Mits gij de doden, de geestelijke doden, hun doden laat begraven, en Hem volgt, waarheen Hij ook gaat ......

Mits gij alles achterlaat wat u bindt, en gij als de verloren zoon of dochter, wederkeert naar uw Ouderlijk Huis. 


Deze woorden klinken misschien vreemd en wonderlijk in uw oren. maar gij hebt geen notie meer van uw kunnen en vermogen. 

Gij zijt als de lamme en de blinde en de dove en de melaatse; de dingen klitten aan uw lichaam en aan uw ziel, als de luizen aan een plant, en gij kunt ze niet meer afschudden. 

Gij zijt door en door ziek van het "willen hebben". 

Van "Geven" hebt gij misschien nog nooit gehoord.

En als gij eindelijk en ten laatste, ook eens geeft, dan wilt gij weer terug ontvangen. 

Uw geven is nemen ..... een stekeltje wordt uitgegooid om een walvis te vangen; en binnen in het aas, aast gij zelf mee, in de vorm van de haak der hebzucht, met weerhaak en al, zodat gij uw prooi terdege vastgrijpt als het wil bijten. 

Gij zijt gelijk het loze vissertje, en uw vangst is uw prooi, en gij laat er hoogstens uw huisgenoten van meedelen; maar voor uzelf reserveert u de middenmoot .....

Prooibewust gaat gij door het leven, en als men u uw prooi maar laat, dan zijt gij tam en mak en best te spreken. 

Ieder zorgt voor zich en ..... laat de rest er maar af. 

Maar raakt men aan uw prooi, zijdelings of direct, dan is Holland in last.  

En omdat die Ene aan uw prooi kwam, zijdelings nog maar, en zeide: 

Zomin zal de rijke komen in de hemel, als de kameel gaat door het oog van de naald.....

Daarom moest gij van Hem niets hebben, en vandaag nog niet, en in de toekomst evenmin ..... en gij hebt uitverkoren de moordenaar Barrabas .....

Hij moest vrijgelaten worden en niet de Nazarener. 

Gij hebt uw zin. 

De moordenaar is vrij, hij heeft zelfs geheel en al vrij spel in uzelf, want wie zijn broeder haat, is reeds een doodslager, en aan haat ontbreekt het u niet! 

En daarom laat gij Jezus maar in zijn graf.

Hetgeen wel zo veilig is.

Men kan hem beter missen in deze geordende samenleving. 

Hij zou de boel radicaal in de war sturen.

Dan nog liever ..... vult u zelf maar in.

Er is wel een of ander "isme", dat u liever hebt. 

In de hemel, zetelende ter rechterhand van de Kracht Gods, kan men 

Hem tenslotte nog aanbidden.

Laat Hij maar rustig daar blijven ..... de zaken moeten doorgaan. 

Als hij maar niet in uw leven treedt, zomaar, heel gewoon, zoals Hij verscheen aan Saulus, de grote Christenvervolger, op de weg naar Damascus. 

Neen, zo niet. 

En waart gij nog maar de berouwvolle moordenaar. 

Maar dan zoudt gij eerst met Hem gekruisigd moeten worden, en daar zijt gij te fatsoenlijk voor, gij moordt niet met wapenen, maar uw laster kan moordener zijn, dan een messteek in de rug. 

Gij leeft, of denkt te leven in deze wereld, maar gij gaat rond in een gigantisch gekkenhuis. 

Krank zijt gij van zinnen, en gij weet het niet.

En daarom zijt gij ongeneeslijk!


En toch ..... het Pad is gebaand. 

Wij behoeven het enkel maar te betreden. 

Zo waar God leeft in mij en buiten mij, zo waar God leeft, zowaar zeg ik, ik volgt het Pad, betreedt de Weg, de uiterst smalle weg, die leidt naar het Godsrijk, heden en nu en hier! 

Deze weg vangt aan in Bethlehem; dan grijpt de fundamentele verandering in u plaats, aldaar wordt gij herboren uit water en geest, en gij ziet de Ster van Bethlehem brandend staan in eigen hart. 

Dan is het Christuskindje binnen in de kribbe van uw hart geboren.

En gij wendt u af van de wereld ..... en gij bestrijdt met dit Licht van deze Ster van Bethlehem, de begeerten in uzelf, en gij brengt de ezel der koppigheid tot rede, en de os der brute kracht temt gij radicaal. 

En gij overwint in die Christuskracht al het gedierte, dat in u wemelt en kruipt en gij onderwerpt de aarde; alles is in uzelf en daardoor buiten u zelf.

En gij stijgt op tot de berg, en gij bindt de strijd aan met de Satan van uw lagere aard, en gij verwerpt alle koninkrijken van deze aarde, alleen het Koninkrijk Gods, dat verwerpt gij niet. 

Gij overwint, zoals Hij overwonnen heeft. 

Dan komt gij vol deemoed tot de wereld, de wereld, die deze strijd niet kent. 

In dienst en liefde, zijt gij de minste van allen, en gij gaat tot de reinigende wateren van de Jordaan, en de Johannes in u, moet minder worden, en Christus moet in u groeien. 

Gij oordeelt niet, maar hebt lief, enkel hebt gij maar lief, en met deze liefde komt gij tot de mensen. 

Gij zijt uit het watergraf opgestaan, als een Nieuw Schepsel en de Tweede dood kan u niet meer beschadigen. 

En dan vangt aan uw martelgang, gij kent het einde reeds ..... de martelgang uwer daadwerkelijke prediking vangt aan. 

En gij keert weder in de jungle en wijst de mensen het Pad, dat gij hebt opengehakt, om te komen in het Godsrijk. 

En gij wijst hen de weg door de woestijn naar de Oase, naar de "Bron des Levens", alwaar zij hun dorst kunnen lessen.

Want ziet, de waarachtige verkondiging van Gods Woord, is HET TE LEVEN. 

Amen


(De Grote Omissie)

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene