Doe mij recht wedervaren, O Gij, die de roem der rechtvaardigen zijt. 

Gij zijt de troon en ik de drempel van Uw deur. 

Maar waar is drempel of deur, mogen wij ons naar waarheid afvragen? 

Waar is het Wij en het Ik? 

Daar waar onze Geliefde is. 

O Gij, die vrij zijt van de smetten van het Wij en het Mij, Gij die de Geest van mannen en vrouwen doortrekt. 

Wanneer het Wij en het Gij een ziel geworden zijn, dan zullen zij verloren raken en opgaan in de Beminde. 

In de aanbidding en de lofprijzing van de rechtvaardigen worden alle getuigenissen der profeten tezamen gekneed. Hun zangen stromen uit in een stroom, hun bekers worden geledigd in een vat. 

Want hij, die onder vele vormen geloofd wordt, is in waarheid slechts Een.

In werkelijkheid is er slechts een dienst aan God, waarin alle godsdiensten zullen opgaan, wanneer het uur gekomen is.

Alle eerbetoon wordt immers gebracht aan Gods Licht, in welke vormen het zich ook openbaart, alles komt uit Hem en zal, op het vooruit bepaalde tijdstip, tot Hem wederkeren. 

Mijn dagen gaan voorbij in droefheid en pijn. 

Kommer en zorg schrijden hand in hand langs mijn levensweg. 

Maar wat deert het, dat aldus mijn bestaan voortvliedt, wanneer Gij blijft wie Gij zijt, O onvergelijkelijke zuivere Geest. 

Hij, die de roos doet bloeien uit de doornen, kan ook de winter in lente doen verkeren. 

Hij, die de toppen der cypressen ten hemel verheft, kan ook vreugde verheffen uit droefenis. 

Ik wordt niet omvat door iets dat boven of beneden is. 

Ik wordt niet omvat door de aarde of de hemel, zelfs niet door de hoogste hemelen. 

Neem dit alles als een stellige zekerheid aan, O mijn geliefden. 

En nochtans is het het hart van den gelovige, dat mij omvat. 

Zoek mij in zulk een hart, zo gij mij vinden wilt. 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene