Vrienden, wij lezen u nu enkele gedeelten voor uit Kabir:


De maan schijnt in mijn lichaam, maar mijn blinde ogen kunnen haar niet zien, de maan is in mij en ook de zon is in mij. 

De nooit geslagen trom der eeuwigheid wordt in mij geroerd, maar mijn oren kunnen het niet horen. 

Zolang de mens schreeuwt om het ik en het mijn, zolang zijn zijn daden niets. 

Als alle liefde voor het ik en het mijn dood is, dan wordt het werk des Heren gedaan. 

Want werk heeft geen ander doel dan het winnen van de goede kennis.

Als die er is, dan wordt het werk gedaan.

De bloem bloeit voor de vrucht; als die er is verwelkt de bloem.

O vriend, hoop op Hem, terwijl gij leeft; versta, terwijl gij leeft; want in het leven schuilt de verlossing.

Als uw kluisters niet verbroken worden tijdens uw leven, welke hoop blijft er over op bevrijding in de Dood?

Het is maar een ijdele droom, dat de ziel met God verenigd zal worden, alleen omdat zij het lichaam verlaten heeft. 

Als Hij nu gevonden wordt, zal Hij ook dan gevonden worden. 

Zo niet, dan gaan wij slechts wonen in de stad des doods.

Als gij nu de vereniging hebt, dan zult gij hem in het hiernamaals hebben.

Baad u in de waarheid, ken de ware leermeester, geloof in de ware naam.

Kabir zegt: 

Het is de zoekende geest die helpt. Ik ben de slaaf van deze zoekende geest.


Ik heb mijn zetel gehad op Hem, die op zichzelve rust.

Ik heb gedronken uit de beker van de Onuitsprekelijke.

Ik heb de sleutel gevonden van het mysterie.

Ik heb de wortel van de Al-Eenheid bereikt.

Reizende zonder weg ben ik gekomen in het land zonder smart. 

Zeer gemakkelijk is de genade van den groten Heer op mij gekomen. 

Men heeft van Hem gezongen als van den Oneindige, den Onbereikbare; maar in mijn gebed heb ik Hem aanschouwd zonder te zien. 

Dat is waarlijk het smarteloze land, en niemand kent het pad dat er heen voert. 

Hij alleen, die gaat op dat pad, is zeker boven alle smarten uitgestegen.

Wonderbaar is dat Land der Rust waartoe geen verdienste ons brengt.

De wijze alleen heeft het gezien, de wijze heeft ervan gezongen.

Dit is het uiterste Woord; maar kan iemand de wonderbaarlijke smaak ervan uitdrukken?

Hij, die het eenmaal proefde weet welke vreugde het kan geven.

Door het te kennen wordt de onwetende wijs en de wijze wordt sprakeloos en stil.

De aanbidder is geheel en al bedwelmd.

Zijn wijsheid en zijn zielsvrijheid worden volkomen.

Hij drinkt uit de beker der in- en uitademing der Liefde.

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene