Bezinningsmeditatie 4

Voegen wij ons tezamen in de Kracht des Lichts.

Heffen wij onze gedachten op tot de Hoogten.

En laten wij tezamen bouwen aan het Geestelijk Tehuis 

onzer zieledromen.

Gij allen, die hier door hunkering der ziel bijeengevoegd zijt:

Moge de aanraking des Geestes u opwekken

Amen


Van hunkerende zielen 

Zijn wij geworden tot dankbare zielen. 

Van zoekende mensen 

zijn wij geworden tot wetende mensen. 

Van dolende wezens 

zijn wij geworden tot onmisbare leden 

van een Gemeenschap, die zich vormen gaat 

in eenheid, in harmonie, in reinheid.

Moge ieder zijn taak kennen in die Gemeenschap. 

Moge ieder zijn Opdracht vernomen hebben 

ten dienste van die Gemeenschap. 

Moge ieder blijvend bevestigd zijn 

aan het Lichaam der Gemeenschap 

op de plaats die hem geestelijk toekomt.

Als delen van die Geestelijke Gemeenschap 

bidden wij als één, verlangen wij als één, arbeiden wij als één.

Zo God wil geschiede dit vanaf nu tot aan de Volle Dag des Heren.

Amen


Toen dan de eeuw voorbijgegaan was en een nieuwe eeuw geboren, kwamen de zeven wijzen bijeen en zetten zich zeven dagen neder in een diep stilzwijgen. 

Nadat de tijd van inkeer en concentratie verstreken was, stond Meng-tsé, de oudste onder hen, op en sprak:

Het wiel der tijden is wederom eenmaal rondgedraaid.

Het menselijk ras bevindt zich nu op een verheven trap van het denkvermogen. 

De klederen die door onze vaderen geweven werden hebben afgedaan. 

De cherubims hebben nu een hemelse materie samengesteld en in de handen van ingewijden geplaatst, om daaruit voor de mensen een nieuw gewaad te weven. 

De zonen der mensen zoeken een groter licht. 

Zij stellen zich niet langer tevreden met gesneden beelden, met getekende goden en door handen gevormde modellen. 

Zij zoeken nu een God die ongevormd zal zijn, hoewel zij dit zelf nog niet begrijpen.

De schaduwen van de komende tijden werpen zich reeds vooruit en toch begrijpt de mensheid het niet. De tijd is rijp. 

Wij moeten het nieuwe gewaad voor de mensheid gereed maken, opdat zij in staat zullen zijn de tekenen der tijden te aanvaarden in begrip en liefde. 

Wij moeten een nieuwe rechtvaardigheid, een nieuwe liefde, een nieuwe rechtschapenheid, een nieuwe barmhartigheid openbaren, opdat de mensen met deze nieuwe klederen hun naaktheid zullen kunnen bedekken, wanneer het Licht van de nieuwe Dag zal doorbreken.


Vidyapati zeide:

De nieuwe eeuw zal een vrijheid vereisen, het soort vrijheid die van elke mens een priester maakt en die hem in staat zal stellen zelf zijn eigen offeranden te leggen op het Altaar Gods.


Ashbina zeide:

Het juk waaronder mijn volk gebukt gaat is het juk van de twijfel. 

In vroeger tijden was ons land doordrongen van het Licht des Geloofs en dit Licht scheen over allen en het was schitterend en puur, doch deze reinheid en glans waren zo verheven, dat het de mensen angst aanjoeg. 

In hen begon elke cel en elk radertje te werken op een intensieve wijze, zij werden geheel opgebroken. 

Toen verklaarde de twijfel de oorlog aan het Geloof en verjoeg de kracht des Geloofs. 

Uiterlijk vereren en aanbidden de mensen nog de Enige God,  doch in hun harten twijfelen zij aan Zijn bestaan. Het Geloof schenkt de kracht om een onzichtbare God te loven en te eren, maar de twijfel heeft behoefte aan een zichtbare god.

Daarom moet in deze komende tijden het Geloof als een hechte basis in mensenharten gelegd worden, opdat zij door het Geloof zullen komen tot de overtuiging van het bestaan van de Enige, Onbegrensde God des Lichts.


Philon zeide:

De profeten van ons land zijn zieners en denkers en zij zijn voortgeschreden in het formuleren van de heilige gedachte; zij bouwden een volmaakte filosofie op, die in staat was het volk te voeren tot een graad van volmaaktheid. 

Maar het materiële denken verbande de heilige gedachte. 

Het priesterschap verviel tot egoïsme en de reinheid des harten werd slechts een legende, waarover men sprak in lege woorden. 

Nu is echter de tijd aangebroken waarop God zijn wijsheid, zijn Liefde en zijn Licht zal doen wederkeren op aarde en deze openbaring zal men noemen: Immanuel: God zij met ons!" 


 Meng-tsé verhief zich en sprak:

De mens is nog steeds niet voldoende voortgegaan op het Pad des Geloofs om het onzichtbare te verstaan. 

Hij is nog kind. 

Daarom zal de mens, ook in de komende tijden, geleid moeten worden door het voorbeeld. Hij zal zijn God moeten schouwen ìn de mens, opdat hij wete, dat zijn opgave in de werkelijkheid gestalte kan aannemen. 

De eeuw, die komende is, zal de eeuw des mensen zijn, de tijd waarin het menselijke ras zal zien zonder de hulp der stoffelijke zintuigen en klanken zal vernemen, die niet gehoord zullen worden door stoffelijke oren. 

Zij zal in de komende era de Heilige Geest leren kennen. 

Zij zal voorbereid worden door hen, die de Geest Gods kennen en deze 

zullen op een eenvoudige wijze, die allen begrijpen kunnen, de mensheid voorgaan op de Weg van het Innerlijke Geloof. 

De mens zelf kan niet scheppen. 

Hij bouwt naar de modellen die hij ziet. 

Wij, de ingewijden, zullen dus een volmaakt model moeten vormen, 

naar hetwelk de mens kan bouwen. 

Wij zullen een voorschrift moeten geven van de Kennis van het Rijk der Ziel. 

Deze Kennis is gefundeerd op de zeven zegelen. 

En deze zeven zegelen zullen de basis  vormen waarop het Geloof in de komende era gebouwd zal worden. 

Op deze zeven zegelen zal de mens voortgaan tot aan het tijdperk der Volmaking


En de zeven wijzen keerden terug tot de Stilte om op de zeven Zegelen het onzichtbare bouwwerk op te trekken, dat zou dienen als voorbeeld voor de komende era. 

Amen

Epiloog

In de heil'ge grot gekomen breng ik jubelend mijn groet, wil ik slechts een dienst betonen aan de ziel die ik ontmoet. 

'k Wil niet langer voorwaarts streven, doch opwaarts gaan in heil'gen gang.  

'k Wil niet langer angstig beven en niet stromp'len levens lang .

'k Zie nu hoe mijn God kan leven door het inzicht in de zang, die levend door de eeuwen dwaalt en hult de ziel in wond'ren ban.

Ziet! Het Lichtkleed wordt geweven door der harten felle klop  en in 't hardst van 't aards beleven gaat de ziel de Lichtberg op!

Laat mijn mond de woorden vinden om het Wonder kond' te doen.  

Laat mijn hart de klanken rijgen tot een keten - levend sterk, opdat ik de Berg bestijgen en de Hemel nad'ren kan.

En de Stem zal tot mij spreken: Ziet! mijn Zoon is weergekeerd 

En 't Heelal zal nederknielen daar Het Wonder is geschied'

Amen



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene