Bezinningsmeditatie 38

Liefde - Vrede en Vervulling kome over allen  

die daartoe waardig zijn.

Dat de god van den Beginne ons voeren moge 

tot in het Vuur des Geestes  

Opdat de Wedergeborene strale als het Licht der Nieuwe Wereld.

Amen


Wij lezen u enkele fragmenten uit oude overleveringen:


De plaats die ik zag was vol van leven, en de zang en de vorm van het leven was de klank. 

Toen nam de klank vorm aan en werd een stem in mijn oren en sprak: 

Broeder, wat ziet gij?  

En een echo in mij antwoordde en zeide: 

Ik zie Licht...... 

En de stem vroeg:

Wat zoekt gij, o mens? 

En de echo in mij antwoordde en zeide: 

Ik zoek koren voor dàt wat hongert en Leven voor dat wat kwijnt. 

En de stem antwoordde en zeide. 

Zo gij de hongerenden wilt voeden, leer hen te zaaien. Want geen mens zal oogsten wat een ander in de Tuin van de Koning zaait.

Hij, die de wereld zou willen hervormen, laat hij eerst zichzelf hervormen.

Hij moet zichzelf reinigen van alle disharmonische atomen, zowel spiritueel als lichamelijk.

Dan zullen de goden hem kracht schenken over groepen, en later misschien zelfs over landen.

Gelijk de wolken veranderen, en de sterren en het aangezicht van de zon bedekken, zo zal de wereld duisternis verzamelen en het gelaat van God uitwissen. 

Doch dan zal de wind des geestes verschijnen en de warmte van zijn liefde, en de door mensen geschapen wolken zullen uiteen geslagen worden en het gelaat Gods, al is het slechts voor een korte tijd, zal schijnen en de mens hoop en verlossing schenken. 

In die hoop staande, broeder, gij ziele-verbondene in de wereld des geestes, gaan onze gedachten naar elkander uit en wij sterken elkander, en bemoedigen elkander, opdat wij medewerkers zullen worden van de grote zon, die de wereld van Vrede, Vreugde en Harmonie zal scheppen, wanneer deze chaotische wereld opgehouden zal hebben te bestaan. 

En tezamen bidden wij onze Vader-Moeder-God zijn wil uit te storten in onze geopende harten, opdat zijn wensen voortdurend door ons verstaan zouden worden.

Laten alle omstandigheden en elke gebeurtenis u sterk vinden, o broeder, sterk gelijk een hoeksteen. 

Stormen zullen woeden, zeeën zullen beuken, doch de hoeksteen zal het huis steunen, als een onverwerpbare kracht. 

Deze steen zal bewijzen de hoeksteen te zijn, zo hij onover-winnelijk blijkt, zal hij echter vallen onder de aanvallen der tijden, dan bewijst hij nimmer de ware hoeksteen geweest te zijn, al leek hij ook sterk en schoon in perioden van rust. 

Want hij die sterk staat in de aanval , en die moedig het gevecht tegemoet ziet, hem zal de nieuwe Naam en het verborgen Manna geschonken worden.  

Doch hij die faalt in de worsteling en vlucht voor de aanvallen, hij zal nooit de vreugde en de zegen van het verborgen Manna en de nieuwe Naam kennen. 

Daarom, o God, omring en vervul ons door de vlam van uw goddelijke Wijsheid en Licht, opdat deze Vlam ons moge leiden, beschermen, zuiveren, verlichten, vervolmaken en bewaken op al onze wegen.

Moge zijn goddelijke Vuur een barrière van levende vlammen vormen rondom, in en met ieder van ons, opdat wij zo allen beschermd en beveiligd zullen zijn tegen de aanvallen en listen van onze tegenkrachten. 

Dan zullen wij staan, naast hen die worstelen, als sterke zuilen en lichten in de nacht en wij zullen onpersoonlijk allen tot hulpe zijn, die komen en zoeken en vragen: waar is de weg? 

Zo zal elke kandidaat worden tot een licht, stil, schijnend, verwarmend, verlichtende de smalle weg, die opwaarts voert tot aan de onmeetbare hoogten. 

De dag zal echter komen, waarop de kandidaat verheven zal worden tot één, die baant de weg, tot één die met zekere stap voorgaat tot op de hoogste berg. 

Hij, die tot die staat verheven wordt, hij zal gestorven zijn in het geestvuur om wederom op te staan als een levende, die de duisternis verjaagt en de doden opwekt ten leven. 

Voor hem bestaat geen nacht. noch dag. voor hem is het licht het eeuwig zijnde, achter alle vormen en in alle uitdrukkingen. 

Hij is geworden tot een deel van de Lichtende Wijsheid  en de Beschermende Liefde van de Vader-Moeder, die is in alles en allen, die  waarlijk leven. 

O Gij, Vader-Moeder., Gij motor van het Levende Al, leef Gij in mij, opdat ik in U leve. 

Amen

Epiloog

Na het vervluchtigen van de misvormde beelden 

in mijn levensveld,

komen ongekende trillingen tot mij,  

als een vluchtige aanraking - van bloesemgeuren.


Heel mijn wezen gevoelt zich omhuld door een weten,  

zo dichtbij - komende van zo veraf.


Herinneringen stromen op mij toe 

als een hervonden wijsheid, als een hervonden kracht.


In de verborgen diepten van mijn ziel 

ontvouwen zich de bladeren der lotus 

in gebed - in aanbidding - in overgave.


Laat mij de ongeboren woorden van dit lotusgebed 

voegen mogen tot de volmaakte Klank 

binnen de trilling van Uw Harmonie, Heer.


Opdat ik U herkenne in die kleine kracht mijner Intuïtie, 

en het aloude Geweten zich voegt 

in de banen der herscheppende Vuren.

Waarin het Grote Zwijgen zich voltrekt.

Amen


Gij, Zonen van het Vuur: laat u niet langer weerhouden door de bedriegelijke lichten der tijdelijkheid.  

Voeg u als een wederkerende Vlam bij de Bron van het Grote Vuur en ga op in de eeuwige Vrijheid van de verlossende Wedergeboorte. 




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene