Wij lezen u een gedeelte uit het Evangelie van de Boeddha: 

 

Eeuwige waarheden beheersen de vorming van werelden en stellen de in het heelal heersende orde der natuurwetten vast.

Maar toen, door de tegenstrijdige beweging der massa's het heelal verlicht werd door vlammend vuur, was er geen oog om het licht te zien, noch een oor om te luisteren naar de leringen der rede, noch een geest om de betekenis van het aanzijn te begrijpen; en in de onmetelijke ruimte werd geen plaats gevonden, waar de waarheid in al haar heerlijkheid wonen kon. 

In de gezette loop der ontwikkeling verscheen de vatbaarheid voor gevoelsindrukken, en de zinnelijke gewaarwording ontwaakte. 

Er was een nieuw rijk van ziele-leven, vol aandoeningen, met machtige hartstochten en onverwinlijke geestkracht.

En de wereld deelde zich in tweeën: er waren genoegens en smarten, ik en niet-ik, vrienden en vijanden, haat en liefde.

De waarheid trilde door de wereld van gevoelens, doch in al haar oneindige machtsbeloften kon geen plaats gevonden worden, waar de waarheid in al haar heerlijkheid kon wonen.

En het verstand ontstond in de strijd om het bestaan. Het verstand begon het instinct van het zelfbewustzijn te leiden, en de rede nam de scepter der schepping in de hand en overwon de kracht der wilde dieren en de macht der elementen.

Nochtans scheen de rede nieuwe brandstof aan de vlam van de haat toe te voeren, het gewoel van de tegenstrijdige hartstochten vermeerderend.

En broeders doodden hun broeders terwille van de voldoening der begeerte van een vluchtig ogenblik. 

En de waarheid begaf zich naar de gebieden van de rede, doch in al haar schuilhoeken werd geen plaats gevonden, waar de waarheid in al haar heerlijkheid kon wonen.

Nu wikkelde de rede, als de bondgenoot van het ik, alle levende wezens steeds meer in de netten van begeerlijkheid, haat en nijd; en uit begeerlijkheid, haat en nijd ontsprongen de rampen der zonde.

De mensen bezweken onder de lasten des levens, tot de Heiland verscheen, de Grote Ingewijde, de Heilige Leraar van mensen en goden. 

En de Ingewijde leerde de mensen het rechte gebruik van het gevoel, en de rechte toepassing van het verstand; en hij leerde de mensen de dingen te zien zoals ze zijn, zonder inbeeldingen, en zij leerden te handelen overeenkomstig de waarheid. 

Hij leerde hun gerechtigheid en veranderde aldus redelijke schepselen in menselijke wezens, rechtvaardig, goedhartig en trouw. 

En nu werd ten laatste een plaats gevonden waar de waarheid in al haar heerlijkheid kon wonen, en deze plaats is de ziel der mensheid. 

Er is geen plaats in de ruimte, ofschoon deze zonder einde is. 

Er is geen plaats voor de waarheid in het gevoel, noch in zijn genoegens, noch in zijn smarten: gevoeligheid is de eerste trede voor de waarheid, maar er is geen plaats in voor de waarheid, schoon de gevoelssfeer moge schitteren in de vlammende gloed van schoonheid en leven.

Evenmin is er plaats voor de waarheid in het verstand. Verstandelijkheid is een tweesnijdend zwaard en is dienstig aan het doel der liefde, zowel als aan het doel der haat. 

Verstandelijkheid is het vlak waarop de waarheid staat. 

De waarheid is niet bereikbaar zonder rede, nochtans is in louter verstandelijkheid geen plaats voor de waarheid, schoon het verstand het werktuig is dat de dingen der wereld overmeestert. 

De troon der waarheid is gerechtigheid; en liefde en recht-vaardigheid en goede wil zijn haar versierselen. 

Gerechtigheid is de plaats waar de waarheid woont en hier, in de zielen der mensheid, die streven naar de verwezenlijking der gerechtigheid, is overvloedige plaats voor een rijke en steeds rijker wordende openbaring der waarheid. 

De waarheid is het einde en het doel van alle bestaan en de werelden worden zodanig gevormd, dat de waarheid kan komen en daarin wonen. 

Zij, die nalaten naar de waarheid te streven, hebben het doel des levens gemist.

Gezegend is hij, die in de waarheid rust, want alle dingen zullen voorbijgaan, maar de waarheid blijft in eeuwigheid. 

De wereld is gebouwd voor de waarheid, maar verkeerde samenvoeging van gedachten doen de ware toestand der dingen verkeerd voorstellen en brengen dwalingen voort. 

Dwalingen kunnen gevormd worden naar het dezulken behaagt, die ze koesteren, daarom zijn zij aangenaam voor het gezicht, doch zij zijn onstandvastig en bevatten de kiemen der ontbinding. 

De waarheid kan niet gevormd worden. 

De waarheid is één en dezelfde, zij is onveranderlijk.

De waarheid is boven de macht des doods verheven, zij is alomtegenwoordig, eeuwig en heerlijk boven al. 

Begoocheling, dwalingen en leugens zijn de dochters van Mara, en grote macht is aan hen gegeven om de geest der mensen te verleiden en te doen afdwalen op het pad der zonde. 

Er zijn velen, die zeggen: "Kom, dwaling, wees gij mijn gids!" 

En wanneer zij gevangen zijn in de netten der zelfzucht, begeerlijkheid en slechte verlangens, ontstaat de ellende.

Toch hunkert al wat leeft naar de waarheid, en de waarheid alleen kan onze ziekten genezen en vrede geven aan onze onrust. 

De waarheid is het wezen des levens, want de  waarheid duurt voort voorbij de dood des lichaams. 

De waarheid is eeuwig en zal blijven, zelfs al zullen hemel en aarde vergaan. Bevrijd uw ziel van onwetendheid en wees verlangend deze waarheid te leren, vooral in het ene nodige, opdat ge niet ten prooi valt aan twijfelzucht of aan dwalingen. 

Twijfelzucht zal u onverschillig maken en dwalingen zullen u op doolwegen leiden, zodat gij het edele pad niet vinden zult, dat ten eeuwigen leven leidt. 

De mens, die dit edele pad bewandelt, leeft in de wereld, en toch is zijn hart niet bezoedeld door wereldse verlangens. 

Hij, die de edele waarheid niet ziet heeft nog een lange weg te doorlopen van herhaalde geboorten, door de woestijn der onwetendheid met haar luchtspiegelingen en door de moerassen van zonde. 

Maar nu de waarheid is verstaan en de reden van verdere verhuizingen en afdwalingen is opgeheven, nu is de eindpaal bereikt. 

De vurige begeerte der zelfzucht is vernietigd, en de waarheid verkregen. 

Dit is de ware bevrijding; dit is het heil; dit is de hemel en de zaligheid van een onsterfelijk leven.

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene