Wij zouden deze dienst willen laten voorafgaan door enige uitspraken van hen, die onze gelijken van Geest genoemd kunnen worden: 


Het eerste kenmerk van de koninklijke mens is dat hij de nood der mensen in zichzelf gevoelt en dat hij, al zou hij ook persoonlijk zonder kommer leven, zich van zijn verantwoordelijkheid bewust is.

De menigte heeft haar kuddebegrippen, haar tradities en conventies, haar fatsoen, haar zeden. 

De koninklijke heeft zijn verantwoordelijkheidsgevoel. 

De koninklijke geest voelt in zich het leidende heersende principe. 

Persoonlijk, als mens wil hij echter in het geheel niet heersen, hij weet dat zijn gedachten heersen moeten. 

Hij verlangt echter voor zichzelf geen uiterlijke macht, geen praal, geen gehoorzaamheid, geen eer, geen roem.

Hij weet dat hij draagt wat de menigte niet heeft. 

De koninklijke komt niet met trots, maar de menigte geeft hem trots, door miskenning en haat.

Het koningschap is weliswaar een voorrecht, maar een zeer smartelijk voorrecht en het bestaat slechts door godsgenade.

Koninklijke mensen volgen niemand en onderwerpen zich aan niemand, maar zij zijn verheugd wanneer zij een gelijkwaardige ontmoeten. 

Dan is hen geen moeite te veel om tot beter begrip van elkaar te komen.  


(Frederik van Eeden)


Mogen onze gedachten, woorden en daden gedragen worden door goedheid, opdat ze eeuwigheidswaarde verkrijgen, en de adem van de Heer er in bespeurbaar zijn. 

Moge onze harteklop van hetzelfde ritme zijn als dat van de Heer, zodat wij ons manifesteren als mensen, die geïntegreerd zijn in de kosmische orde en ons stemgeluid zich mengt in het hemelse koor. 

Voor uw aanbiddelijke waarheid buigen wij ons terneer, o Heer! 

Moge Uw Rijk in kracht toenemen op aarde en de stroom van Uw zuivere gedachten ons allen in zich opnemen, opdat de wijsheid over ons vaardig worde. 

Uw heilig vuur, dat voortlekt op de brandstof der waarheid betekent voor de juist ingestelde mens: vreugde, vrijheid en onbelemmerdheid. 

Voor de onjuist ingestelde mens is het daarentegen droefheid, dood en verkramptheid, want de laatste mist de moed om zich door het goddelijke vuur te laten reinigen en daardoor en vrijheid te erlangen.  


(Zarathoestra)


Ik roep U aan, O God, Gij Levende, Gij die Uzelf bewijst in de pracht van het vuur, O Vader des Lichts!

Daal neder en inspireer dit vuur met Uw Heilige Geest, toon mij Uw macht en moge het huis van den almachtige God, verborgen in dit Licht, zich voor mij openen!

Moge er licht zijn: in de breedte, in de diepte, in de hoogte, in de trillingen, en moge God, de almachtige Heer binnenin zijn! 


(Hermes Tresmegistos)


Jezus sprak tot zijn discipelen:  "Kom tot mij!" En zij kwamen tot Hem. 

Hij wendde zich tot de vier hoeken der aarde en sprak de Grote Naam over hunne hoofden uit en zegende hen en ademde op hunne ogen. 

Daarna sprak hij: 

"Ziet, wat gij moet zien!" En hunne ogen opslaande zagen zij een groot, rustig Licht, dat geen bewoner op aarde kon beschrijven. 

Hij zei opnieuw: "Kijk in het Licht!

Toen zeiden zij: "Wij zien vuur en water, en wijn en bloed.

Laat het plan der aeonen, om mijn Kracht weg te nemen niet gelukken, want zij hebben geprobeerd mijn gehele licht weg te nemen, maar zij konden het niet nemen, want Uw Lichtkracht was in mij. 

Omdat zij hebben beraadslaagd zonder Uw Gebod, O Licht, hebben zij mijn licht niet kunnen nemen. 

Omdat ik heb geloofd in het Licht, zal ik niet vrezen, het Licht is mijn verlosser en ik zal niet vrezen! 


(Pistis Sophia)


Gij, O Licht der Lichten, zijt mijn aanvang en mijn einde.

In U ga ik de weg die voor mij ligt te stralen en die eindigen zal in het onbeschrijflijke Aurora van Uw Dageraad!

Ere zij U Licht!  Dank zij U Licht!

Blijf in mij, opdat ik in U blijve!


Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene