Bezinningsmeditatie 44

Liefde - Wijsheid - Gerechtigheid - Waarheid

mogen voor u de basis tot schepping worden.

Op dit vierkant tot Verwerkelijking staande

rake u de Vlam der Herschepping aan, Kandidaat!

Amen


Als proloog lezen wij u voor uit een oud alchemisch geschrift:

Hij, die het geheim der duisternis verstaat en ook waarom de boze geesten meer des nachts dan overdag schade doen, hij begrijpt ook hoe 

Adam door overtreding van het gebod in die duisternis neerstortte, en hoe de zielen van het derde Licht afweken, d.w.z. van de goddelijke gedachte afweken op de vierde dag en tot het aardse verstand kwamen. 

Daarna, op de vijfde dag weken zij van hun eigen oorspronkelijke wil af en vielen daardoor onder de werking van de sterren des hemels.

Van daaruit ging het steeds verder en gingen zij de donkere nacht des vleses binnen. 

Daarin werden zij, als in een kerker, opgesloten.

Besloten in die gevangenis ontvingen zij vreemde beelden en verloren zij de ware kennis der natuur en kwamen tot de schijngestalten; van het scheppen der schijngestalten gingen zij over tot het uitbeelden en scheppen in de aardse natuur en tenslotte kwamen zij tot de uiterlijkheid der vleselijke zintuigen. 

Zo kwam het onaardse tot het aardse, het onsterfelijke tot het sterfelijke, en de klare dag werd in de donkere nacht opgesloten, het licht in de duisternis. 

De hemelse geest werd gekerkerd in het aardse vlees; en de goddelijke mens in een onintelligent beest of dier verandert. 

Deze oorspronkelijke afstamming van de mensen en zijn verandering in een dier, is de oorzaak van alle ziekten; zulk een geboorte in het vlees maakt hem tot een zieke. 

De duistere nacht voerde de slang met zich mede tot in het paradijs en deze infecteerde de eenvoudig geschapen geest des mensen met haat en nijd tegen God.

Zij, de verleide slang, vergiftigde met haar adem de door God geschapen ziel.

Daardoor verstopte of verzwakte of verhardde zich het kanaal der goddelijke gedachtenkracht: waardoor het licht van de intelligentie overschaduwd werd en tot duisternis kwam.

Zulk een verduistering veroorzaakte een verdeeldheid in de met God verenigde wil. Die splitsing bracht een steeds verdere scheiding van het Licht en Leven Gods. 

Die afscheiding verwerkte een lagere begeerte, die geheel afweek van het oorspronkelijke innerlijke verlangen. 

Daaruit werd geboren de hartstocht der uiterlijke zinnen. 

Deze hartstocht bracht de Babylonische en Nebulonische geest uit de diepten in beweging. 

Uit die geest der diepten ontstond de erfelijke zonde. 

En uit deze werd opgewekt en verhit de vuurkracht van de toorn Gods, en het oordeel werd opgeroepen. 

Hierdoor kwam de trilling van de infernale essentie tot uit-drukking en de vloek werd tot leven geroepen, de vloek over al de drie princiepen in het astrale veld des levens. 

Deze vloek werd tot een fantoom en hij ging heersen, als een hels wezen, over het zaad van al het geschapene, het vergiftigende door zijn injecterende werkzaamheid. 

Door deze werkzaamheid of door deze verwondingen werd het oorspronkelijke vocht, het heldere water aangetast door het onreine, onedele zwavel en werd het water tot een stinkende vuile substantie. 

Het water werd tot een dichte, troebele wolk en hierdoor werd alles wat leeft, al het bloeiende en geurende verontreinigd. 

Zo groeide het op tot een bedorven, onrein lichaam.

In zulk een lichaam werd het zout of de oer-aarde smakeloos en krachteloos. Daaruit ontstond de disharmonie der elementen. 

En hieruit werden allerlei dodelijke en gevaarlijke ziekten geboren. 

De dood werd het gevolg - als de boete der zonden. 

De Dood is de koerier van de afgrond en hij zal tenslotte neergeworpen worden in de poel van zwavel. 

Hij, die deze geheimenissen verstaat, ontwake en worde gezond.


En de middeleeuwse alchemist gaat verder: 

Er is op de wereld bijna niemand meer te vinden, die de wortel der wijsheid ontdekken kan, en die enige kennis bezit van haar schoonheid en fijnheid, haar diepte en haar kracht; en vrijwel niemand verstaat meer de werking en de methode van haar openbaringen.

De vrucht van de wijsheid bewaren, opdat deze steeds het leven schenke aan allen, die haar waardig zijn, dat is de taak van de arbeider in de werkplaats der omzetting. 

Hij, die het geluk bezit, door een bijzondere en buitengewone genade van de verlichting des Vaders, de kennis en de werkingen van de wijsheid te doorgronden, en daarin de leer des levens en der gezondheid ontdekt, hij moet een ware wijze zijn. 

Hij moet een scherpzinnig en rein verstand bezitten, niet vergiftigd door de adem der aardse wetenschap; ook moet hij in staat zijn de daad te verrichten, die zijn verlicht denken hem ingeeft en vooral moet hij een vrije wil bezitten, niet onderworpen aan de invloed van velerlei wezens. 

Bovendien moet hij standvastigheid bezitten, evenwichtigheid, geduld in werkzaamheid, en verder moet hij zich trachten te ontwikkelen, door het doordringen in de wijsheid aller eeuwen.

Zijn lichaam moet kunnen reageren op de reine stromen des geestes terwijl zijn ziel de dienaar van zijn arbeid behoort te zijn. 

Al deze eigenschappen moeten de kandidaat sieren, want hoe kan hij anders geloven zulk een belangrijk werk, dat door een enkele tekortkoming en een enkele fout vernietigd kan worden, te volbrengen? 

Het is goed wanneer naast hem een trouwe vriend gaat, opdat zij tezamen de edele kunst der Wijsheid en de vrucht van de Goddelijke Liefde kunnen proeven. Een vriend zal de helper van zijn vriend zijn, tezamen ordenen zij de Arbeid, reinigen zij de werkplaats, verdiepen zij de wijsheid, en eren zij de Liefde des Vaders, die door Christus de mogelijkheid geschapen heeft, tot de ontdekking van de Steen der Wijzen te geraken.

Zo zal de kandidaat, in zijn grote wijsheid, deze Steen te voorschijn brengen ten dienste van al zijn broeders in Christus. 

Hem zij de eer en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.



Amen

Epiloog

O Licht, Bron van alle Krachten,

verwarmende Gloed van het Vuur des Levens!

Indien gij mij waardig zoudt bevinden

om de omzetting te mogen volbrengen,

hoe bevoorrecht zou ik zijn!

Indien de loden ommanteling zou mogen smelten

in den intensiteit van Uw hitte,

hoe zouden hart en hoofd gereinigd worden

van hun beletselen!


Mijn leven zou zich voortspoeden 

tussen het ware Begin en het goede Einde,

en niets zou er zijn,

dat mij zou afhouden van de Weg der Overwinning!

Daarom, Gij, die ik ken als het Leven des Levens,

breng Uw Leven in mij als een voortdurende beweging, 

opdat ik niet opgesloten worde in de gevangenis

der versteende beelden,

opdat ik niet besprongen worde

door de scheppingen van mijn onreine hart

en mijn zelfgenoegzame denken!

Leg de Stilte van de eenvoud om mij, O Licht,

leg het peilloze Niets in de diepten van mijn zelf,

zodat ik langs de treden van het Innerlijke ervaren

opklimme tot de oevers van het Land Uwer Wijsheid, 

waar het Grote Zwijgen der intense Scheppingsarbeid heerst!

Want gij alleen zijt Heer, Schepper, Kennis, Licht!

Amen


De Diepe Vrede van Bethlehem legge zich om u als de Stilte, waarbinnen de grootse Arbeid der Ziel wordt voltrokken!




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene