Epiloog

Na het vervluchtigen van de misvormde beelden 

in mijn levensveld, 

komen ongekende trillingen tot mij,

als een vluchtige aanraking - van bloesemgeuren.


Heel mijn wezen gevoelt zich omhuld door een weten, 

zo dichtbij - komende van zo veraf. 


Herinneringen stromen op mij toe, 

als een hervonden wijsheid, als een hervonden Kracht.


In de verborgen diepten van mijn ziel

ontvouwen zich de bladeren der Lotus 

in gebed - in aanbidding - in overgave.


Laat mij de ongeboren woorden van dit Lotusgebed 

voegen mogen tot de volmaakte Klank 

binnen de trilling van Uw Harmonie, Heer!


Opdat ik U herkenne 

in die kleine Kracht mijner Intuïtie, 

en het aloude Geweten zich voegt in de banen 

der herscheppende Vuren.

Waarin het Grote Zwijgen zich voltrekt.

Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene