De zuivere natuur is werkzamer, wijzer en bekwamer dan alle geneesheren en medicijnen op de wereld.

Haar princiepen, die op de medewerking van de goddelijke kracht gebaseerd zijn, blijven zeker en waarachtig, haar wegen zijn goed en eenvoudig en zij zal altijd tot haar eigen behoud werken, zo zij niet bij haar arbeid gehinderd wordt.

Haar werkingen zijn machtig en wonderbaarlijk, wanneer men haar vrijheid laat om naar haar grond en wortelbegin te handelen en haar zelfs helpt daarbij.

Om zulke ontdekkingen te doen behoeft men geen filosoof te zijn. Ieder die gezond verstand bezit kan deze waarlijk vrijelijk ontdekken en deze zal hem als sleutel dienen, waarmee alle poorten van de goddelijke natuur geopend kunnen worden, en mèt de kennis van deze natuur kan men doordringen tot in haar diepste innerlijk, waar het wonderbare geheim verborgen ligt. 

De grote Kunst bestaat daarin dat gij de oernatuur behulpzaam zijt, zodat zij door haar geheime kracht de fouten, woordoor gij lijdt, herstelt en zonder inspanning en gewelddadigheid die onreine grofstoffelijke vochtigheden, die haar werkingen storen en veranderen, in die de boosaardige en verderfelijke geest binnengebracht hebben, uit haar gebied verdrijven en verbannen kan. 

Dit moet echter geschieden zonder haarzelf, de goddelijke natuur, uit het onderwerp waarin zij zich ophoudt, uit te stoten.

Elke Hermetische leerling moet weten dat de goddelijke Natuur in hem haar macht moet bewaren en niet aan levenskracht mag inboeten, door het aanwenden van onnutte werken.

De goddelijke Natuur heeft de opdracht en de bedoeling zichzelf in goede toestand te houden, ja zelfs tot een volkomenheid te geraken en zij zal dit doel steeds nastreven.

Niemand kan echter de goede vorderingen van haar streven ervaren wanneer men haar met allerlei hindernissen bezwaart, die zulk een omvang kunnen aannemen, dat zij niet in staat is de hindernissen te overwinnen, op te lossen en te reinigen. 

Zo zij haar werk verrichten wil, en daartoe wordt zij, volgens haar goddelijke principe gedreven, dan moet zij vrij en doorlopend kunnen werken opdat zij de oorzaak van ziekte, de boosaardige geest en de aanvallen overwinnen kan. 

Wanneer men echter haar goddelijkheid, die haar basis is, vermindert of verandert of haar deze ontrooft, dan kan zij haar oorspronkelijke beweging en levenswerking niet meer volgen. 

Zij volgt de wet uit de Orde der Wijsheid, die haar door de Almachtige toevertrouwd werd, en welke hij door de in haar ingegoten Geest uitdraagt. 

Deze wet verdraagt geen onreinheid, noch gif, noch welke kracht uit de boosaardige geest ook. En voor hen in wie de boosaardige geest door zijn giftige werkingen heerst, zal dan ook geen plaats zijn in de ordewetten der wijsheid. 

Het enige middel om de geheime kracht der goddelijke natuur tot behoud van zichzelf en haar werk werkzaam te maken, bestaat hierin: dat men de weinige levenskrachten, die haar nog overgebleven zijn, bijeengaart en onder haar bescherming plaatst, om deze weder te herstellen vanuit haar eigen bron. 

Onder de schaduw van haar goddelijke vleugelen zal deze zuivere natuur beschermd worden tegen de schadelijke en aardse krachten, die steeds haar heilzame invloed trachten te vernietigen en doorlopend haar evenwicht trachten te verstoren. 

Elke Hermetische leerling zal, zo hij deze raad volgt, te zijner tijd, zonder vergissing de weg vinden die tot de herstelling der goddelijkheid voert. 

De krachten die men moet aanwenden om de zwakke natuur weer in haar oude macht te herstellen, zijn niet moeilijk te vinden, daar zij dezelfde zielekracht en levenskracht zijn die in de schepping als wortelkracht gebruikt werden. 

Er is maar een bezielende kracht, deze wordt aangewend tot schepping en tot herschepping, of zij keert zich in boosaardigheid tot haar aanwender en vernietigt alle vormen. 

Zij kan het schadelijke uitroeien, het giftige zuiveren, het zwakke versterken, zij kan genezen, bouwen, bezielen, indien zij al deze werkzaamheden niet verricht, doch integendeel verwoesting aanricht, dan heeft men haar beroofd van haar wortelprincipe: de goddelijkheid. 

De Hermetische leerling moet daarom allereerst wijsheid verkrijgen, want uit wijsheid groeit het Leven der Ziel.

Amen

(Hermetische Overwinning)

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene