Uit de eenheid vloeien alle getallen, zoals de schoot des Scheppers vele schepselen deed geboren worden, doch hij als eeuwige Eenheid verandert daardoor niet.

Wees een onveranderlijke eenheid, mijn vriend, opdat uw gedachten zich zullen kunnen voeden aan een harmonische en voortdurende aanwezige bron en zij zich niet zullen verliezen in de veelheid, waarin de zwakte het sterven voorafgaat. 

De veelheid zal tot de eenheid moeten terugkeren, wil zij de levenskracht wedervinden en zo zal de ziel onlosmakelijk met de Geest Gods verbonden moeten blijven, zo zij het goddelijke leven wil wedervinden. 

Wanneer de gebeurtenissen des levens u bedelven als een verwarrende lawine, bedenk dan dat één enkele gedachte die uitstijgt boven deze chaos op kan klimmen tot de troon des Geestes en het leven weder kan vinden, waar uw ziel zo hartstochtelijk naar hunkert.

Als uw ziel hongert sluipen de gevaren naderbij, zo als daar zijn: de angst, de twijfel, de onrust, de bitterheid, de ledigheid en de onwetendheid. 

Zij zullen u belagen met hun wapens en voordat u heb beseft zult u één der hunnen zijn en u overgeven aan een vermaak dat sterft bij de eerste lach. 

De op- en neergang binnen het rijk des levens zal niet ongemerkt aan u voorbijgaan, integendeel, het zal u beuken met zijn onrustige bewegingen, indien gij u niet dagelijks voedt aan de eenheid die uit God is. 

Laten uw gedachten niet her- en derwaarts schieten als fladderende vogels, maar laat hen slechts heengaan wanneer zij geleerd hebben hun vleugels te gebruiken en zij krachtig genoeg zullen zijn om de hoogste toppen in dit land van Maya over te vliegen en zij niet vermoeid zullen neerzinken wanneer gij hen verzoekt de reis te ondernemen naar het land van de eeuwige verten.

Leer te zien door de ogen van uw ziel, dan zult gij weldra bemerken hoe de schaduwen het licht achterhalen en hoe de schitterendste vormen uiteenvallen wanneer hun trilling tot zwijgen is gebracht. 

Zo zult gij u bewust gaan afkeren van de gebeurtenissen in dit land van Maya en zult gij op zoek gaan naar de trilling der eeuwigheid. 

Uw weg zal niet altijd over rozen gaan, pelgrim, maar gij zult volhardend zijn, omdat gij de levensenergie krijgt toegevoerd die uit de onmetelijke eenheid Gods door uw wezen vloeit en er zullen geen nutteloze gedachten in u geboren worden, die uw lichtende denken zullen trachten af te zwakken; strijdt tegen uw ver-deeldheid, die de vijand is van iedere poging tot geestelijke groei.

En zit nimmer vermoeid neder aan de kant van de weg, u afvragende hoe lang deze nog zal zijn.

Want de hunkerende naar de geest staat niet stil bij hetgeen hij nog niet weet, maar hij gaat voorwaarts totdat de eens gesloten poorten zich voor hem zullen openen en hij kenner zal worden van de dingen die eens niet gezien werden.

Er is geen stilstand bij de levende God, daar leven beweging is en beweging steeds andere stromen naderbij voert waar mogelijk het atoom der vernieuwing in verborgen ligt. 

De hoop is daarom de bezieling van de moedige pelgrim en zijn gebeden en daden zullen getuigen van zijn nimmer aflatende vreugde, en het zekere weten dat de God der goden hem nimmer achterlaat in een land van Maya. 

Hij gevoelt in zich die onmetelijke kracht der ziel branden als een eeuwig durende impuls, die hem met de eeuwigheid verbindt en hem tot eenheid brengt met de Vader van het Al, die eenheid is. 

Deze verbintenis zondert hem af van de twijfelaars en de moedelozen en plaatst hem op die smalle weg waarover de ouden zongen, die de bevreesden schuwen, maar die de vreemdeling op aarde betreedt als een juichende. 

Hij richt zijn blik op de ster achter de bergen van het land van Maya en hij laat zich niet tegenhouden door de bedenkingen van hen, die door de mislukkingen zijn getekend. 

Want uit de eenheid komt het geschapene voort.

Uit de eenheid daalden de zielen af in de chaotische veelheid en zij zullen na lange omzwervingen de eenheid wedervinden die hen tot herschepping voert. 

Hij,  die de smalle weg bewandelen gaat wordt een eenzame; de vreugden die hij eertijds gevoelde bij de gebeurtenissen in het land van Maya, hij heeft hen opgegeven om een nieuwe blijdschap te vinden, die niet sterven zal bij de eerste lach. 

Door de veelheid der ervaringen heen zal hij zich een smalle toegangsweg banen waarlangs de Boodschapper der goden hem zal tegentreden als één die hem verwelkomt onder de zijnen, die van het goddelijke Ras zijn.

Dan zal de pelgrim weten dat zijn eenzaamheid is opgeheven en dat hij wedergevonden heeft hetgeen hij zo lang reeds zocht: de eenheid van weleer - de onmetelijke vlam van het goddelijke leven, waaraan vele vonken opspringen, doch die nimmer dwaallichten worden, maar altijd verbonden blijven met het vuur waaruit zij geboren werden. 

Zo zal hij eindelijk de woorden vinden om het gebed der herschepping uit te kunnen spreken, het gebed waarin de Zoon dankbaar uitroept: 

Nu weet ik, dat wij één zijn, Vader!

Gij in mij en ik in U!

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene