Bezinningsmeditatie 58

Reinheid — Waarheid en Liefde

vermenigvuldigen zich in u

door de Harmonie der Zeven Getuigen.


Waak over uw leven, o Kandidaat,

opdat het u niet genomen zal worden

door de aeonen van de schijn.


Waak over uw kroon, o Kandidaat,

opdat hij u niet genomen zal worden

door hen, die "Here, Here" roepen

hoewel hun daden hun woorden liegen.


Waak over de Eenheid van uw Getuigen, o Kandidaat,

opdat het Reine Witte Kleed

der scheppende Verwerkelijking uw deel worde.

Amen


Vrienden, de tijd is gekomen, waarin met betrekking tot velen gezegd kan worden:


Ziet, zij worden geroepen tot het Avondmaal en zij zullen hunne klederen wassen, opdat zij rein worden, en zij zullen de ogenzalf aanwenden, die zij van Mij ontvingen, en zij zullen hunne werken beproeven of zij het Vuur der Waarheid verdragen kunnen.

Er is niemand die zich verbergen kan voor Mijn Hand, en niemand die heen kan vluchten, opdat Ik hem niet beroeren zal, want de tijd die Ik bepaald heb voor de openbaring van de woorden Mijner Mond zal hen overvallen gelijk een dief in de nacht, en zij, die zich niet toebereid hebben, zullen van schrik ter aarde vallen en velen zullen om genade smeken om mijns Namen wil.

Doch de bazuin zal geschald hebben en de tijd waarin Ik hunne smeekbeden verhoorde zal toegesloten worden, want waarlijk, vele dingen zijn geschied en vele dingen zijn vernietigt geworden, en stromen van woorden zijn naar de zee der vergetelheid gevloeid en Ik heb gewacht op die ene daad van Vernieuwing en dat Ene Woord van Waarheid. 

Nu is het voorbij.

De wereld zal weldra datgene aanschouwen, waarover zij zovele eeuwen gesproken heeft, en zij zal bemerken dat alles anders is dan zij veronderstelde en zij zal de Grote God ontwaren, zittende op Zijn Troon van Heerlijkheid en in Zijn Hand zal de scepter der Rechtvaardigheid zijn en allen zullen vrezen, uitgezonderd de-genen die hunne klederen gewassen hebben en gekomen zijn tot de staat van het Inzicht. 

Er is veel lijden geweest, en vele smarten hebben zich over de hoofden van de kinderen der mensen uitgestort; velen zijn ondergegaan in wanhoop en ongelovigheid, en zij hebben zich afgewend van de gerechtigheid en de waarheid. 

Miljoenen hebben de Weg naar de afgrond betreden en zij zullen de beker der bitterheid tot aan de bodem moeten ledigen.

Mijn Pad is slechts voor de sterken, voor hen die geloven zonder ooit te twijfelen, voor hen die de waarheid belijden zonder ooit de leugen een plaats te schenken in hunne harten, voor hen die volharden kunnen in die Ene gerichtheid, die door de binding met den Vader levend gehouden wordt. 

Weest niet bevreesd, mijn geliefden, want wat er ook komen moge, wat er ook geschieden moge, hoezeer de elementen der natuur ook hun gramschap zullen bewijzen door de aarde te doen sidderen onder hunne machten. 

Daar waar de Waarheid Gods woont, heerst vrede. 

Daar waar het innerlijke geloof der uitverkorenen beleden wordt, heerst rust. 

Daar waar het vertrouwen ongeschokt bewaard blijft in de harten van de mensen, daar zal het Licht der Lichten doorbreken. 

Laat uw Licht schijnen, opdat allen uw Goede Werken zien en de werkelijkheid uwer innerlijke harmonie herkennen zullen. 

Laat u niet verleiden door hen, die zeggen God te zoeken en niettemin de brede weg bewandelen. Laat u niet misleiden door allen, die God belijden met hun mond, terwijl hun harten gedompeld liggen in het giftige water der zelfzucht. 

Bestrijk uw ogen met de balsem der heiligheid en wek uw ziele-oog tot leven. 

Bestrijk uw oren met deze balsem van Gilead, opdat het innerlijke gehoor nu zijn werkzaamheden ontplooie.

En leg uw hart te luisteren bij hetgeen uw ziele-oog en uw innerlijke gehoor u mededelen door de Stem van de Stilte. 

Roep uw hart-denken tot leven, o pelgrim op het pad der Reiniging, en ontwaak als een herborene, die afscheid genomen heeft van de grove vormen dezer uiterlijke wereld, zoek uw plaats in de wereld der innerlijkheid en vul uw leven met de waarden die u daar ontdekt. 

Laat u niet overmannen door de bruuske aanvallen uit het land der uiterlijke zintuigen, maar hul u in de onaantastbaarheid der geestelijke wereld en bevestig daar uw Naam in de sferen der eeuwigheid. 

Wanneer gij u opgenomen weet, O pelgrim, in dit Land der Eeuwigheid, waarom zoudt gij dan vrees koesteren? 

Waarom zoudt gij lijden om de dingen die nog geschieden moeten?

Gij zijt verbonden met de Eeuwigheid en hetgeen zich in de sferen der tijdelijkheid afspeelt kan u niet schaden, noch u leed berokkenen, noch u wonden. 

Versterk de zekerheid in u, kandidaat, verstevig het fundament waarop gij u verheffen wilt tot de Hoogten, want over dit lagere leven zal de nacht des doods zich uitspreiden.

In deze korte spanne tijds, voordat Mijn Dienaren hun bazuinen zullen heffen, zullen er velen komen die de Heilige Woorden zullen uitspreken tot hun eigen roem. 

Zij zullen zich bedienen van de natuurkracht, denkende zichzelf daardoor heilig te verklaren en zij zullen trachten de Gereinigden te verontreinigen, want zij worden gedreven door de afgunst en de haat. 

En gij zult bemerken, hoe de Heilige Woorden onheiligheid verspreiden, en hoe Mijn Kracht een hels vuur zal ontketenen, want waarlijk, allen die zichzelve dienen in Mijn Naam en door Mijn Kracht, zullen de Wet der Rechtvaardigheid over zichzelve uitroepen, en Mijn Kastijding zal hen doden. 

Gij zult vreemde dingen zien, en toch zult gij u niet mogen verwonderen.

Gij zult verschrikkelijke gebeurtenissen aanschouwen, en toch zult gij geen angst mogen koesteren.

Gij zult de woorden van Mijn Profetie zich zien voltrekken in een oogwenk, in een stip des tijds, en juist gij, die rein zijt, zult onwankelbaar blijven staan, opdat allen die huiveren en vertwijfeld een woning zoeken, steun zullen vinden. 

Voorwaar, voorwaar, wie de diepte van de Bron des Levens ontdekt heeft en de oorsprong waaruit zijn vurige wateren stromen, hij zal nimmer dorst gevoelen, want het Leven is in hem en om hem en hij zal daaruit zijn in alle eeuwigheid. 

Amen

Epiloog

O Licht, Machtige, Onveranderlijke Bron van al mijn krachten!

O God, Denken van mijn denken, Hart van mijn hart!

O Schepper der wonderbaarlijke levenskrachten van alle wezens!

In U vindt mijn ziel haar reden tot Leven,

uit U stromen onophoudelijk de aanrakingen des Lichts,

die mij bezielen tot het uitspreken van Uw Naam,

als een Gebed, als een Lofgedicht, als een Sferenzang.


O Gij, die door mij gekend wordt,

die ik nochtans niet vermag te naderen door woorden, 

noch door leringen.

Gij, boven alles en allen staande,

boven alle begrenzingen verheven,

Gij, die de elementen niet vermogen te vernietigen,

Gij, Eenheid, uit wie alle trillingen geboren worden,

tot Wie alle trillingen terugkeren!

Gij, Leven - Vuur - Liefde,

Stroom der Reine Wateren,

Aarde, waarin alle Leven ontkiemt,

Lucht, waarin alle gedachtenstromen zich voorplanten,

Gij, alles in allen!

Hoe zou ik u kunnen naderen, ik, die niets ben,

uit het duister tot het Licht gekomen,

ziende slechts hetgeen ik vermag te zien in mijn onvolkomenheid!

Gij, Grote Schepper, leef in mij, opdat ik Uw Leven kenne!

Amen


In de Eenheid zingen de demonen het Lied der Heerlijkheid en de duisternis vliedt heen, opdat het Licht het Al doorstrale. 

Leer deze les, O kandidaat, en wordt wijs! 




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene