Bezinningsmeditatie 42

In de alomtegenwoordigheid van Uw Kracht, 

O Licht der Lichten,

vallen alle onreinheden van mij af

en word ik wedergeboren in de schoot

van Uw Volmaakte Trillingsvolheid.

De gebeurtenissen in deze natuur des doods

trekken langs mij heen als dwaze dromen,

die zich opdringen aan het schijn-ik

mijner onvolkomen wezenheid.


Om mij heen jagen miljarden 

naar het Levende Woord Uwer Werkelijkheid

en zij weten niet waar te zoeken.

In mij is de Stilte van de afwachting,

het luisterende zich concentreren op de klank,

die vanuit mijn zieleherinnering tot mij zal komen.


O Licht, Bron van de Kracht der Krachten, zo Gij wilt,

laat mijn hart zich openen voor de Kreet des Levens,

die als een onaardse trilling opwaarts stijgt

tot de troon Uwer Genade.

Zo zullen wij verbonden worden:

Vader en Zoon,

Geest en Ziel,

Hemel en Aarde.

In Uwe handen, O Almachtige,

leg ik de vrucht van mijne pogingen.

Amen


Dit woord is tot de koninklijken van de geest gericht; tot de weinigen die de bron van nieuwe, oorspronkelijke gedachten in zich hebben waaruit het gehele menselijke raderwerk wordt gevoed; tot de weinigen die weten en blijk geven dat hun gedachten vrij zijn, dat wil zeggen van zich zelf afhankelijk en niet van anderen overgenomen. Want deze zijn de leidende, richting gevende, koninklijke gedachten. 

Waar de gedachten vandaan komen kan niemand zeggen, omdat de diepte van elke geest ondoorgrondelijk is. 

Uit de diepste, ondoorgrondelijkste diepte komen zij en het teken hunner koninklijke waardigheid dragen zij in zich. 

Van het voorgeslacht komen zij niet, de menigte heeft ze niet en toont slechts verwondering, zelfs afschuwen tegenzin. 

Toch weet hij, die ze draagt, dat de menigte ze nodig heeft. 

En dikwijls wordt het eerst na eeuwen duidelijk wie de eigenlijke gids, de leider en baanbreker in de samenleving was, terwijl de gekroonden streden om de macht en de menigte de profeten uitlachte en stenigde. 

Eerst in onze twintigste eeuw wordt langzamerhand duidelijker en meer algemeen begrepen dat de menselijke samenleving ook in haar geestelijke natuur een kudde is. 

Dat ieder volwassen individu eigen persoonlijke krachten tot oordelen en begrijpen zou hebben, blijkt meer en meer een waan te zijn. 

De groep waarin hij leeft en werkt bepaalt zijn gedachten, zijn mening en gezindheid. 

Er zijn echter zeldzame uitzonderingen en die zijn er in iedere tijd en elk volk geweest, dat zijn de oorspronkelijk denkenden en voelenden, wier gedachten en gevoelens van die der menigte afwijken. 

De menigte, de kudde, die in haar groepsverband haar veiligheid voelt, tracht deze uitzonderingen te weerstreven, ze zo mogelijk te vernietigen. 

Dit is volkomen natuurlijk en begrijpelijk, want conservatisme is onontbeerlijk voor de menigte, even onontbeerlijk als weerstand is voor de oorspronkelijke. 

Alleen wanneer hij zich zelf en zijn gedachten staande kan houden, heeft hij reden van bestaan. Dan alleen krijgt de nieuwe gedachte ook de kracht om de kudde in nieuwe banen te leiden. 

Zodra dit de menigte duidelijk wordt, verandert de tegenstand in eerbied en verwondering en de vervolgde wordt een held en een koning. 

Bij uitzondering tijdens zijn leven, meestal echter, vooral als de nieuwe gedachten zeer wijde en diepgaande betekenis hebben, lange tijd na zijn dood. 

Dit verloop heeft zich volgens ondoorgrondelijke wetten door de eeuwen heen herhaald en alleen zo heeft zich de langzame verandering en opbloei van de menselijke geest voltrokken. 

Weinigen gingen voorop en als zij niet te ver vooruit gingen, niet te afgezonderd of te zwak stonden, kwamen velen hen na verloop van tijd achterna. 

De grote profeten uit vroeger tijden schiepen een kleine kring van jongeren om zich heen. Uit de kring van jongeren ontstond een kleine gemeente, daaruit een godsdienst, een kerk. Van de oorspronkelijke gedachten der profeten was reeds gedurende het eerste stadium van verspreiding de kern verloren. In de gemeente en de kerk werden zij tot karikatuur. Het conservatisme van deze nieuwe groepen was erger en dodelijker voor het opbloeien van de menselijke geest, dan dat der oude groepen. 

Want de apostelen waren geen koninklijke geesten, maar aanbidders en dienaren en binnen hun groep bevroren en versteenden de koninklijke gedachten. 

Tenslotte kwamen de priesters als doodgravers en grafbewakers. 

De profeten uit latere eeuwen werden dichters en wijzen genoemd. 

Hun apostelen heetten aanhangers. 

De dodelijke werking van het apostel- en priesterdom bleef echter dezelfde. 

Tot op heden werd nooit de mogelijkheid geboden, noch de poging gedaan uit meerderen der weinigen een eenheid te vormen, een bond van vrije, koninklijke geesten, waarin het water uit de nieuwe bron stromend bleef, waarin het vuur der nieuwe waarheid niet uitdoofde. 

Nu schijnt de tijd daarvoor gekomen te zijn. 

Is het te vroeg, dan zal dit blijken uit het mislukken. 

Nochtans behoort de poging gedaan en tot in 't oneindige herhaald te worden, tot zij gelukt. Want het gaat om het heil en het geluk wan de mensheid en haar nood is dringender dan ooit tevoren. 

De nood der mensen dwingt tot daden. 

De nood der mensen heeft profeten voortgebracht. 

Ook thans is het de nood die tot oneindig herhaalde pogingen dwingt, al zouden ze duizendmaal mislukken, belachelijk gemaakt en miskend worden. 

De nood der mensen dwingt tot dit woord. 

Amen

(Frederik van Eeden)

Epiloog

O Licht, alle vergissingen lossen zich op in Uw barmhartigheid,

en de wonden der ziel sluiten zich voor Uw liefde-balsem.


Er zou geen reden zijn voor vrees

noch gevoelens van angst en pijn,

zo wij de trilling van Uw Adem binnen zouden laten.


Laat ons verstaan,

dat verbreking en dood verschijningen zijn

uit het land van Maya.


Laat ons, door de zekerheid van Uw Kracht,

die als een Parel in ons verborgen ligt,

de beroeringen van Maya overwinnen.


Laten wij hen terug wijzen

tot in het Land der Schemering,

en laat ons, gehuld in het Kleed Uwer Stilte,

Uw Kracht mogen bewaren tot de ure gekomen is,

waarop wij het Woord der Schepping verklanken kunnen.


Leer ons het Lied der Berusting kennen, O God,

opdat hart, hoofd en handen niet falen,

in de stonde dat Gij komt.

Amen


Moge de verwerkelijking komen als een apotheose, wanneer gij wakende zijt.




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene