De grond van alle materie is zout, zoals bewezen kan worden door iedere verbranding en ontleding van de as.

Daar het leven zich door de dampkring, de rookdamp en de zoutachtige delen beweegt, ontstaat tenslotte een materieel vuur.

Zout is vuur, dat echter niet uit zichzelf ontbranden kan.

Ons zichtbare vuur is een afdruk van het eeuwige vuur dat in God is, in alle lichamen is vuur.

Daar elk lichaam zout bevat, zo bevat het ook vuur.

Dit is ons innerlijke vuur, in tegenstelling tot het uiterlijke vuur.

Wie dit vurige water, of waterige vuur kent en tot blijvende werking en kracht brengen kan, die begrijpt de goddelijke Kunst. 

Weet, dat het grootste geheimenis van onze kunst uit vuur bestaat, hij die dat regeren kan, zal tot de volkomenheid van het Werk komen. 

Want Ignis en Azoth zijn toereikend, Vuur en Stikstof, God en Middelaar.

Dit vuur, dat tegelijk water en vuur is, is het begin van alle groeiende dingen, dus ook het begin van onze kunst.

Dit vuur is de werkzaamheid in de lucht, waaruit alle schepselen tezamen met de mensen hun leven verkrijgen, het is de ware levensspijs, een onzichtbare geest, die zich omzet. 

Ook de Chaos, de Prima Materia wordt Zout genoemd. 

Daarom hebben de wijzen niet voor niets dit wonderbaarlijke Zout der Natuur als de verborgen en universele Dauw beschreven, daar het de eerste aanvang van alle dingen en het universele zaad van de oernatuur en de wereld is.

Het wordt getooid met een zoutachtige, zwavelachtige, vurige Mercuriaanse geest en het betekent voor onze eigen elektrische chaos, het waarachtige eerste oerbegin, dat daar door de grote Meester der goddelijke Alchemie is ingebracht.

De voleinding van alle werken zal zijn, dat, gelijk als in het zout, de samenvoeging tot stand komt op een goddelijke en hemelse wijze, zoals de goddelijke Schepper van aanvang aan voor de mens bestemd had. 

Onze Prima Materia, onze chaotische, elektrische, zoutachtige Materia is ontvankelijk en rein, het is de grond waarin het Leven Gods als een Vuur in kan dalen, opdat eruit voortkome het Kind des Hemels, de Christo Universalis.


Ik ben een van de alchemisten die de wereld niet kent, en die ook geen moeite gedaan hebben hun naam bij de wereld bekend te maken. 

Ik wil u hier slechts tot lering zeggen dat al deze laboranten die zo eerzuchtig het geheim trachten te ontraadselen en zo onvermoeibaar achter onze methoden trachten te komen, slechts twee wegen benutten.

Sommigen gaan uit van de woorden der wijze filosofen en hun verklaringen dienen hen tot leidster, en zij menen hiermede tot hun doel te komen. 

Deze weg duiden zij aan als de ware, de heilige en de goede weg, terwijl zij zeggen dat zij slechts de natuur navolgen en haar helpen, ja, dat zij de verdere bewerkers en de ware doktoren van de mineraalstoffen zijn, omdat zij deze van hun verontreinigingen reinigen en door versterking van krachten en bevrijding van fouten, verbeteren. 

Hiertoe vernietigen zij de stof om de daarin aanwezige grondstof af te scheiden en om haar in de eerste toestand terug te voeren (als zij dat kunnen), zoals zij beweren, of zij veranderen door deze kunst de stof in een nieuwe stof en geven haar ook een andere ziel dan die zij tot dusver bezat.

Daarom trachten zij de stof tot op zekere hoogte te vernietigen of zij willen haar in andere grondstoffen vastleggen, de ziel daaruit verwijderen en een andere daar inbrengen, grove stoffen trachten zij te verfijnen en soms ook de fijne te vergroven.

Zo jagen zij dag en nacht rusteloos en met loshangende teugels in een kring rond en ik heb werkelijk nog nooit vernomen dat een van hen het zo begeerde doel bereikt had.

Anderen zijn er die deze kunst slechts beoefenen met boosaardige voornemens, en hun doel is zo verachtelijk dat door hen het merendeel der mensheid de heerlijke en lofwaardige Alchemie gaat verafschuwen.

Zo komen vrome mensen er niet toe deze alchemie te beoefenen, daar zij verward zijn geraakt in en misleid werden door de werkwijze van deze laboranten.

Al deze eerzuchtige laboranten zoeken slechts zichzelf te verheerlijken en zij kennen het ware doel van onze schone Alchemie niet, want zij hebben geen enkele kennis van het karakter van de edele en spirituele Mercurius, die zijn kracht aan onze zwakheid toevoegt. 

Daarom zeg ik dat zij, die in de vergetelheid en in de schaduw arbeiden, wijzer zijn, dan zij, die de lofbetuigingen van de wereld in ontvangst nemen. 

Hiertoe werkt de ware alchemie: dat hij het hoogste goed zal ontdekken, waardoor de goddelijkheid wederom in de schepping indale.

En allen die dit doel niet begeren, doch hun eigen belangen nastreven, zij zullen omkomen in de gevaren, die de alchemie hen bereiden zal.

Slechts zij zullen de zegeningen van onze Schone Kunst ervaren, die uit God zijn en slechts begeren tot Hem te keren.

Amen

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene