Bezinningsmeditatie 40

Het Rijk van de Ziel opene zich voor hen, die Inzicht bezitten, 

en omhulle ieder die de Overgave aan de Trooster verstaat. 

Moge ons samenzijn u tot zegen worden. 

Amen


Toen zeide een rijke: 

Spreek tot ons over het geven. 

En de profeet antwoordde: Gij geeft slechts weinig, wanneer ge van uwe bezittingen geeft. Slechts dan geeft ge waarlijk, wanneer gij uzelf geeft. 

Want wat zijn bezittingen anders dan dingen, die gij houdt en bewaart, uit angst dat gij ze de volgende dag van node zoudt kunnen hebben? 

En wat zal de dag van morgen brengen aan de overvoorzichtige hond, beenderen begravende in het mulle zand, wanneer hij de pelgrims volgt naar de heilige stad? 

En wat is vrees voor hetgeen gij nodig denkt te hebben, anders, dan de behoefte zelf?

Is vrees voor dorst, wanneer de drinkput vol is, niet juist onlesbare dorst?

Er zijn mensen, die weinig geven van het vele, dat zij hebben, en zij geven om gezien te worden.

Er zijn ook mensen die weinig hebben, en alles geven.

Er zijn anderen die met vreugde geven en in die vreugde hun beloning vinden.


Een redenaar zeide: 

Spreek tot ons over Vrijheid. 


En de profeet antwoordde: 

Aan de poorten der stad en bij de haard heb ik u ootmoedig gebogen gezien, uw eigen vrijheid verheerlijkende, zoals slaven zich vernederen voor een tiran en hem prijzen, als worden zij door hem geslagen. 

Voorwaar, in het heilige woud van de tempel en in de schaduw van de burcht heb ik de meest vrijen onder u hun vrijheid zien dragen als een juk en een handboei. 

En mijn hart bloedde in mij. 

Want gij kunt alleen dan vrij zijn, wanneer zelfs de wens om vrijheid te zoeken een harnas voor u wordt, en wanneer gij ophoudt te spreken van vrijheid als doel en vervulling. 

Dan zult ge werkelijk vrij zijn, wanneer uw dagen niet zonder zorg en uw nachten niet zonder droefenis en ontberen zijn, maar veeleer deze dingen uw leven volheid geven en gij toch naakt en ongebonden daar bovenuit rijst. 

Hoe zult gij uitrijzen boven uw dagen en nachten, tenzij gij de ketenen verbreekt, welke gij in de schemering van uw inzicht hebt geklonken rondom het middaguur? 

In waarheid is datgene wat gij vrijheid noemt, de sterkste van deze ketenen, ofschoon haar schakels glinsteren in de zon en uw ogen verblinden.

Wat zijn het anders dan fragmenten van uzelf, die gij weg wilt werpen om vrij te kunnen zijn? 

Indien het een onrechtvaardige wet is, die gij af wilt schaffen, dan was die wet met uw eigen hand op uw eigen voorhoofd geschreven. 

Niemand kan aan u iets openbaren, dan hetgeen half slapende in de morgenstond van uw kennis leeft. 

De leraar, wandelende in de schaduw van de tempel, temidden zijner volgelingen, geeft niet zijn wijsheid, maar veeleer zijn geloof en zijn liefde. 

Indien hij waarlijk wijs is, vraagt hij u niet het huis van zijn wijsheid binnen te treden, maar leidt u veeleer tot de drempel van uw eigen geestelijke bewustzijn. 

Want de visie van de ene mens leent hare vleugelen niet aan een ander mens. 

Evenals elk van u alleen staat in Gods alweten, zo moet een ieder van u alleen zijn in zijn kennis van God en zijn begrip van alle dingen der aarde. 

Uw goddelijk Zelf is als de oceaan. Het blijft eeuwig onbesmet. 

En het heft, evenals de ether, slechts de gevleugelden omhoog. 

Uw goddelijk Zelf is als de zon. Laat dan geen schaduw zijn licht verduisteren en onttrek u niet aan zijn warmte, want daar waar het licht der zon niet meer schijnen kan zal het leven zichzelf ontvluchten.

Ga daarom dagelijks uw innerlijke Tempel binnen en wacht daar in gebed en stilte tot de zon van uw geestelijk Zelf opkomt om uw dag te heiligen. 

Hij, die zo zijn leven leidt, zal zijn eeuwige Doel bereiken. 


Amen

(citaat uit: De Profeet  -  Gibran)

Epiloog

Zo gij de eenheid van het Godsatoom kennen leert, o mens,

zult gij uw oor gericht houden op de Waarheid,

die aan zichzelve gelijk blijft. 


Zo gij de eenheid als werkelijkheid  in uzelf besloten houdt,

zult gij vreugden en smart, als tijdelijke klederen,

geen waarde toekennen.


Zo gij de eenheid als ziele-weten ervaart

zult gij uw uiterlijke zintuigen bedwingen

en slechts op uw innerlijk vermogen afgestemd zijn.


Zo gij de eenheid als fundament voor uw Weg des Levens erkent,

zult gij u afwenden van de onrust der tegengestelden.


Zo gij  de eenheid als Harmonie van het Opperwezen onderkent,

zult gij niet bij machte zijn uw naasten leed te berokkenen.


Houdt u daarom onbewogen in de storm der tegengestelden

en verwacht  het Aurora der Vernieuwing

als een Openbaring uwer ziel.


In Uwe handen, O Eenheid van den Beginne,

leggen wij de wisseling onzer gedachten,

onzer gevoelens, onzer wils-hunkering,

opdat de onrust verglijde in de koestering Uwer Genadegloed.

Amen


Het Rijk van de Ziel vinde woning in u, en het geleide u tot de verstilling der tegengestelden, opdat in deze Stilte de Nieuwe Ademhaling zijn intrede kan doen. 




1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene