Epiloog

Zo gij de eenheid van het Godsatoom kennen leert, o mens,

zult gij uw oor gericht houden op de Waarheid,

die aan zichzelve gelijk blijft. 


Zo gij de eenheid als werkelijkheid  in uzelf besloten houdt,

zult gij vreugden en smart, als tijdelijke klederen,

geen waarde toekennen.


Zo gij de eenheid als ziele-weten ervaart

zult gij uw uiterlijke zintuigen bedwingen

en slechts op uw innerlijk vermogen afgestemd zijn.


Zo gij de eenheid als fundament voor uw Weg des Levens erkent,

zult gij u afwenden van de onrust der tegengestelden.


Zo gij  de eenheid als Harmonie van het Opperwezen onderkent,

zult gij niet bij machte zijn uw naasten leed te berokkenen.


Houdt u daarom onbewogen in de storm der tegengestelden

en verwacht  het Aurora der Vernieuwing

als een Openbaring uwer ziel.


In Uwe handen, O Eenheid van den Beginne,

leggen wij de wisseling onzer gedachten,

onzer gevoelens, onzer wils-hunkering,

opdat de onrust verglijde in de koestering Uwer Genadegloed.

Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene