roepen.

Hij antwoordt allen die waarlijk bidden.

Hij verbindt zich met allen, die een stap voortgaan op de Weg, die de Via Dolorosa wordt genoemd.

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene